In de zomerserie ‘Is het nou nog niet af?’ van Trouw wordt Martin Rombouts geïnterviewd, wiens debuutroman Boek 1 op 12 maart verscheen. Het blijkt dat Rombouts maar door blijft schrijven aan dat boek: ‘Voor mijn gevoel is Boek 1 nooit afgekomen.’ Daar bedoelt Rombouts mee dat hij de eerste druk ziet als een ‘keurig afgewerkte momentopname uit een maakproces waar ik eeuwig mee zou kunnen doorgaan’.

Dat blijkt wel, want Rombouts geeft aan interviewer Sander Becker aan dat hij voor de tweede druk 49 aanpassingen deed aan de roman – tot aan het herschrijven van gehele pagina’s. Ook nu nog is Rombouts zijn roman af en toe aan het bewerken voor een eventuele volgende druk. Rombouts geeft aan perfectie na te streven, en dat luistert heel nauw:

Vrijwel elke verbetering op het ene vlak gaat ten koste van de kwaliteit op een ander vlak. Daardoor is de eindtekst voor Rombouts altijd een onvolmaakt compromis tussen alle verschillende vereisten. Helemaal bevredigend wordt het nooit. ‘Dat is het frustrerende en tegelijk het mooie aan schrijven,’ zegt hij. ‘Het is nooit af. Op een gegeven moment moet je gewoon accepteren dat het gedaan is.’

Hoewel we tegenwoordig niet vaak meer horen dat auteurs nog zo blijven sleutelen aan hun reeds gepubliceerde tekst, staat Rombouts in een rijke traditie. Een van de bekendste doorsleutelaars is Willem Frederik Hermans, die bijvoorbeeld aan de tweede druk van Uit talloos veel miljoenen een nieuw slothoofdstuk toevoegde, en aan de vijftiende druk van Nooit meer slapen een nawoord met een pleidooi voor revisie:

Het schrijven van een roman kan in sommige opzichten vergeleken worden met schaken. Maar het verschilt van deze sport, doordat het geen wedstrijd is. De slechte zet van de ene schaker is een meevaller voor de andere. Een zwakke passage in een roman doet niemand plezier.
Als een schaker dertien jaar na een partij gespeeld te hebben, op een betere zet komt dan hij indertijd gedaan heeft, is het te laat.
Voor een romanschrijver is het nooit te laat alsnog een punt te vervangen door een vraagteken, een komma door een dubbele punt, het ene woord door het andere en een alinea die te beknopt gebleken is om goed te worden begrepen, uit te breiden tot zij de bedoeling van de schrijver beter uitdrukt.
In deze nieuwe druk van Nooit meer slapen komen ongeveer tweehonderdvijftig veranderingen voor. De meeste zullen van ondergeschikt belang lijken. Het boek is trouwens gebleven wat het was, dat wil zeggen: wat het ook toen de eerste druk verscheen, al had moeten zijn.

Lees het interview met Rombouts hier.