Paul Sebes schreef onlangs een opiniestuk in de NRC waarin hij de teloorgang van de boekenmarkt onhandig verbond met de feminisering in het boekenvak. Lotte Krakers concludeerde in de Volkskrant dat we te maken hadden met seksistische drek en Uschi Cop sprak in de NRC over een bevestiging van misogyne denkbeelden. Sebes kwam met een lang verweer bij HP/De Tijd. Ilja Leonard Pfeijffer, columnist bij HP/De Tijd, reageert weer op dat stuk. Hij maakt eerst de borstklopperij van Sebes belachelijk, omdat de literair agent zichzelf wel heel erg opzichtig belangrijk maakt. Pfeijffer vervolgt:

Paul Sebes noem zichzelf dus een literair agent. Het is echter de vraag of hij die titel verdient. Hijzelf zegt het volgende: “Van de ca. 1.500 deals die ons agentschap vorig jaar sloot waren er vier (!) voor echt literaire romans.” De literatuur vormt volgens zijn eigen cijfers dus niet meer dan een kwart procent van zijn totale portefeuille. Dan ben je misschien wel een agent, of een makelaar in pulp, maar dan kun je niet met recht een literair agent genoemd worden. […] Dus als Paul Sebes alarmistisch gaat doen over de staat van de literatuur en beweert dat zij ‘op sterven na dood’ is, dan heeft hij het vooral over zijn eigen portefeuille, waarin de literatuur slechts een kwart procent van het geheel vertegenwoordigt.

Lees het hele stuk hier of op de Facebookpagina van Pfeijffer..