Oroppa van Safae el Khannoussi staat op de shortlist van De Bronzen Uil, maar ze komt toch niet in aanmerking voor de prijs omdat ze niet aanwezig kan zijn bij de uitreiking. De Nijmeegse hoogleraar Jos Joosten vindt daar wat van op Facebook (en op Neerlandistiek):

Ik zou me als jurylid bepaald niet-serieus genomen voelen. Stel nu het geval – dat zeer goed mogelijk is (behalve als ik in de jury had gezeten) – dat ‘Oroppa’ unaniem het beste boek gevonden zou zijn? Dan krijgt nu de tweede keus dus de prijs uitgereikt, op volstrekt niet-inhoudelijke gronden. Het zou de juryleden sieren als ze zouden weigeren aan dit circus mee te doen. En dat geldt eigenlijk ook voor de mede-genomineerden. […]
Ik zou dus met z’n allen – juryleden én genomineerden – vrolijk wegblijven en de organisatie melden dat ze die bronzen uil kunnen steken waar de zon niet schijnt. En dan maar hopen dat het beestje massief brons is.

Benny Lindelauf reageert:

Jemig. Als je wil dat je literaire prijs serieus wordt genomen, lijkt het me de verkeerde aanpak om een prijs om niet literaire redenen niet uit te reiken…

Universitair docent Nederlandse letterkunde Janneke Weijermars plaatst het geheel in historisch perspectief:

Was bij de rederijkerskamers in de negentiende [eeuw] ook meestal zo. Maf dat het nog steeds zo gaat.

Emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Gillis Dorleijn herinnert zich dat het ook anders kan.

De eerste Librisprijs was voor De harde kern (deel twee). De auteur nam de prijs zelf niet in ontvangst. Het was een mooie avond in het Amstelhotel. Iedereen was blij, ook de commerciële sponsor.

(foto: Dolf Verlinden bij Onder de vulkaan)