Column: Hoe Marnix Peeters de extreemrechtse hordes op Dalilla Hermans en Ish Ait Hamou afstuurt
Hoe Marnix Peeters de extreemrechtse hordes op Dalilla Hermans en Ish Ait Hamou afstuurt
Twee weken geleden was Mehdi Hasan regelmatig in het nieuws omdat hij debatteerde met 20 ‘Far-Right Conservatives‘. Ze waren soms zo Far Right dat ze ‘fascist’ als een eretitel beschouwden. Wat aan hen opviel, was het gebrek aan argumenten; de verdraaiing van de feiten gekoppeld aan een onverteerbaar racistisch superioriteitsgevoel. Nou is Hasan wel gewend om hard te debatteren, maar zelfs voor hem was dit wel even schrikken.
Een debat is al lange tijd geen uitwisseling meer van argumenten om tot overeenstemming te komen, maar eerder het herhalen van onwrikbare standpunten aangevuld met drogredenen. Daarom kon Geert Wilders in Nederland ook vaak een goede debater genoemd worden door de parlementaire pers, omdat die niet in staat was om de persoonlijke aanvallen, de onjuiste oorzaak-gevolgrelaties en de overhaaste generalisaties te benoemen. Heibel in de tent is altijd beter dan een inhoudelijke analyse.
Een van de smerigste debattrucs is ‘Whataboutism’; je hebt het over één onderwerp, maar je gooit er een ander onderwerp tussendoor. Of je koppelt het ene onderwerp aan het andere onderwerp zonder dat er een logische connectie is. Omdat je iets achter elkaar zet, lijkt het wel of er een verband is. Die en die krijgen een subsidie om een boek te maken en intussen mag mijn arme moedertje in haar verzorgingsflat maar één keer per week onder de douche! Om alles nog wat kracht bij te zetten, zeg je iets emotioneels als: ‘Nou breekt mijn klomp.’
Daar moest ik allemaal aan denken toen ik door een merkwaardig algoritme de column van Marnix Peeters las in Het Laatste Nieuws (HLN). Peeters heeft zo’n beetje alle uitgeverijen al versleten blijkt op zijn Wikipedia-pagina waarop elke scheet van deze auteur wordt bijgehouden. Ik heb van de man alleen De jacht op Ursula Graurock gelezen en dat was voldoende om nooit meer iets van hem tot me te nemen. Of om mijzelf te citeren:
Dat De Arbeiderspers deze shit vol vrouwonvriendelijke, homofobe en racistische karikaturen op de markt brengt, is toch wel een belediging voor alle andere auteurs in het fonds. In ieder geval van de lezer.
Maar zoals gezegd: mensen zijn tegenwoordig trots op hun racistische opvattingen. Zo ook Peeters, de schrijvende endeldarm van de Vlaamse letteren. Zijn column gaat over de mensen die zijn uitgenodigd om te spreken op de Wereldtentoonstelling in Osaka in het Belgische paviljoen. Drie mensen worden er uitgelicht. In eerste instantie Red Sebastian, de Belgische inzending voor het Eurovisie Songfestival.
Nu heeft die Red Sebastian op het laatste Songfestival niet zo heel veel potten gebroken, maar dat komt denk ik misschien doordat ze op het Songfestival niet zo van homo’s houden, zeker niet die in latexpakjes. In Osaka, Japan, wel, vermoed ik. Daar wonen wel wat fetisjisten.
Belangrijk bij Peeters is wat hij niet schrijft, maar wel suggereert. De opmerking over homo’s op het songfestival moeten we ironisch lezen, zodat wij denken: als zelfs homo’s Red Sebastian niet leuk vinden dan moet het wel heel slecht zijn. Waar de opmerking op slaat dat er in Osaka wel wat fetisjisten wonen die van latexpakjes houden, kan ik niet duiden. Blijkbaar heeft Peeters informatie over de voorkeuren van Japanners.
Dit vormt echter de opmaat voor een aanval op twee schrijvers die gaan spreken in Osaka. Dalilla Hermans geeft een lezing met de titel ‘Seen and Silenced: Being a Woman of Colour in Belgium’. Peeters raakt nu oververhit, want die Hermans had een column in de krant, verscheen in tv-programma’s én misschien het ergste van alles:
Dalilla Hermans heeft het oneindig veel beter dan de modale Vlaming. Ze was tot voor kort trajectcoördinator om Brugge in 2030 culturele hoofdstad van Europa te maken. Dat is geen job met een minimumloon.
Dat laatste zijpad is weer veelbetekenend, want mag je als gekleurde vrouw geen goed betaalde job hebben? Of moet je je mond houden als je een gekleurde vrouw bent met een goed betaalde baan? Peeters foetert wat verder:
Ze geeft lezingen, schrijft stukken in de krant en heeft een stevige zeg in de samenleving. Niet het profiel van iemand die monddood wordt gemaakt omdat ze zwart is — ik vermoed zelfs dat het tegendeel hier aan de orde is.
Juist omdat Hermans zwart is, is de implicatie van de laatste zin, mag ze haar mening geven. En dat heeft ze allemaal aan dat fijne België te danken. De conclusie die Peeters zou kunnen trekken is: wat goed dat ons land dat voor elkaar krijgt, maar hij bedoelt: wees een beetje dankbaar en houd je mond. Je hoeft maar de instemmende reactionaire en racistische reacties te lezen onder het bericht van Theo Francken, Vlaams-nationalistisch politicus voor N-VA en minister van Defensie en Buitenlandse Handel, die het artikel van Peeters overgenomen heeft op Facebook met de aanbeveling ‘Fantastisch schrijfsel van Marnix Peeters. Must read van de week!’ om erachter te komen hoe Peeters woorden worden opgevat.
