Morgen verschijnt De prullenmand heeft veel plezier aan mij van Thomas Heerma van Voss bij Das Mag. Daarin zoekt hij achttien schrijvers op die in De Revisor van 1977 stonden met een zelfportret. Denk aan namen als Judith Herzberg, Hans Vervoort en Jan Kal. Dat boek kun je hier bestellen.

Je kunt de interviews echter ook grotendeels lezen op de website van het Literatuurmuseum. We tippen Heerma van Voss’ reis naar Menorca, waar hij Cees Nooteboom opzoekt. De 92-jarige Nooteboom verschijnt sinds 2021 niet meer in het openbaar omdat het niet goed gaat met zijn gezondheid:

‘Ik voel me niet geweldig. Maar dit is wel een goed moment om mij te bezoeken. Als je je niet goed voelt, geef je een ander interview.’

Nooteboom vertelt dat hij gestopt is met schrijven:

‘Dat lukt fysiek niet. Heel soms een zinnetje met de hand. Voor eventuele gedichten… Toch? Poëzie heeft altijd een aparte status gehad. In een gedicht kan iets ineens ontstaan, gewoon binnen een paar woorden. En ik denk nog wel vaak aan mijn studio. Ik weet dat die plek er is. Die bestaat nog. Ik kom er alleen niet meer bij.’

Maar het is zeker geen interview vol kommer en kwel. Het gaat onder andere over Nootebooms contemporaine collega-schrijvers Mulisch en Claus, en de oudgediende analyseert zelfs de teksten in een van de nieuwste uitgaven van De Revisor:

Zijn wenkbrauw gaat sceptisch omhoog terwijl hij het werk van een jonge dichter voorleest: ‘Goh, dit is iemand die echt even flink is bezig geweest.’ Erna: ‘Ik probeer het echt te volgen, maar er zit overal zo’n rare toon in. “Een weerbarstige realiteit die in het gezicht slaat.” Wat betekent dat? Zitten wij in een weerbarstige realiteit?’ Alles wat Nooteboom opmerkt, is accuraat, alsof er spiergeheugen van zijn brein in werking wordt gesteld; een scherpte die nog altijd in hem zit maar die hij steeds moeilijker kan bereiken.

Lees het interview, en de andere interviews, hier. Als je De prullenmand heeft veel plezier aan mij koopt krijg je er ook een inleiding van Heerma van Voss bij en uitgebreidere, aangepaste versies van de interviews.

(Foto © Coen Peppelenbos)