Klaarblijkelijk kun je van een eenvoudige hertaler veranderen in een schrijversadept, in ieder geval voor de buitenwereld. Toen ik eind 2023 begon aan de hertaling van Julia van Rhijnvis Feith (1753-1824), kwam ik ook de familie Feith op het spoor. Bij een concert in Leiden bracht Henriette Feith, een verre nazaat van de grote dichter, liederen ten gehore van hem en tijdgenoten, zoals Jacobus Bellamy en Willem Bilderdijk. Er bleek nog een heuse familievereniging te zijn en op de familiedag in september 2024 mocht ik iets komen vertellen over de hertaling en Julia in het onderwijs. Na de lunch vertrok de familie per fiets naar Boschwijk, ooit het buitenverblijf van Rhijnvis Feith. Hoewel ik de Engelse landschapstuin rondom het huis al een keer bezocht had, nam ik de uitnodiging graag aan om mee te gaan. Tussen al die directe nazaten voelde ik me een verre afgedwaalde achterneef.

Het kleine landhuis Boschwijk ligt niet ver buiten Zwolle. Rhijnvis Feith bracht hier zijn vrije tijd door, vooral om te schrijven en vrienden te ontvangen, zoals de eerder genoemde Bilderdijk. De parkachtige tuin is openbaar en bestaat uit een aantal paden langs een vijver, grasveldjes en een groot aantal naaldbomen, eiken en treurwilgen. Toen de ongeveer dertig familieleden door de tuin liepen, kwam de eigenaresse naar buiten. Ze wist dat de tuin en het huis ooit aan Feith hadden toebehoord en voelde zich vereerd dat er zoveel Feithen tegelijk kwamen kijken. Na even twijfelen nodigde ze ons zelfs binnen uit. Hoewel het interieur helemaal gemoderniseerd is, kun je je toch wel voorstellen dat hij door dezelfde ramen naar de treurwilgen in de tuin keek, die er toen ongetwijfeld ook al hadden gestaan.

Op school vertel ik elk jaar weer over Julia en Rhijnvis Feith, bijvoorbeeld over zijn korte politieke carrière als patriot, hij was even burgemeester van Zwolle tot de orangisten de macht overnamen, over zijn beschermde jeugd als enig kind, terwijl hij zelf negen kinderen kreeg, en over zijn buitenhuis, waar ik nu dus ben geweest en hopelijk nog levendiger over kan vertellen.

Inmiddels ben ik ook verschillende keren langs zijn woonhuis in Zwolle gelopen, in de Bloemendalstraat. Een groot, donker pand, dat een rijksmonument blijkt te zijn, hoewel het bordje nog maar half aan de gevel hangt. Het lijkt erop dat het nu een studentenhuis is, maar erg goed onderhouden is het in ieder geval niet.

Feith heeft zeer waarschijnlijk in Boschwijk zijn Julia geschreven en de natuurbeschrijvingen – de geliefden Eduard en Julia dwalen graag mijmerend onder de bomen en langs beekjes – zullen ongetwijfeld geïnspireerd zijn op zijn eigen landschapstuin.

Arjen van Meijgaard