Je kunt nu internetten en gamen

Het is al enkele decennia geleden dat ik het essay ‘De twee Robinsons’ las in Het geminachte kind van Guus Kuijer. Daarin beschrijft Kuijer zijn leeservaring bij Robinson Crusoe.

Voor mij was de lol er pas af toen Vrijdag op het toneel verscheen. Robinson verandert op slag in een opvoeder en dat is voor een kind niet lollig om te zien.

Sindsdien ben ik altijd op mijn hoede voor wijze, oude mannen in verhalen. Voor een docent lijkt me dat een nastrevenswaardige houding.

Door die houding ben ik wat minder enthousiast over De jongen van het godeneiland van Rindert Kromhout. Dat wil ik helemaal niet zijn, wan Kromhout heeft de laatste decennia prachtige romans geschreven die tot de young adult-literatuur behoren, maar die volwassen thema’s behandelen. Lees zijn boeken over Bloomsbury Group of Klaus Mann maar na. Ook De poppenspeler van Lampedusa heb ik met veel plezier gelezen. Matteo, de oude poppenspeler in kwestie, komt op Sicilië aan en wordt door de 18-jarige Luca op zijn scooter naar een B&B gebracht. Luca heeft een baantje als kaartjesverkoper in het Pirandello Museum en daar komen de twee elkaar weer tegen. Er ontstaat langzamerhand een vriendschap tussen de oude man en Luca, die van Matteo de waarde leert van het vertellen van verhalen. Als hij iets zou weten van de schrijver Pirandello, dan kan hij bijvoorbeeld meer doen dan passief bij de kassa wachten op nog een bezoeker.

Er spelen andere verhaallijnen een rol, zoals de moeizaam opbloeiende liefde van Luca voor een meisje met strenge geloofsopvattingen, de politieke situatie in de wereld (vooral dankzij de jongere broer van Luca), de macht van de maffia et cetera. Er is ook nog een homoseksuele bijfiguur die niet een slachtofferrol aanneemt, maar dat laat onverlet dat de belangrijkste lijn in deze jeugdroman gaat over het vertellen van verhalen. Het is Matteo die Luca aan het opvoeden is. Hij leent boeken uit, hij neemt Luca mee naar het theater, hij geeft adviezen over hoe verhalen verteld moeten worden. Matteo weet dat hij die rol speelt en de schrijver laat hem in die zin ook op zijn eigen rol reflecteren, maar dat verandert niets in de verhouding tussen de twee hoofdpersonages: Matteo is en blijft een opvoeder (en blijft dat tot het bittere eind). Een voorbeeld: Matteo zit met Luca en zijn vrienden te praten op een terras:

‘Krijg je er nooit genoeg van, van dat verhalen vertellen?’ vroeg Stefano. ‘Ik bedoel: je kunt nu internetten en gamen, dat vindt iedereen veel leuker. Straks komt er niemand meer naar je luisteren.’
‘Daar ben ik absoluut niet bang voor,’ zei Matteo. ‘Verhalenvertellers zijn er al zolang de mensen bestaan, hoezeer de wereld sindsdien ook is veranderd. Een verteller of toneelspeler zien, horen, ruiken en zijn emoties als het ware voelen is nu eenmaal iets anders dan naar een schermpje kijken. Maar nu word ik echt te belerend. Het is de hoogste tijd voor me om naar bed te gaan voordat ik jullie ga vervelen. Hopelijk zien we elkaar snel weer.’

Hier wordt de lezer een lesje geleerd. Mijn allergie tegen opvoeders speelt op. Ik ga De jongen van het godeneiland niet op de advieslijst zetten voor mijn studenten, al mogen ze het boek natuurlijk wel lezen. Er zijn genoeg romans van Kromhout waarin hij de lezer wel serieus neemt. Die raad ik van harte aan.

Coen Peppelenbos

Rindert Kromhout – De jongen van het godeneiland. Leopold, Amsterdam. 144 blz. € 17,99.

Leerlingen in het voorgezet onderwijs lezen graag eigentijdse populaire jeugdboeken: van Mel Wallis de Vries tot Cis Meijer of Anna Woltz en Maren Stoffels. Deze zomervakantie lezen redacteuren van Tzum en docenten Nederlands enkele van deze boeken en vellen hierover hun deskundig oordeel. Hier vind je de boeken die eerder besproken zijn.