De onderstaande recensie verscheen voor het eerst in 2003.

Onvermijdelijke ondergang

In de kleine roman Welkom thuis vertelt Arjaan van Nimwegen over de teloorgang van de Heer Veldstra die in zijn armzalige levensonderhoud voorziet met de vertaling en ondertiteling van keiharde pornofilms. Hij is al twintig jaar getrouwd met Helle die hem bedriegt met een van zijn kroegvrienden en heeft een dochter Christina die op weg is verslaafd te raken aan de drugs.

Temidden van deze omstandigheden probeert Veldstra tevergeefs zijn treurige bestaan nog enige waardevolle inhoud te geven. Hij doet onhandige pogingen de hoer Frieda van de ondergang te redden, er is zelfs sprake van enige toenadering, maar alles blijkt op een misverstand te berusten. Per ongeluk gaat hij naar bed met een vrouw die hij al jaren uit de kroeg kent, contacten met zijn dochter heeft hij niet meer, zijn vrouw Helle zet hem de deur uit en zo gaat Veldstra onafwendbaar richting goot en ellende.

Van Nimwegen doet zijn uiterste best zijn (anti)held en ons geen enkel leed te besparen: iedereen verlaat hem, hij is bijna aan de drank, hij zit in de pornowereld, zijn carrière als leraar is al veel eerder mislukt, zijn voortdurende toespelingen op poëzie worden door niemand begrepen. Als dit geen loser is dan weet ik het ook niet meer. Het is alsof de schrijver zich verlekkert in zoveel treurigheid en leed.

Veldstra was een aardige man. Dat zijn de ergsten. Ze zadelen hun omgeving op met schuldgevoelens om hun geschonden argeloosheid en hun gekwetst zwijgen is oorverdovender dan het gevloek van onsympathieke, ruwe mannen. Voor de bijl moeten ze, helden en antihelden, de grote wereldveroveraars net zo goed als de gevoelige, kleine mannen in hun goudgele wereld van Boccherini, glaasje wijn en met de poes op schoot dommelen boven een goed boek.

Natuurlijk berust het beeld dat de verteller hier van losers geeft op een bekende literaire truc: de omkering. In feite probeert hij ons ertoe over te halen medelijden te hebben met Veldstra: deze stille, brave man die zich alles laat aanleunen, die zich met poëzie staande probeert te houden en die vergeefse pogingen onderneemt nog enig geluk uit het leven te halen.

Bezwaar is dat de literaire middelen waarmee Van Nimwegen deze Veldstra begeleidt op zijn jammerlijke tocht door de lagere regionen van onze maatschappij nogal eens te zwaar zijn aangezet. Het leed en verdriet is zo zwaar en onoverkomelijk geschilderd dat je als lezer begint te verlangen naar enig tegenwicht of begint te denken: ja, oké, maar nu weten we het wel, mogen we al naar huis. Van Nimwegens vorige boek Van Tol kijkt om werkte wat dit betreft met subtielere ingrediënten: meer geheimen, meer stiltes en meer onuitgesproken verlangens.

Misschien zou hij in een volgend boek de grote ernst van zijn problematiek iets lichter moeten inkleden. Hij zou zijn lezers wat meer ruimte moeten gunnen, nu dreigt zijn op zich kundige schrijversschap te veel te worden ondergesneeuwd door al te vooropgezette bedoelingen en expliciteringen. Geef ons lucht en ruimte, laat ons ademen, geef ons minder zwaar aangezette helden. Hou de kaarten op zak: vermom de triestheid.

Kees ’t Hart

Arjaan van Nimwegen – Welkom thuis. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 128 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 5 december 2003.