Recensie: Herman van de Wijdeven – Julia en mijn broer en ik
Zinderende zomerliefde
Julia zit met haar kin op haar borst.
Waarom ben je bij hem? wil ik zeggen. Hij is niet lief voor je. Hij is bot en ongeduldig en hij denkt alleen maar aan zichzelf. Alleen aan Esse. Hij ziet je niet. Niet zoals ik jou zie: helemaal.
Ik wil het zeggen, maar ik zeg het niet. Ik bijt op mijn lip en slik het in.
Aan het woord is Jakob (bijna veertien), beter bekend als Mug, of het irritante broertje van Esse, de beste voetballer en daarmee populairste jongen van een plattelandsdorp aan de grens. Tussen hen in staan Julia: het mooiste meisje uit het dorp, dat voorbestemd is om Esse’s vriendin te zijn. Het botert alleen niet zo tussen die twee de laatste tijd, terwijl Jakob een bijzondere en intieme band ontwikkelt met het eigenzinnige vriendinnetje van zijn broer.
Jeugdboeken over sluimerende en onbeantwoorde liefdes zijn van alle tijden, maar Herman van de Wijdeven heeft een tijdloos boek geschreven over een gevoelige puberjongen. Jakob is zo iemand die je direct in je hart sluit: intelligent, opmerkzaam, sociaal, maar in het openbaar juist onzichtbaar. Samen met zijn vrienden, de een nog eigenaardiger dan de andere, hangt hij maar wat rond in een zomervakantie die eindeloos lijkt te duren. Hoogtepunt zijn de bezoekjes aan de kermis, waar Esse natuurlijk het beste baantje heeft bij de botsauto’s. Daar ontvlamt het verhaal dan ook, wanneer Jakob op een avond getuige is van een ruzie tussen zijn broer en een kerel die bekend staat om zijn smerige zaakjes.
Opeens ziet Jakob een kans om uit de schaduw te stappen: hij zal zijn broer helpen en daarmee de held van het dorp worden, en veel belangrijker nog, indruk maken op Julia. Tussen die twee is het hele boek iets ongrijpbaars gaande; zij is de oudere en verstandige puber, Jakob het jochie dat vroegrijp is voor zijn leeftijd en met haar een connectie ervaart, zowel geestelijk als fysiek. De wederzijdse aantrekkingskracht en het noodzakelijke afstoten worden door Van de Wijdeven met veel gevoel beschreven. Er is sowieso veel aandacht voor details, ook de plekken in en rondom het dorp waar de figuren zich ophouden, zoals afgedankte kleiputten waarin gezwommen wordt, een verlaten huis bij een watertoren, de brandende hitte en zwoele nachten: alles wordt beeldend en treffend beschreven.
Waar jeugdboeken nogal eens oppervlakkig blijven in het beschrijven van fysieke verlangens of zelfs het uiterlijk en de bewegingen van personages, is dat in Julia en mijn broer en ik zeker niet het geval. Je ervaart hoe Jakob zich in één zomer ontwikkelt van een speelse jongen, die met waterpistolen zijn zusje door de tuin achtervolgt, tot een puber wiens lichaam hevig reageert op de aanwezigheid van Julia. Hij raakt hier zelf van in de war en roept zichzelf tot de orde; zij is immers van zijn broer, maar gaandeweg raakt hij hier steeds minder van overtuigd, en laat hij zijn gedachten en fantasie over een leven met haar de vrije loop. Interessant is dat wij als lezers niet in het hoofd van Julia kunnen kijken en ons het hele verhaal afvragen hoe zij in de wedstrijd staat. Ook deze puber is nog niet volwassen, en ze lijkt volop te experimenteren met de macht en hongerige ogen die op haar engelachtige verschijning rusten.
Julia maakt zich los van de doelpaal en begint op handen en knieën naar me toe te kruipen, heel traag. (…) Ze is een warm en lenig dier. Tussen haar schommelende borsten zit diep, draaierig makend donker. Ik probeer mijn ogen ervan weg te houden.
Als Jakob stiekem op pad gaat om de problemen van zijn broer op te lossen, raakt hij betrokken bij een smokkeloperatie die een extra spanningslaag aan het verhaal toevoegt. Al doende begint zijn geweten te knagen: is het wel verstandig wat hij doet, en hoeveel heeft hij over voor Julia, die steeds maar weer zegt dat ze van zijn broer houdt, ondanks zijn vervelende gedrag. Uiteindelijk loopt zijn actie behoorlijk in de soep en sluit het net van gevaar en dreiging zich steeds strakker rondom hem, waarna het plot tot een ietwat overdreven climax komt. Gelukkig krijgt hij hulp van zijn sympathieke vriendengroep, en steekt ook Julia een handje toe om zijn huid te redden.
Wat deze roman verder interessant maakt, is de gezinsdynamiek waarbinnen Jakob zich bevindt. Zijn vader is een stille man die net als hijzelf op de achtergrond blijft, maar uiteindelijk net als zijn zoon meer in zijn mars blijkt te hebben. Moeder is een energieke, kettingrokende vrouw die alles hoort en ziet, haar kinderen streng opvoedt en het gezin draaiende houdt. Esse is de klassieke puberzoon die enerzijds op handen wordt gedragen vanwege zijn succes als voetballer, maar zich ook steeds sterker afzet tegen zijn ouders. Ten slotte is er dan nog het jongere zusje dat overal een beetje bijhangt, haar broers adoreert en op een andere manier opkijkt tegen Julia. Het gezin en hun onderlinge verhoudingen worden ook weer treffend geschetst in hun doen en laten, en als het erop aankomt blijken ze een stuk hechter dan Jakob zelf vermoedt.
Uiteindelijk is de hamvraag natuurlijk of Julia het vriendinnetje van Esse blijft, of dat ze toch voor zijn broertje valt. De uitkomst zal ik niet verklappen, maar Van de Wijdeven heeft een passend slot in petto voor zijn meeslepende boek. Dit overtuigt vooral door de krachtige manier waarop hij de gevoelens en verlangens van zijn personages beschrijft, waardoor je onvermijdelijk meeleeft met de hobbelige manier waarop ze opgroeien. Een heerlijk boek dat niet al te ingewikkeld (en dik) is, maar wel met vaart, oog voor detail en lef geschreven is, en waar veel worstelende pubers zich ongetwijfeld in kunnen herkennen.
Willem Goedhart
Herman van de Wijdeven – Julia en mijn broer en ik. Querido, Amsterdam. 184 blz. € 17,99.
Leerlingen in het voorgezet onderwijs lezen graag eigentijdse populaire jeugdboeken: van Mel Wallis de Vries tot Cis Meijer of Anna Woltz en Maren Stoffels. Deze zomervakantie lezen redacteuren van Tzum en docenten Nederlands enkele van deze boeken en vellen hierover hun deskundig oordeel.