Column: Jan Lampo – Jantje
Jantje
Op de eerste overloop in het trappenhuis van mijn flatgebouw prijkt een ongebruikte radiator met daarboven een marmeren schab. Op dat schab stond het beeld van een putto-achtig jongetje dat aandachtig in het boek op zijn schoot kijkt.
Het beeld, zo’n veertig centimeter hoog (een ruwe schatting) was wit en, volgens mij, van marmer. Ik meende dat het jongetje bij het gebouw hoorde, al contrasteerde de sentimentele voorstelling wel met de moderniteit van de omgeving. Maar als verstokt lezer vond ik hem erg leuk. Toen een van beide appartementen op de etage werd leeggemaakt verdween, tot mijn teleurstelling, ook het lezende jongetje.
Groot was mijn verbazing toen ik vorige zondag met mijn nieuwe liefde over de rommelmarkt in de Gentse wijk Prinsenhof dwaalde. Niet ver van de plek waar in 1500 de latere keizer Karel V werd geboren stond tussen andere spullen in een kraam zijn evenbeeld. Een paar maten kleiner, maar verder identiek.
Ik pakte het beeldje van de tafel waarop het was uitgestald – het was behoorlijk zwaar, geen gips dus – en bekeek het grondig. De verkoopster én mijn nieuwe liefde beantwoordden mijn actie met verbazende efficiëntie. De eerste, hoewel niet jong meer, stond opeens voor me (hoe ze de vier of vijf meter die ons van elkaar scheidden zo snel overbrugde, ontging me totaal); de tweede haalde haar portemonnee tevoorschijn.
Jantje, zo hebben wij hem sindsdien naar mij genoemd, moest maar tien Euro kosten. Mijn nieuwe liefde en ik beseften dat het om een koopje ging en ik kreeg hem bovendien van haar cadeau. De verkoopster stopte hem in een papieren zak, maar daar was hij eigenlijk te zwaar voor, zodat ik hem op mijn arm droeg.
Nog diezelfde avond verhuisde hij in mijn weekendtas naar Antwerpen. Mijn nieuwe liefde, die geen gras over de dingen laat groeien, voerde intussen haar foto van het serienummer en de moeilijk leesbare naam van de producent in het voetstuk van Jantje aan ChatGPT. We weten nu dat hij vermoedelijk ergens tussen 1890 en 1910 gegoten werd door, al even vermoedelijk, een Zweedse firma.
Jantje is dus een serieproduct en te zoetsappig om grote kunst te zijn; hij vertegenwoordigt de ‘toen erg populaire voorstelling van lezende kinderen’ die wellicht ook te vinden waren in huizen zonder één boek. Maar goed – sinds die begin jaren 1970 weer populair werd, ben ik nogal verzot op de kitsch uit de tijd toen mijn grootouders – net als ik op dat moment – tieners waren.
Jantje is, dat spreekt, een déftig beeld. Hij heeft geen kleren aan, maar zijn schaamstreek wordt aan het oog onttrokken door het boek dat hij vasthoudt, met daaronder een lang stuk textiel waarvan het uiteinde sierlijk neerhangt over de rand van de kubus waarop de figuur gezeten is.
Hier blijkt maar weer eens hoe moeilijk en oneigenlijk de beschrijving en interpretatie van kunstwerken (nou ja) zijn. Jantje heeft natuurlijk helemaal geen piemel die onzichtbaar is gemaakt; het stuk textiel is net als de rest gegoten composietsteen. Tegelijk is het legitiem om te beweren dat boek en sjaal (of dekentje?) het bestaan van een verborgen plasser wel degelijk suggereren, min of meer zoals de plooien in de gietsteen er geen twijfel over laten bestaan dat hier weefsel wordt geïmiteerd.
Wel word ik nu gekweld door de vraag of Jantjes grotere evenbeeld, zo wreed weggenomen uit het trappenhuis misschien ook niet gegoten was. En, los daarvan, of ergens in een museum in Stockholm of Uppsala hun gemeenschappelijke voorvader wordt tentoongesteld. Maar daar wist ChatGPT tot nu toe niets over te vertellen.
Jantje met zijn grote opengeslagen boek verdient eigenlijk een plek in de etalage van een boekhandel. Maar ook in mijn werkkamer wordt hij door genoeg non- en fictie omringd om zich op zijn gemak te voelen.
Jan Lampo
