Recensie: Elin Meijnen – Huisje 13. Overleven zonder wifi
Een wifi-wappie als moeder
Toen ik op de middelbare school zat, woonde ik een aantal maanden op een vakantiepark. Mijn ouders hadden een nieuw huis gekocht dat verbouwd werd, en zodoende namen we onze intrek tussen de Poolse bouwvakkers en gescheiden mannen van middelbare leeftijd. Los van het feit dat er op het park weinig te beleven viel en het in onze optiek ver van de bewoonde wereld lag, ontbrak het er (we schrijven halverwege de jaren ’00) aan internet. Zodoende werden we dus noodgedwongen afgesloten van digitaal contact met leeftijdsgenoten en online spelletjes. De verveling lag snel op de loer, en na de verhuizing waardeerde ik het internet als nooit tevoren.
De hoofdpersoon van Huisje 13, de veertienjarige Ronja, komt na de scheiding van haar ouders in een vergelijkbare situatie terecht. Vader trekt zich met nieuwe partner en stiefkinderen terug in een villa in Den Haag, en moeder ontmoet een nieuwe vriend met een natuurwinkel. Dit is de opmaat naar een radicale ommezwaai: van een drukke zakenvrouw verandert ze in iemand die in en van de natuur wil leven. Daar komt het contact met de Stoorzenders bij; een groep mensen die zich tegen de Overheid keert en over van alles druk maakt, vooral de invloed van 5G en andere straling op hun gezondheid. Moeder en partner besluiten zich daarom te vestigen op een vakantiepark in de polder, en Ronja moet noodgedwongen maar mee. Aanvankelijk staat ze hier positief in: ze wil ook wel graag in rust en tussen de dieren leven, en hoopt vooral dat het weer goed zal gaan met haar moeder. Die kwijnt echter al snel weg en verliest het contact met haar dochter, en na een incident is Ronja zelfs niet meer welkom in haar huis. Stiefvader huurt zodoende een ander huisje op het park, knapt dit een beetje op en leert Ronja de beginselen van op jezelf leven aan, waarna het hoofdpersonage Huisje 13 betrekt en aldaar haar eigen boontjes moet zien te doppen.
Waar mening tiener vermoedelijk zal gruwelen van dit hele scenario, is de Roversdochter het type van roeien met de riemen die je hebt. Met vallen en opstaan leert ze boodschappen doen met een beperkt budget, haar moestuin verzorgen en groente oogsten, maaltijden koken (veel pasta met tomatensaus en kaas) en het huisje verwarmen, wat in de winter geen sinecure is. Ook het sanitair werkt niet altijd mee, wat het verblijf er niet beter op maakt. Naast dit ‘overleven in de wildernis’ is Ronja echter ook nog een tiener die naar school gaat, huiswerk maakt en stresst over toetsen, al kan ze gelukkig vrij makkelijk leren. Omdat ze zich schaamt voor haar thuissituatie verbergt ze die voor haar vriendinnen en mentor, die natuurlijk langzaam in de gaten krijgen dat er iets niet in de haak is. Zo bezien is het gebrek aan wifi uit de ondertitel van het boek slechts een van de vele gebreken waar de puber mee moet dealen, al draagt dit natuurlijk bij aan de eenzaamheid en noodzaak tot zelfredzaamheid die ze ervaart.
Ik zal toch echt op moeten staan, de kachel aandoen en theezetten. Ik heb boodschappen nodig. Geld voor croissants heb ik niet, wel voor meel en gist, en dan bak ik straks brood.
Ik staar naar het dak met de houten balken en luister naar de regen. Het waait een beetje in de kamer en ik trek het dekbed tot over mijn kin. Nog héél even niet.
