Een vader met geheimen

In haar eerder dit jaar verschenen Vader zoeken doet Mirjam Rotenstreich precies dat: haar vader zoeken, of misschien is het beter om te zeggen: haar vader contour geven, maar dat is weer niet zo’n fijne titel voor een boek. De ondertitel luidt: De eeuw van Natan Rotenstreich (1912-2014).

Haar kennis over de achtergrond van haar vader, erkent de schrijfster, bestond ‘uit een schamel aantal feiten, die ook nog eens niet allemaal bleken te kloppen.’ Hij sprak niet over zijn verleden en zij had schroom om ernaar te vragen. Aan interviews om zijn leven in kaart te brengen, werkte hij liever niet mee. In de zomer van 1992 kwam het tot een eerste gesprek tussen vader en dochter. Bij die gelegenheid legde hij een officieel ogend document op tafel, waarop de namen van zijn ouders, zijn geboorteplaats, zijn naam en zijn geboortedatum.

‘Pap, kijk, een fout.’ Ik wees naar de datum. Daar stond ’16-12-1912’ in plaats van ’16-12-1916’.
‘Hier staat het juist goed,’ zei hij.
‘Goed? Wat bedoel je?
‘Ik ben niet in 1916 geboren, maar in 1912.’

Mirjam Rotenstreich, die tot dat moment dacht dat haar vader zesenzeventig jaar oud was, zat ineens tegenover een man van tachtig.

Natan Rotenstreich werd dus op 16 december 1912 geboren, in Budzanów, een klein plaatsje in de landstreek Galicië die toen deel uitmaakte van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (die in 1918 uiteenviel), maar in 1914 werd bezet door de Russen. De streek lag in Oekraïne, in Polen, in de Sovjet-Unie en na het uiteenvallen daarvan weer in Oekraïne. In zijn Nederlandse paspoort stond als geboorteland Polen vermeld en volgens Mirjam Rotenstreich is hij zich altijd Pool blijven noemen.

Ingewikkeld genoeg allemaal, maar in haar zoektocht naar de achtergrond van haar vader werd Rotenstreich ook gehinderd door zo’n dertig spellingsvarianten van haar achternaam, van Rothenstrauch (zoals op het geboortedocument van haar vader) via Rotensztrajch tot Rothenstroch.

Een andere hindernis was, zoals opgemerkt, de geringe mededeelzaamheid van haar vader. Die had, zo bleek, te maken met angst. In een opgenomen vraaggesprek dat een vriendin van de schrijfster op haar verzoek met haar vader had, zegt hij:

‘Ik heb niet de waarheid verteld, ik heb alles anders verteld dat het was, omdat ik hier niet alles kon vertellen. Dat zou misschien wel gevaarlijk kunnen zijn.’

Natan Rotenstreich had al wel, toen zijn ware geboortejaar aan het licht was gekomen, verteld dat hij in 1939 was ingelijfd bij het Rode Leger. Hij had zijn studie afgebroken – hij was voor bestemd om rabbijn te worden – en bekeerde zich tot het communisme. In het leger was hij tolk en telegrafist. Op 28 april 1945 trok hij met de artillerie Berlijn binnen. Met een niet-officieel persoonsbewijs (waarop de fout met de geboortedatum was gemaakt) kwam hij via een kamp voor displaced persons in Duitsland als Poolse Jood in 1948 in Nederland aan. Hij ging aan de slag in Kinderdorp Ilaniah bij Apeldoorn waar hij aan 450 Roemeense verweesde Joodse kinderen Hebreeuwse les gaf. In 1951, toen Natan twee maanden was getrouwd, ondernam hij een poging om te emigreren naar Canada. Dat hij in het Rode Leger had gediend, liet hij onvermeld, maar desondanks werd zijn herhaald verzoek afgewezen.

Zo komt het dat Mirjam Rotenstreich in 1959 in Amsterdam werd geboren. Ze groeide op in een weinig harmonieus gezin. Haar vader vertrouwde haar veel later toe dat hij nooit met haar moeder had moeten trouwen – die was in 1993 definitief vertrokken. Maar 

‘je komt naar een land, je spreekt de taal niet, je kent niemand, je bent blij dat je jiemand leert kennen, dat je gezelschap hebt, je bent opgenomen, je bent niet alleen, je hebt jiemand naast je, dan ga je niet verder diep onderzoek doen, daar ben je blij mee.’

‘Jiemand’ – het is lief hoe Mirjam Rotenstreich sommige eigenaardigheden in de uitspraak van haar vader weergeeft. Maar oprecht is ook de weergave van een telefoongesprek waarin Natan zich tegen haar keert. De volgende dag belt hij om te zeggen dat het hem spijt: ‘Klaine maid, je moet weten, ik ben een schaduw van wat ik ooit was.’

Waar was Natan Rotenstreich zo bang voor dat hij zijn leven lang nooit de waarheid heeft verteld? Waarom beweerde hij dat hij van ’42 tot ’45 ondergedoken had gezeten in Czortków, niet ver van zijn geboorteplaats? Zijn dochter veronderstelt dat hij, als hij niet had verdoezeld dat hij als soldaat in het Rode Leger had gezeten, hij nooit de status van displaced person had gekregen. Hij zou dan na de oorlog zijn teruggestuurd naar de Sovjet-Unie. Maar had hem, na al die jaren en eenmaal genaturaliseerd tot Nederlander, dat alsnog kunnen overkomen?

Vader zoeken is een beklemmend verhaal over de speurtocht naar de man in wie de twintigste eeuw zijn sporen heeft nagelaten. Een Jood die ooit zionist was maar er na de oorlog niet voor koos om naar Israël te emigreren:

‘Toen Israël als zelfstandige staat was uitgeroepen, zijn de Arabieren en Palestijnen binnengevallen en toen dacht ik: ik heb genoeg aan één oorlog, ik heb geen tweede oorlog nodig.’

Ik bewonder de manier waarop Mirjam Rotenstreich zich in de geschiedenis van haar vader heeft vastgebeten. Het boek is meer dan een persoonlijke geschiedenis, die hele tragische twintigste eeuw trekt aan ons voorbij en dan is er nog wat zij noemt Natans naleven. Ze wijst op de Russische inval in Oekraïne, de aanval van Hamas op Israëlische burgers en de oorlog die sindsdien heel Gaza heeft verwoest met talloze burgerslachtoffers.

Het idee van Israël als veilige plek voor Joden is vernield. En velen zijn alweer vergeten dat er vóór 7 oktober 2023 keer op keer duizenden mensen de straat op gingen om te protesteren tegen de regering van Netanyahu, die bezig was de democratie uit te hollen.

Toch moet één opmerking mij van het hart. In een boek waarin data nogal belangrijk zijn, wordt het interview met Natan Rotenstreich in Het Parool één keer gedateerd op 26 april 1996, een andere keer op 31 oktober 1984, terwijl het in werkelijkheid in de krant stond op 31 oktober 1981. Overigens hield Rotenstreich ook toen vast aan zijn verhulling van de waarheid: ‘Ik ben toen [de Duitsers in 1941 Rusland binnenvielen] ondergedoken bij vrienden, het niet-joodse links-intellectuele Poolse gezin Halkievicz, en ben zo de oorlog doorgekomen.’

Frank van Dijl

Mirjam Rotenstreich – Vader zoeken. De eeuw van Natan Rotenstreich (1912-2014). 250 blz. De Geus, € 24,99.

Het interview met Natan Rotenstreich in Het Parool is te vinden op Delpher.nl.