Peter Giesen reisde voor de Volkskrant naar Istanbul om met Orhan Pamuk te praten over de dagboeken die van hem zijn vertaald in het Nederlands: Verre bergen en herinneringen – Geïllustreerde dagboeken 2009-2022. Als Giesen een recensie van The New York Times aanhaalt gaat het mis.

U heeft er ook kritiek op gekregen, bijvoorbeeld van The New York Times, die de tekst vlak noemde.
Pamuk reageert geïrriteerd: ‘Die criticus was een nare vent. Dat stuk was een persoonlijke afrekening. Maar wat vindt u er zelf van? Wat is uw mening over de tekst?’

Ik vind dat The New York Times wel een punt heeft. De tekst is soms een beetje alledaags, niet altijd even interessant.
Zijn irritatie slaat nu om in woede: ‘Waarom komt u helemaal naar Istanbul om te praten over een tekst die u niet interessant vindt? Dat zou ik zelf nooit doen. Ik heb geen zin meer om dit gesprek voort te zetten.’

Ik zei alleen dat ik delen van de tekst niet zo interessant vond…
De nuance gaat verloren in de ruzie die snel escaleert. Pamuk loopt naar de keuken, ik loop achter hem aan. Binnen de kortste keren staan we tegenover elkaar te praten met stemverheffing.

U vroeg me om mijn mening! Die heb ik eerlijk gegeven! Ik heb veel interviews gedaan en nog nooit zoiets meegemaakt.
‘Ik heb nog meer interviews gedaan, en ook nog nooit zoiets meegemaakt! U mag alle rotzooi over mij schrijven die u goeddunkt! Maar ik wil dat u nu gaat!’

Het komt later goed als Giesen, terug in Nederland, het interview afmaakt via Zoom. Lees hier het hele interview.

(screenshot via onderstaand filmpje waarin Pamuk een van zijn notitieboeken toont)