Het leuke aan Huisje 13 is dat Ronja’s situatie niet zo vreselijk wordt omschreven als deze wellicht klinkt: het helpt haar juist om op te groeien, zelfstandig te worden en haar relaties met familie en vrienden te waarderen of bevragen. Ronja’s vriendinnen hangen de hele dag op hun slaapkamer, gekluisterd aan sociale media en filmpjes op hun mobiel, en ontwikkelen zich dus heel anders dan Ronja. Wanneer ze af en toe een weekend bij haar vader doorbrengt in alle luxe die veel pubers gewend zijn, mist ze haar moestuin en de rust van het vakantiepark. Haar vader, stiefmoeder en hun kinderen zijn ook allemaal ontzettend met zichzelf bezig, en hebben eigenlijk geen oog voor Ronja en haar situatie. Dat is wel anders op het park, waar gescheiden buurvrouw Victoria en haar tienerzoon Johnny zich steeds nadrukkelijker over de veertienjarige ontfermen. De steun van deze excentrieke figuren is hartverwarmend en vormt een welkom contrast met de andere mensen in haar omgeving. Uiteraard krijgt Ronja ook gevoelens voor deze iets oudere Johnny, en gaat ze vaak met hem zwemmen of vogels spotten, waarbij de romantiek langzaam maar zeker opbloeit.
Wat deze roman toegankelijk maakt voor veel lezers, is de eenvoudige stijl van korte zinnen en directe gedachteweergave van Ronja, waardoor we continu dicht op haar huid zitten. Ook bevat het boek korte hoofdstukjes van enkele pagina’s, waarin het dagelijkse leven op het park en de school wordt afgewisseld met de aanloop naar de bijzondere leefsituatie van Ronja. Uiteindelijk ontstaat er ook nog wat spanning als mentor en vader ontdekken dat de tiener op zichzelf woont, en dreigt een noodgedwongen vertrek, wat Ronja zelf beslist niet wil. Ze wil niet ‘bevrijd’ worden door anderen uit haar erbarmelijke situatie; ze is juist trots op haar huisje, blij met haar contacten op school en het vakantiepark (en verliefd op haar buurjongen). De droom van een 5G-bundel ruilt ze in voor die van een zelfvoorzienend leven met eigen huis en tuin, en ze moet er niet aan denken om weer onder het juk van bemoeizuchtige ouders te leven. Daarmee vertolkt het boek ook het verlangen naar vrijheid dat veel pubers en adolescenten ervaren, maar is het natuurlijk niet blind voor de uitdagingen die daarmee gepaard gaan.
Uiteindelijk is Huisje 13 een boek dat bijna leest als een ode aan de klassieke jeugd van voor wifi, de smartphone en alles wat daarmee gepaard gaat. Er komen heel wat thema’s aan de orde, van natuur en gezondheid tot complotten over straling, evenals het leven op jezelf en je verhouding tot familie, vrienden en lotgenoten. Ook laat de jeugdroman een deel van onze maatschappij zien dat normaal meer verborgen blijft: mensen die zelfvoorzienend en buiten de gebaande paden leven, en hoe hun kinderen daarin tegen wil en dank mee worden gesleept. De voor- en nadelen van zo’n bestaan wisselen elkaar mooi af, en hoewel Ronja haar moeder ziet als een wifi-wappie, wordt zij neergezet als een gestresste vrouw met onduidelijke klachten die de grip op haar gezinsleven en daarna de realiteit verliest. Het boek bevat ook weinig figuren die echt onsympathiek zijn, maar wel personages (vooral ouders) die ondoordachte of onhandige keuzes maken, en door hun eigen beslommeringen te weinig oog hebben voor Ronja. Daarmee zal het boek herkenning bieden voor veel tieners, ook al leven die zelf niet op een vakantiepark. Huisje 13 is een uitstekend boek voor de minder geoefende lezer in de onderbouw, en biedt voldoende stof tot nadenken.
Willem Goedhart
Elin Meijnen – Huisje 13. Overleven zonder wifi. Blossom Books, Zeist. 280 blz. € 18,99.
Leerlingen in het voorgezet onderwijs lezen graag eigentijdse populaire jeugdboeken: van Mel Wallis de Vries tot Cis Meijer of Anna Woltz en Maren Stoffels. Deze zomervakantie lezen redacteuren van Tzum en docenten Nederlands enkele van deze boeken en vellen hierover hun deskundig oordeel.