Een lang interview met Tommy Wieringa dit weekend in De Tijd door mede-auteur Rik Van Puymbroeck. Natuurlijk komen dan stokpaardjes voorbij zoals de anekdote van het potlood en het muntje en Wieringa’s verhouding tot Oekraïne en tot bomen. Daarnaast komt Van Puymbroeck terug op een uitspraak die Wieringa in 2019 deed. Destijds zei de romancier dat hij nog vijf boeken wilde schrijven. We zijn inmiddels drie boeken (waaronder één roman) verder, dus hoe zit het met het verdere verloop van Wieringa’s schrijfcarrière?

O ja, zei ik dat toen? Dat is veel te weinig. Ik heb laatst een lijstje gemaakt met romanideeën, dat zijn er een stuk of tien. Te beginnen met toch nog één roman die met de oorlog te maken heeft. Maar dat plan is nog zo dun dat ik bang ben dat ik door het ijs zak als ik er nu over zou vertellen.

Voor de rest bevat het aan te raden interview nog uitweidingen over Wieringa’s ouders, groene spechten die de soundtrack zijn van het impostersydroom, algoritmen als het nieuwe kwaad van de wereld, veel leestips en oneliners als ‘ik beschouw mezelf vooral als de schrijver van de boeken die ik nog moet schrijven’. Lees het hier.