Recensie: Tom Lanoye – Het drama van de tragedie
Griekse tragedies en democratie
Op 17 mei 2025 verzorgde Tom Lanoye in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de Homeruslezing, georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond en sinds 2018 een jaarlijks evenement. Hij gaf zijn lezing de titel Het drama van de tragedie.
Lanoye’s vertrekpunt is de vondst in Egypte van een papyrus in een dubbelgraf van een vrouw en een kind, beschreven in Oudgrieks. Het leek te gaan om een heuse grafgift. Nader onderzoek leerde dat delen van de tekst overeenkwamen met beroemde regels van Euripides. Niet nader te traceren tekstdelen lijken eveneens aan Euripides toegeschreven te mogen worden. Aangezien van de Grote Drie, Aischylos, Sofokles en Euripides, slechts eenendertig stukken zijn overgeleverd van de ruim driehonderd die ze geschreven moeten hebben, is het goed mogelijk dat het papyrus verzen bevat van niet-overgeleverde stukken van Euripides.
Minstens tweehonderdzeventig stukken van een toneelkunst die een bepalend element is geweest en nog steeds is voor onze beschaving door ‘de moker van de tijd’ verpulverd? Voor Lanoye is die gedachte ondraaglijk, waar nog eens ergernis bijkomt van het besef dat we niets eens kunnen weten wat we missen.
De bloei van het Atheense drama valt samen met die van de Atheense democratische stadsstaat en dat is niet toevallig. Isegoria, het gelijke recht van spreken, en de inrichting van politieke instituties die participatie van grote aantallen gewone mensen vereiste én stimuleerde, schiep een nieuwe, zelfbewuste politieke klasse. Die deelnam aan de debatten en de besluitvorming van de algemene vergadering op de Pnyx, maar enthousiaster nog aan de festivals in het Dionysostheater, dat plaats bood aan 17.000 (!) mensen. Pardon, mensen is niet helemaal correct uitgedrukt. Het ging om mannen en dan nog alleen om vrije mannen (geen slaven dus) die konden bogen op gecertificeerde Atheense afstamming. De uitsluiting van vrouwen was totaal: op de Pnyx werden ze niet toegelaten en in het theater evenmin. Vrouwenrollen werden gespeeld door mannen. Die wetenschap vergroot overigens het raadsel van de vondst van de papyrus-grafgift in het graf van een vrouw. Ze kan geen actrice zijn geweest, noch een theaterbezoekster. Wie en wat was zij wel?
Het seksistisch-discriminatoire karakter van deze democratie van tweeënhalfduizend jaar geleden laat onverlet dat zij in andere opzichten van democratischer gehalte was dan huidige democratieën. Lanoye merkt terecht op dat veel daarvan hard op weg zijn te verworden tot autocratie en oligarchie.
De band tussen tragedie, filosofie en democratie, voor de Atheners van toen evident, is taal. ‘Alleen in gesproken of geschreven taal is aanvaarding mogelijk van het bestaan van tegenstrijdige opinies – en dat ze toch kunnen leiden tot een compromis. Een georganiseerd meningsverschil, dat blijft de kortste definitie van de democratie’.
Lanoye laat aan de hand van Medea zien dat het in de grote tragedies, die van Euripides voorop, om verscheurdheid draait. De grootsheid zit hem vooral daarin dat het verscheurende conflict zo wordt neergezet dat de toeschouwer zich met beide standpunten, met beide partijen, kan identificeren. Ook hierin laat zich een democratisch element herkennen: inzien en aanvaarden dat anderen anders over kwesties denken en dat met reden kunnen doen.
Om zijn betoog reliëf te geven haalt Lanoye er verschillende tragedies bij: Aischylos’ Perzen, Sofokles’ Oidipous en Euripides’ Medea. Opvallend trouwens in hoeveel van zijn overgeleverde stukken Euripides een vrouw (of vrouwen) als hoofdpersonage koos; ik noem hier slechts Andromache, Medea, Elektra, Ifigeneia en Trojaanse vrouwen. Overigens kunnen we het Euripides kwalijk nemen dat hij de prachtige naam Medea voor eeuwig van het tableau van aanvaardbare meisjesnamen heeft geschrapt.
Lanoye concludeert in zijn prikkelende betoog, waarin hij de anekdote en de grap niet schuwt, dat het aanvaarden van verscheurdheid, van complexiteit, de basis is van de echte tragedie (en van alle filosofie). En van onze democratie. Worden de grote tragedies nog wel gespeeld? Ja, maar niet meer zo frequent. En zeker niet frequent genoeg.
Hans van der Heijde
Tom Lanoye – Het drama van de tragedie. Homeruslezing. Athenaeum – Polak & Van Gennep. 62 blz. € 7,50.

Is het niet ‘door de moker van de tijd verpulverd’ – met een d in plaats van een t?
En ik had er nog niet bij stilgestaan dat ‘Medea’, ontdaan van die nare bijklank, zo’n mooie meisjesnaam is, lieflijk en melodieus.