Wie zegt dat ze omgekomen zijn?

Lopen hebben we moeten, de titel van de semi-autobiografische roman van Arjeh Kalmann over volwassen worden in een door de Holocaust beschadigde joodse familie, doet wat denken aan de oude reclamekreet ‘Wie kaas kiest Kollumer’. Je weet dat er iets niet klopt en daarom lees je hem steeds opnieuw. In het geval van Kalmanns roman betreft het het soms wat oubollige half-Duitse taaltje dat de vader van protagonist Lev te pas en te onpas gebruikt. De vader is een grappenmaker, maar zijn humor heeft een donkere ondertoon.

Arjeh Kalmann is schrijver en journalist. Hij was onder meer hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad en de Amersfoortse Courant, die later tamelijk roemloos opgingen in het AD-conglomeraat. Hij schreef echter ook boeken, waaronder non-fictie over in de oorlog grotendeels vermoorde joodse families, waarvan hij zelf tot de weinige nazaten behoort. Deze roman is een andere benadering, maar ook hier is zijn eigen verhaal leidend.

Literair proza is echter een genre dat zijn eigen regels en wetten kent. Show don’t tell is daarbij niet de onbelangrijkste. Terwijl journalistiek daar diametraal tegenover staat. Het moet voor Kalmann een lastige opgave zijn geweest de journalist in zichzelf een beetje te beteugelen. Aan intrigerende en emotionerende gegevens immers geen gebrek. Maar wat doe je ermee in een roman?

Protagonist Lev, geboren kort na de Tweede Wereldoorlog, en de oudere Ilse, die van voor de oorlog is, kennen elkaar uit de kleine joodse gemeenschap van een Limburgs stadje en hun band blijft door de jaren heen bestaan. Ze denken vaak aan elkaar, ontmoeten elkaar heel af en toe, maar betekenen vooral iets voor elkaar; beiden zijn ze beschadigd door de naziterreur. Kalmann laat zijn alter ego met diens vader naar Zwitserland rijden om Levs geestelijk verwarde broer Uri op te halen, die de benen nam uit een psychiatrische kliniek. Deze wist zonder paspoort familieleden daar te bereiken. Uri is een handige praatjesmaker en fabulant, die lange tijd overal mee weg lijkt te komen.

Toch is Uri een tragische man, van wie je je kunt afvragen wat de oorlog met hem allemaal heeft gedaan. Want dat joodse families en individuen tot in lengte van generaties beschadigd blijven door de moordpartijen van de nazi’s is niet te ontkennen. Lev en Ilse zijn op andere manieren geraakt door die tijd, maar ook zij dragen de tragiek hun hele leven met zich mee.

‘Wie zegt dat ze omgekomen zijn?’ herhaalt ze. ‘Niemand heeft mij ooit verteld wat er met ze is gebeurd. Ik hoorde oma soms tegen bezoekers fluisteren dat mijn ouders in een concentratiekamp waren weggekomen, zoals zij het zei met haar vreselijke Duitse accent. Weggekomen, weggevoerd, ja dat wist ik, maar waarom zouden ze niet op een dag terug kunnen komen? Niemand heeft mij ooit in een rechtstreeks, normaal gesprek gezegd wat er met ze gebeurd is, waar ze zijn en waarom ze nog niet terug zijn gekomen. […]’

Met de autorit van vader en zoon, maar later ook door schetsen van de familie-ervaringen tijdens en na de oorlog, het deels in Israël doorgebrachte na-oorlogse bestaan en de herinneringen aan vroeger, wisselt steeds het perspectief en soms de vertelstem. Kalmann is daarbij niet zuinig met namen en details, in dit opzicht heeft hij wel wat gemeen met Léon de Winter. Dat geldt ook voor de verbanden die hij legt met historische gegevens en betekenisvolle locaties. Zelfs de apotheose van deze roman, die zich afspeelt in deze tijd, kent overeenkomsten met De Winters meest recente roman Stad van de honden uit november 2023. Uitmondend in het drama dat Gaza heet, maar begon met de gruwelijke Hamas-aanval op 7 oktober dat jaar op een Israëlisch dansfestival.

Lopen hebben we moeten leest als een verhaal dat hoe dan ook verteld moest worden, inclusief de talloze gegevens, die journalisten als ze die in bezit hebben nu eenmaal willen gebruiken. In dat opzicht is Kalmanns benadering wel heel anders dan die van de ervaren prozaschrijver De Winter, voor wie de romanconstructie en de markante formuleringen zwaarder wegen. Het neemt niet weg dat dit joodse verhaal in een tijd van veelal eendimensionale kritiek op Israël gehoord mag worden.

André Keikes

Arjeh Kalmann – Lopen hebben we moeten. TIC – Maastricht. 224 blz. €24,90.