De volgende recensie over Ik ben er voor niemand is voor het eerst gepubliceerd in 2003.

Verlekkerd zelfmedelijden

Ik ben er voor niemand van Ingmar Heytze bestaat uit een groot aantal kleinere stukjes: ze zijn soms niet langer dan een zin en maar een paar keer langer dan een pagina. Ze beschrijven de niet al te wereldomvattende belevenissen van ene Retour Afzender die vertelt over zijn dagelijkse bestaan en over de gedachten die hij daarover heeft.

Helemaal los staan ze niet van elkaar, we komen steeds dezelfde figuren tegen: een gefrustreerde kabouter, een cynische vos (die steeds hatsekiedee roept), een romantische eenhoorn en het meisje Egel dat de nogal sombere en eenzelvige held heeft verlaten, maar op het einde weer bij hem terugkeert. Zo samengevat lijkt dit bonte verzamelboekje toch op een kleine roman met een samenhangend verhaal, maar dat is het niet. Het bevat voor het merendeel losse bespiegelingen van en over een held.

Zo’n boekje met stukjes moet op een of ander gebied uitblinken wil het langer blijven hangen dan de tijd dat je het leest. Er moet iets aan stijl, wereldbeeld en toon in te vinden zijn dat pakkend is, iets waarvan je denkt: nou, zo kan ie wel weer, gooi er maar rustig een schepje bovenop, ik blijf heus wel doorlezen. En dat je dan schaterend, of woedend, of ademloos van stilistische bewondering door wilt blijven lezen.

Dat is niet gelukt, ik kreeg nergens last van, misschien alleen van een vorm van onverplichtende verveling over zoveel zelfmedelijden en zoveel expliciet uitgeserveerd verlekkeren in zielig, zijn zelfs als de stukjes grappig bedoeld waren. ‘De eeuwigheid wat zal ik er van zeggen… ik ben er niet op gebouwd,’ staat er bijvoorbeeld. Nou goed, wie wel. Of deze:

Huilen legt niets uit en lost niets op. Je drinkt, je roept dingen waar je spijt van krijgt, je krijgt spijt, je huilt. Je bent een vormeloze wolk van vlees, dat is alles wat je bent. En voorbijdrijven kun je ook al niet!

Zou dit diepzinnig bedoeld zijn? Het uitroepteken duidt er wel op, blijkbaar vindt de held uit dit boekje zichzelf een scherpzinnig filosoof op het gebied van de Zelfmedelijdologie, een belangrijke richting in de Nederlandse literatuur tuur van dit moment. En zo gaat het voort en voort, ik heb hier zeker niet de twee enige citaten uitgekozen, gooi een willekeurige bladzijde open en daar gaan we weer:

Al mijn liefdesbrieven ontsporen halverwege in grafredes en zingen kan ik ook al niet.

Echt grappig is dit dus ook niet.

Natuurlijk pleit ik niet voor boeken waarin alles van heisa hopsasa gaat en iedereen gelukkig is. Geef mij een rancuneuze held, een woedende heldin die wild om zich heen slaat, een enge trut waarvan ik toch ga houden, een vervelend ventje met een geestige blik op de wereld dat ik in mijn armen wil sluiten of nog eens extra ga haten. Voorbeelden te over in de literatuur. Maar liever niet dit zo expliciet en dreunend uitgevoerde halfironische gesombermans, dat alleen een pose is, een somberheidspose die zich aan me probeert op te dringen met veel gehuil, gedram, gezielig, getreur en zich verliest in verlekkerd zelfmedelijden. En die veel te weinig ruimte openlaat voor nadere overpeinzingen.

Kees ’t Hart

Ingmar Heytze – Ik ben er voor niemand. Podium, Amsterdam. 112 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 21 november 2003.