Recensie: Frank Heinen – Reizen is onzin
Verkopen ze wel bruinbrood in China?
‘Ik wilde niet ver weg. Ik wilde liever helemaal niet weg, ik hoefde niet zo nodig te reizen, ik wilde hoogstens gereisd hebben’, schrijft Frank Heinen in zijn verhalenbundel Reizen is onzin. Hij verwoordt daarmee wat velen misschien wel denken, maar niet meer hardop durven zeggen in deze jaren van reisplicht. Horizon verbreden, andere culturen leren kennen, dat werk. Maar hij gaat, want zijn vriendin, die hij onopgehelderd doch consequent dr. Pompsky blijft noemen, wil dat, al dan niet vrijwillig. Toch is Heinens boek allerminst een anti-reisboek, verre van. Want dat mag dus eigenlijk ook niet.
Frank Heinen schrijft over sport voor de Volkskrant en is zeker zo bekend geworden als ‘slimste mens’. Beide podia zijn me onbekend: geen abonnee meer van die krant, hoe dan ook geen belangstelling voor sport en evenmin voor tv-spelletjes. In dit geval nu eens spijtig, want Heinen is een schrijver met een uiterst lenige geest, die in staat is elke geschreven zin een onverwachte en grappige, om niet te zeggen hilarische, draai te geven.
Deze uitgesproken cabareteske benadering van reizen, het fenomeen waar iedere welstandige westerling onder gebukt gaat, en mondiaal gezien is elke westerling welstandig, is niet alleen vermakelijk, maar geeft ook te denken. Natalia Ginzburg, die door Heinen wordt geciteerd als binnenkomer, wist al dat er mensen zijn die kunnen reizen en anderen die niet over dat talent beschikken. Natuurlijk kun je ook nog doen alsof, want iedereen is wel een beetje gevoelig voor status. Maar de ‘talentloze’ groep wordt er doodmoe, zweterig en depressief van, de eerste kan juist niet zonder. Al dan niet op de vlucht voor het een of ander.
We passeren de lapjes gras waar mensen onder hun voortent de tijd zitten weg te kleumen, en zoals altijd op dit soort plekken overvalt me de hoeveelheid onbegrijpelijke ontberingen waarmee het hele kampeerwezen is omgeven.
Heinen is er goed in de vele, sterk uiteenlopende gedachten en gevoelens der reizenden wel ergens aan bod te laten komen als hij van zijn fiets-, trein- en wandelvakanties verhaalt in heel verschillende landen als België, Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Italië en zelfs China. Bijna nergens spreekt men eens een fatsoenlijk mondje Nederlands, vaak zelfs helemaal niets wat een inwoner van Utrecht kan begrijpen. Het voedsel is er doorgaans ook niet te vreten, want lokale specialiteiten, de temperaturen zijn af en toe angstaanjagend en van slapen en poepen komt het te weinig. Gewoon omdat er geen fatsoenlijke plek voor te vinden is of dat die te smerig zijn.
Gelukkig loopt vriendin dr. Pompsky met hem mee. Zij houdt er een laconieke, vaak sarcastische, bijwijlen cynische blik op na, die altijd van pas komt, zeker in benauwde ogenblikken. Deze combinatie van schutterige, ietwat sukkelige man naast doortastende en alles regelende vrouw hoort helemaal bij deze tijd. Daar kan geen sensitivity reader aanstoot aan nemen. Zij bekijkt hem grijnzend en vervuld van enig mededogen. Overigens met de aantekening dat zowel Heinen als ‘de dr’ fictief bijgeslepen zijn.
Er gaat bijna geen alinea voorbij of je schiet wel in de lach. Weinig cabaretiers halen zo’n hoge grapdichtheid, wat je vele keren doet uitzien naar Heinens entree in de vaderlandse theaters. Graag met dr. Pompsky aan zijn zij en met lichtbeelden van de reizen als kleurrijk en voortdurend wisselend decor. In de pauze kun je dan de bundel verkopen aan mensen die anders nooit lezen. Geen dank voor de tip, neem hem serieus, zou ik zeggen.
‘Und jetzt’ zijn de sarcastische woordjes als er weer eens een lastige beslissing genomen dient te worden. Zeker in China, waar de twee Nederlanders geregeld in hun gezicht uitgelachen worden, wat weer eens iets anders is dan het omzichtige, wat hypocriete gedrag dat zo algemeen is in onze polder. Chinezen, zo laat Heinen doorschemeren, hebben maar één opdracht in het leven en die is samen te vatten met de letters ‘ik’. Slechts een toevallige ontmoeting in een Chinese miljoenenstad met drie onnozele Brabantse jongens, helemaal vol van de verrichtingen van PSV, geeft voor een kort moment het idee dat Heinen en Pompsky grip hebben op hun leven in het Verre Oosten.
Hoe laat is het thuis? En verkopen ze hier eigenlijk wel bruinbrood? […] Voor mijn gevoel ben ik de enige die in het vliegtuig niet heeft geslapen. In het spookachtige duister van een uitgetelde 747 hield de gedachte aan vlucht MH17 me wakker. […] Wie niet slaapt in een vliegtuig in de nacht, heeft het gevoel als enige ter wereld wakker te zijn.
Reizen is onzin kun je als reislustige lezen als een ironische titel, want reizen is immers geen onzin. Ja, het kan soms best zwaar en eng zijn, maar ook de enige manier om iets van de wereld te zien. Voor de tweede groep waar Ginzburg het over had, zal dit anders liggen. Man, man, waarom zou je jezelf zoiets aandoen? Hoe dan ook leer je ervan hoe eng rijk wij westerlingen zijn, hoe decadent en hoe snel chagrijnig. Heinen duwt je dat allemaal niet door de strot, goddank, maar zet het hele reisgebeuren op een plek tussen alle andere (ook zinloze) menselijke activiteit, waarmee het grote relativeren kan beginnen. Mooi hoor en knap filosofisch ook ondanks die zee aan luim.
André Keikes
Frank Heinen – Reizen is onzin. Das Mag – Amsterdam. 384 blz. € 26,99.
