De nieuwe canonlijst van de KANTL heeft al diverse oude, witte mannen in beweging gebracht: Luc Devoldere (1956), Robbert-Jan Henkes (1962) en Jan Uyttendaele (1949) schreven op de site Neerlandistiek al over de keuze van de commissie die in hun ogen geen recht deed aan de oude, witte mannen die van de lijst waren verdwenen. Gelukkig mengt ook de enkele decennia jongere Guus van der Peet zich in het debat. Hij gaat onder meer in op de door Jan Uyttendaele afgeserveerde Andreas Burnier. (Uyttendaele: ‘Dat verklaart bv. ook de opname van Het jongensuur van Andreas Burnier, een autobiografische roman over een joods transgendermeisje tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Andreas Burnier was weliswaar een van onze bekendste feministische schrijfsters, maar haar romans zijn zeker geen mijlpalen in onze twintigste-eeuwse literatuur.’)

Van der Peet:

Belangrijker is echter de vraag waar Uyttendaele zijn zelfverklaard tijdloze en objectieve oordelen aan ontleent. Zo zou ik een [citation needed] willen plaatsen wanneer hij stelt dat Andreas Burniers romans “zeker geen mijlpalen in onze twintigste-eeuwse literatuur” zijn. Door wie en wanneer is de roman precies matig beoordeeld? En maakt het überhaupt uit dat een kunstwerk niet altijd unaniem wordt omarmd als een meesterwerk? Een recent verschenen poëziegeschiedenis laat overtuigend zien dat het decennia duurde voor de Tachtigers werden beschouwd als vernieuwers binnen de Nederlandse poëzie. Als we de canon baseren op de eigentijdse waardering, moeten Van Eeden en Gorter dus meteen uit de canon worden geknikkerd.

Als we de receptie in de decennia daarna meerekenen – wat we mijn inziens zeker zouden moeten doen – lijkt Burnier mij een absolute kanshebber. Naar mijn (enigszins anekdotische, maar zeker niet minder dan Uyttendaeles evenzeer anekdotische) observaties, wordt Burnier tegenwoordig aanzienlijk meer geanalyseerd op universiteiten, meer gelezen op scholen en meer besproken in kranten dan iemand als Maarten ’t Hart, die door Uyttendaele zonder onderbouwing naar voren wordt geschoven als een overduidelijk geschikte kandidaat voor een canonplaats.

Lees het hele stuk hier.