Recensie: Rita Bullwinkel – Headshot
Een sfeer van vermeerdering
Rita Bullwinkel opent haar roman Headshot met een citaat uit Games for girls, een studie van de Amerikaanse hoogleraar Thomas F. Scanlon naar de Olympische spelen in de klassieke oudheid. Scanlon refereert aan een in Delphi gevonden inscriptie uit de eerste eeuw na Christus waarin sprake is van ‘jonge vrouwen die in eigen persoon meedongen in strijdwagen- en hardloopwedstrijden. Waarschijnlijk wedijverden deze meisjes echter alleen met andere meisjes, zoals in een wedstrijd voor dochters…’
Als je de pagina omslaat, betreed je het toernooi van de Twaalfde Jaarlijkse Dochters van Amerika Cup voor vrouwen onder de achttien. Plaats van handeling is het sjofele Bob’s Boxing Palace in het droge, woestijnachtige Reno in Nevada. Tijd van handeling: 14-15 juli 20XX. Met die XX begint Bullwinkel direct haar vernuftige spel met tijd: het verhaal dat we gaan lezen speelt zich op een niet nader bepaald moment in de twintigste eeuw af. Een precieze tijdsaanduiding ontbreekt. Dat maakt dat het ieder jaar kan zijn in die eeuw. De aanduiding herbergt tijdloosheid en inwisselbaarheid in zich. Je bent pas twee pagina’s op streek, maar je weet dat dit een roman wordt waar je op je passen moet letten, waar het aankomt op nauwgezet observeren. Laat dat nu precies hetgeen zijn wat de protagonisten, de jonge boksters, in deze roman ook moeten doen.
Op de derde pagina staat het wedstrijdschema voor 14 juli afgedrukt: 8 meisjes wedijveren in de eerste ronde met elkaar. De tijd is hier strak afgebakend: elke ronde duurt twee minuten en er zijn acht rondes per partij in dit toernooi. Van de 236 pagina’s van deze roman beslaan 171 pagina’s het weergeven van deze eerste ronde van vier partijen. Bullwinkel rekt onze tijdbeleving van die enkele minuten per partij gigantisch op. We krijgen echter geen minutieus verslag van de wedstrijden in de ring (van voetbewegingen, slagen etc.) met vertragingen van de tijd. Bullwinkel ontstijgt de feitelijke gevechten en geeft de wedstrijdverslagen dynamiek door je via een alwetend perspectief subtiel heen en weer te laten glijden tussen heden, verleden en toekomst van de meisjes.
De korte schetsen van ieders toekomst roepen een weemoedig gevoel op:
Waneer Artemis zestig is zal ze geen kop thee meer kunnen vasthouden. Artemis zal alleen thuis zitten, haar man allang aan iets overleden, en haar handen zullen zo erg zijn aangetast dat ze de ijskastdeur nauwelijks open zal kunnen krijgen. Op dat moment zal niemand in haar leven zich nog de zin kunnen herinneren van wat het betekent bokser te zijn.
De meisjes blijken allen als ze oud zijn weinig tot geen herinneringen aan het toernooi te koesteren. Dat maakt hun inzet en het verdragen van de intense fysieke pijn in het toernooi dat we nauwgezet volgen tot iets vluchtigs. Het roept de vraag op waar al hun opofferingen goed voor zijn (en in het verlengde daarvan reflecteer je op jouw inzet en gedrevenheid in je eigen leven).
Met uitgesproken karakteristieken (bewuste kledingkeuzes zoals Rachel Doricko’s muts met een wasberenstaart) en kenmerkende eigenaardigheden plaatst Bullwinkel steeds twee jonge, competitieve, gedreven vrouwen tegenover elkaar. Wat ze delen is dat ze allemaal knokken om zelf vorm te geven aan hun leven. Ze willen zien en gezien worden. Een tegenstander wordt secuur getaxeerd en tijdens de wedstrijd nauwlettend bespied. Boksen vraagt om precies lezen van de miniemste bewegingen van je opponent. Bij sommige meisjes drijven de gedachtes af. Zij hebben moeite met de noodzakelijke focus in het hier en nu. Zo probeert Andi Taylor voorafgaand aan de eerste wedstrijd niet te denken aan de fatale gevolgen die haar afdwalende blik heeft gehad voor een vierjarig jongetje in het zwembad waar zij als tiener toezicht hield.
De compositie van de roman is magistraal doordacht: Bullwinkel laat grenzen vervagen met het perspectief, de vormgeving van de acht personages en met haar manipulatie van de tijdsbeleving. De collageachtige structuur waarin tijden naadloos vloeiend met elkaar versmelten om zo diepere lagen in personages bloot te leggen doet aan het werk van James Salter denken. Ook qua thematiek is er een overeenkomst: net als in veel van Salters verhalen draait het in deze fenomenale roman van Bullwinkel om onthechting. De acht jonge vrouwen worden, hoe onderscheiden ook, steeds meer één. Het draait in hun partijen om het onderzoeken van hun handelingsvrijheid en om het verkennen van macht. Allemaal hebben ze veel geïnvesteerd om naar dit toernooi te kunnen komen en allen worden ze ergens door achtervolgd. Ze vechten ‘alsof ze moordenaars zijn. Wanneer ze tussen de rondes in door de sporthal lopen wijkt de stoffige lucht voor hen uiteen zoals water voor een godheid. De meisjes zien er allemaal anders uit en hun manier van boksen verschilt, maar aan hun inzet zit iets collectiefs.’
Als een meisje verliest en afvalt, blijft ze toch in het narratief aanwezig. Bullwinkel snoeit niet terwijl we de halvefinale- of de finalepartij beleven. Ze creëert een ‘sfeer van vermeerdering.’ Journalist Sam verslaat op de tweede dag de finalepartij en ook hij ziet dan nog ‘ de schaduwen van de andere boksende meisjes’. Met de vele herhalingen (namen, momenten in wedstrijden, gedachtes) versterkt Bullwinkel het gevoel dat je in een groef terecht bent gekomen. Aan het slot bevinden we ons in de ruimte, ver van het hedendaagse ondermaanse. De bokssport zal dan uitsterven op aarde doordat droogte en oorlog de beoefening van recreatieve sporten bemoeilijken. Op een van die planeten in de kosmos zal een meisje een vriendinnetje zoeken om klapspelletjes mee te spelen, om mee te stoeien en te wedijveren. Ze zullen ruziën en de een zal de ander slaan, ‘en dan zullen de meisjes met hun handen vechten. De twee meisjes zullen om elkaar heen cirkelen als roofvogels. […] Wanneer het meisje naar voren duikt om bij het andere meisje te komen, mist ze, struikelt ze, verplaatst ze haar voeten en dan kijken de twee meisjes elkaar in de ogen.’ We bevinden ons in een loop. Alles begint weer van voren af aan en zal eeuwig voortduren, want: ‘Meisjes zullen nooit meer eitjes krijgen dan ze bij hun geboorte al hebben. In het kinderlijf van kleine meisjes zitten piepkleine, toekomstige vechtertjes genesteld. Mannen zijn doodlopende wegen, maar meisjes strekken zich eindeloos uit, achteruit en vooruit.’ So it goes.
Miriam Piters
Rita Bullwinkel – Headshot. Uit het Engels vertaald door Barbara de Lange. Koppernik, Amsterdam. 238 blz. € 23,50.
