Een multifunctioneel sinterklaasgedicht

Het idee van een biografie is doorgaans dat je het leven van je onderwerp beschrijft vanaf de geboorte (met wellicht nog wat inleidende schermutselingen betreffende het voorouderdom) tot aan de dood (met eventueel nog enige postume wederwaardigheden en nagelaten invloeden). Da’s degelijk, braaf en overzichtelijk. En niet erg creatief. Vandaar de binnengeslopen gewoonte om in medias res te beginnen. Met een kenmerkende ontmoeting, voorstelling, publicatie, redevoering of waar het gewaardeerde onderwerp zich ook maar mee bezig hield. Soms zijn dat gedichten.

Ik ben zelf een groot voorstander van deze aanpak, die de beschrevene meteen kernachtig neerzet zonder dat je je eerst door kraamzorg, kleuterschool, invloedrijke onderwijzers en een excentriek gymnasium hoeft te worstelen. Dat komt allemaal later wel.

Bijkomend voordeel van zo’n chronologisch gezien losstaand eerste hoofdstuk is dat het zich uitstekend leent als voorpublicatie. Het schrijven van een biografie vergt vele jaren en dan is het raadzaam om op enig moment de wachtende getrouwen er nog eens aan te herinneren dat het definitieve boek er toch echt aan zit te komen.

Het onlangs verschenen Een dichter op de kruising van emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Dick van Halsema en met als ondertitel ‘Leopold rond 1900’, is zo’n voorgeboorte. De tekst zal zijn definitieve plaats vinden als eerste hoofdstuk in de volledige biografie van de dichter J.H. Leopold (1865-1925). Als opwarmertje kwijt het boekje zich meer dan voldoende van zijn taak: Van Halsema is een begaafd verteller en, misschien nog belangrijker, Jan Hendrik Leopold toont zich een veelzijdiger mens dan menigeen altijd geleerd heeft. De eenzame, teruggetrokken leraar klassieke talen aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam was zeker niet alleen maar ‘saai’.

Van Halsema bouwt zijn betoog op rond vier gedichten uit het najaar van 1899 die ondanks het opschrift ‘Voor 5 december’ pas in februari 1900 in De nieuwe gids verschenen. Jammer, want de eerste regels lijken aan te geven dat ze toch heus als (sinterklaas)cadeautje waren bedoeld.

Dit wilde ik u gegeven weten,
wat ik gemaakt heb deze dagen
van zorgen voor anderen en omgedragen
in mij, waaraan ik heb bezeten
een vreugd vooraf, een blijde plicht
van aandacht geven, een toevlucht
en afgezonderdheid, een plek
van koestering, waar de stille trek
des harten heen was, als het drong
mij te bedenken, wat ik kon
te binnen brengen van wat was
tusschen ons beide tweeën; was
dit niet met vreugde zachtgestemde,
meewarigheid, die algemeen
om U, om allen was, nu ik nog een-
maal kwam en U dit toebestemde
en toesprak en met zachten wil de
bedruktheid van U nemen mocht,
een vreugde zonder achterdocht
U brengen en U goed zijn wilde.

In 1900 heeft Leopold nog steeds geen dichtbundel gepubliceerd. Zijn gedichten verschenen wel in De nieuwe gids waar de redactie hem zag als een van de vooraanstaande jonge dichters van dat moment. Toch aarzelden zij toen ‘Voor 5 december’ op hun bureau lag. De (te) late plaatsing werd vooral veroorzaakt omdat er bedenkingen waren vanwege de trendbreuk met het eerdere werk. Van Halsema beschrijft hoe veel van Leopolds ultra-sensitieve gedichten passen in een verhulde zelftwijfel na de verbroken relatie met zijn verloofde, dan inmiddels zo’n dertien jaar eerder. Maar rond 1900 helpen filosofen als Spinoza en ook de klassieke stoïcijnen hem op weg om met persoonlijke hartstochten afstandelijker en evenwichtiger om te gaan. Ondanks de sinterklaasthematiek in de titel en de eerste strofen ademt ‘Voor 5 december’ vooral een verwerking van die oude, teleurstellende liefde.

Overigens was het, uiteindelijk mislukte, 5-decembercadeautje niet voor die oude liefde bestemd, een vrouw die inmiddels zijn schoonzus was, maar juist voor een contemporaine beminde, ook getrouwd en moeder van drie kinderen.

Tenslotte kun je de gedichten nog zien in een langere familiaire traditie waarin ze mogelijk reageren op een soort poëzie uit voor ons onverwachte hoek. Leopolds tante Katrien, een zus van zijn vader, en lerares aan de kweekschool in Groningen, was indertijd bekend als schrijfster van kinderpoëzie. Haar naam zijn we vergeten, maar enkele van haar sinterklaasgedichten kennen we nog steeds: ‘Hij komt, hij komt, de lieve, goede sint’, ‘O, kom er eens kijken’, ‘Sinterklaas, zegt moe’ en nog een handvol anderen zijn door haar geschreven.

Wellicht kon Leopold een glimlach niet onderdrukken toen hij boven zijn tamelijk hermetische gedichten over een liefdesimpasse uiteindelijk ‘Voor 5 december’ neerschreef.

Jan de Jong

Dick van Halsema – Een dichter op de kruising. Historische uitgeverij, Groningen. 72 blz. € 20,00.