Het endeldarmpje van Peeters is nog niet helemaal geleegd, want ook Ish Ait Hamou moet eraan geloven. De inhoud van diens lezing: ‘What does diversity mean when it’s not evenly distributed? A meditation on living in-between worlds, balancing heritage, belonging, and justice in super-diverse societies.’ Door Peeters geherformuleerd tot ‘hij gaat het over de diversiteit hebben, die volgens hem in België onvoldoende divers is.’
Het is tijd voor een emotionele uitbarsting van Peeters: ‘Je klomp breekt toch?’
Iedereen kan hier zijn wie hij wil zijn, krijgt kansen, wordt aangemoedigd en gesteund, krijgt nog extra gratis kansen als de eerste niet volstonden, en toch gaan die mensen in het buitenland op een podium staan oreren over hoe slecht het hier is.
Opnieuw is de subtekst: wees toch een beetje dankbaar. Wat denken ‘die mensen’ wel niet!
En dan werkt Peeters naar een grote finale toe, waarin hij deze bevoorrechte schrijvers zet tegenover een fictieve ‘Herman (62) die in Deurne-Noord in een beschimmeld huurappartement’ woont. En of dat nog niet genoeg is, luidt de laatste zin:
Intussen wachten nog steeds 70.000 Vlaamse jongeren met mentale problemen op hulp.
Inderdaad, want Dalilla Hermans, Ish Ait Hamou en Red Sebastian treden op in Osaka. Als ze gewoon in België waren gebleven en een beetje dankbaar hun mond hadden gehouden, dan hadden die 70.000 Vlaamse jongeren tenminste hulp gekregen en kan Herman (62) eindelijk naar een niet beschimmeld huurappartement in Zuid-Deurne.
Hoeveel zou Peeters eigenlijk voor die column krijgen? Kan hij de opbrengst niet eens schenken aan Herman (62) in Noord-Deurne? Misschien kan Peeters beter eerst gaan werken aan de schimmel in zijn eigen redeneringen, voordat hij de extreemrechtse hordes bedient.
Coen Peppelenbos

Dank Coen, heel noodzakelijke tekst
‘(…) werken aan de schimmel van de eigen redeneringen’: schitterend!
Bedankt voor deze column, ik deel hem!
Nou, toch wel heel veel ad hominem aanvallen en beledigingen. Je maakt je schuldig aan wat je Peeters verwijt.
Dat klopt, dat was ook het doel van deze column.
Coen Peppelenbos geeft hieronder aan dat hij opzettelijk Peeters aanvalt met diens eigen middelen. Dat mag uiteraard maar het maakt de denkbeeldige uitwisseling tussen beide ook meteen tot een vrijblijvende exercitie.
Peeters wijst op de paradox dat een maatschappelijk gearriveerde columniste (o.a.) een lezing komt geven over het feit dat ze op basis van een geografische (etnische?) achtergrond niet (of nauwelijks) gehoord zou worden. Dat is een kortzichtige constatering want wat Dalila Hermans doet is gebruik maken van het feit dat zij daarin wel geslaagd is om aan te kaarten dat dit maatschappelijk probleem wel degelijk speelt voor vele anderen.
Het is m.i. verkieslijker deze kortzichtigheid en de andere drogredeneringen die Peppelenbos wel benoemt, onder de aandacht te brengen dan met een metaforische kleinering (“de schrijvende endeldarm van de Vlaamse letteren”) het eigen ongenoegen vrij baan te geven.
En misschien helpt het ook als de bestrijders van institutioneel racisme, homofobie en tal van andere bedenkelijke maatschappelijke fenomenen, zich eens gaan realiseren dat de afwijzing van hun morele kompas door de rechtse horden, mede het gevolg is van de antiautoritaire bevrijding van de jaren 60 en 70.
Elke moraal die als van bovenaf opgelegd ervaren kan worden, is verdacht geworden. Een pleidooi voor serieus beleid ter minimalisering van de klimaatopwarming is daar ook het slachtoffer van geworden. De vrijheidsstrijders van de jaren 60 en 70 zullen het niet zo bedoeld hebben maar misschien hadden ze zich toch iets minder moeten laten leiden door een al te optimistisch mensbeeld.
En het ridiculiseren van een begrip als ‘normen en waarden’ (Van Kooten en De Bie!) was misschien goed voor een grap maar wat heb je dan nog te zeggen als anderen jouw normen en waarden afwijzen?
Ik had het artikel van Peeters ook via via gelezen
Het is onbegrijpelijk dat hij nog met zo’n koloniale bril op naar mensen kijkt die duidelijk beter geïnformeerd zijn over de verschillen in benadering die mensen van kleur tegenover blanke mensen nog steeds ondervinden en die het waarschijnlijk nog steeds aan den lijve ondervinden
In zijn recente column gaat Marnix Peeters in op de reacties. Ik vraag me af of het algoritme die de reageerders nu ook onder ogen brengt. Ik ben zo vrij even de PS te kopiëren, die hij er nog aan toevoegt: “Zonder te willen polariseren, gewoon ter bevordering van het nadenken en het luisteren: ik hoor dat de krant vorige vrijdag bij de Belgische delegatie in Japan vruchteloos gevraagd heeft om de toespraak ‘Seen and silenced. Being a woman of colour in Belgium’ van Dalilla Hermans te mogen lezen. De afvaardiging vond dat niet opportuun. We mogen er als burger mee voor betalen, maar we krijgen geen inzage in het resultaat en we worden ongeschikt geacht om er een oordeel over te vellen. Dat lijkt me onvoorstelbaar onverstandig.” Tja.