Recensie: Bennie Roeters – De verstopte stad
De volgende recensie komt uit 2004.
Kijken naar mensen
Bennie Roeters neemt ons in De verstopte stad mee naar Lelystad en introduceert ons bij een heel stel bewoners: de verlopen kunstenares Hera die haar buren begluurt, de moeizame jongeren Walter en Tuula die niet meer met de wereld mee willen doen en tevergeefs proberen zich daar dan maar helemaal aan te onttrekken, de postbeambte Westra, Jacky, de Franse jongen die op een dag in Frankrijk besloot koste wat het kost naar Nederland te reizen omdat daar alles beter zou zijn, de Heer Lohuizen, invalide lastpak met de geleidehond Leica, Carla, de ongelukkige moeder van Walter en zo nog een heel stel niet eens zo heel erg rare bewoners van wat een moderne Nederlandse suburb mag heten.
Lelystad, als je er niet woont, wil je er liever zo snel mogelijk langs rijden. Als je er wel woont, blijkt het allemaal, in de ogen van Roeters tenminste, niet eens zo veel te verschillen van pakweg een stad als Leeuwarden of Amsterdam. Al te spectaculaire dingen laat Roeters in deze roman overigens niet gebeuren, al mag de beschrijving van een hondengevecht er wezen.
Hij zocht het ook niet in bittere buitenwijkperikelen zoals je daar in krantenbijlagen wel eens over leest: dat iedereen er eenzaam, alcoholist, zenuwpees, halve gare of onbegrepen is. Gewone straten zet hij ons voor, met gewone huizen erin en achter de vaak wagenwijd geopende gordijnen spelen zich allerlei taferelen met gewone mensen af waar je gewoonlijk niks van af weet en wie weet ook niks van af wil weten. Maar zo werkt dat niet in literatuur, Roeters sleept ons er met de haren bij en laat scherp zien dat het gewone zich toch ook altijd weer tot iets ongewoons laat formuleren.
Hij zet scènes neer waarin zijn figuren hun klein of groot verdriet verwerken of hun verlangen naar belangstelling, warmte, of gewoon wat betrokkenheid voor het voetlicht proberen te krijgen. De dood van de blindengeleidehond Leica neemt in dit geheel een hartverscheurende plaats in al weigert Roeters hier gelukkig al te sentimenteel over te worden. Daar ging het hem niet om.
Helemaal los van elkaar staan de scènes niet, de schrijver laat zijn figuren af en toe elkanders pad kruisen, zonder al te nadrukkelijk alles met alles te laten samenhangen. Een totaalplot wilde hij niet vertellen en daar hoef je dus niet naar te zoeken. Om sfeer, toon en menselijk gedrag ging het hem en dat is prima gelukt.
In het begin dacht ik dat dit boek alleen een caleidoscoop wilde zijn, een samenballing van veelkleurige mensen in een moderne stadswijk, zonder al te veel bespiegeling erover, meer volgens het principe: zie hoe de mens beweegt en doet en denkt. En je mag er rustig naar kijken. Maar naar het einde toe krijgt de roman toch steeds meer satirische trekken, er komen grappen in over barbecues, over leeghoofdige kletspraatjes op feesten, over de sociale verhoudingen in Lelystad. Het lijkt wel of hij geen weerstand heeft kunnen (of willen) bieden aan de drang om mensen in buitenwijken van nieuwbouwsteden toch enigszins raar te vinden. Alsof hij ze uiteindelijk toch raarder vindt dan zichzelf.
Kees ’t Hart
Bennie Roeters – De verstopte stad. Querido, Amsterdam. 230 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 27 februari 2004.
