Betoverd door de dingen

De Franse auteur Georges Perec (1936 – 1982) debuteerde in 1965 met de roman De dingen. Je kunt van een droomdebuut spreken omdat Perec er de Prix Renaudot mee in de wacht sleepte, maar je moet dat wel afzetten tegen het feit Perec voordien al vijf andere romans had geschreven, die allemaal door alle door hem benaderde uitgeverijen werden afgewezen. Ik ontleen die kennis aan het nawoord bij De dingen van Manet van Montfrans.

Deze uitgave van De dingen is een enigszins gewijzigde tweede druk van de vertaling van Edu Borger, die verscheen in 1990. De Arbeiderspers heeft inmiddels veel titels van Perec
(her-)uitgegeven en gezorgd voor eenheid in de vormgeving, zodat de indruk wordt gewekt van een uitgave van een verzameld werk.

Perec voorzag zijn roman van een titel én een subtitel: Les choses. Une histoire des années soixante – De dingen. Een geschiedenis van de zestiger jaren. Dat is niet onbelangrijk, gezien Perecs mededeling dat hij met De dingen een roman had geschreven over de consumptiemaatschappij, die begin jaren 1960 gestalte begon te krijgen in Europa. In de consumptiemaatschappij draait het om (de) dingen, die dankzij de betoverende krachten die ze verwerven greep krijgen op het leven. Die krachten krijgen ze met behulp van feeëriek verlichte winkeletalages, reclamefoto’s en andere marketingtechnieken (Perec is een poos marktonderzoeker geweest).

In De dingen droomt het jonge stel Sylvie en Jérôme, beiden psychosociologie-studenten en samenwonend in een piepklein, armoedig, Parijs appartementje, van de dingen, waarmee ze zichzelf zullen kleden en omringen als ze eenmaal het geld hebben om ze te betalen. Niet zomaar dingen, maar dingen van precies die makers en merken, die vertellen dat de drager of bezitter de juiste smaak heeft en over kennis van kwaliteit en design beschikt. Ze verdienen wat bij als enquêteur voor marketing-bureau’s en lachen om het gebrek aan smaak en kennis van de ondervraagden. Jérôme vult soms zelfs thuis vragenlijsten in, opdat hij er dan niet op uit hoeft.

Intussen is Frankrijk in de ban van de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije en de demonstraties en terreuraanslagen in Parijs waarmee die gepaard gaan. Sylvie en Jérôme laten dat langs zich heen gaan. Ze verdiepen zich niet in maatschappelijke kwesties en in politiek, een gebrek aan engagement waar Perec zijn spotlust op loslaat. Gewoon maar doorgaan met dromen van mooie spullen, dat kan niet en daarom accepteren ze een onderwijsbaan in Tunesië, een voormalige Franse kolonie. Hun verblijf daar is het thema van het korte, tweede deel van de roman. Dat kon zo kort, omdat Sylvie noch Jérôme enige neiging vertonen tot reflectie op het Franse, koloniale verleden en de verhouding tussen Franse en Tunesisch-Arabische cultuur.

In de epiloog vertelt Perec wat we kunnen verwachten van de toekomst van het stel, namelijk een saai burgermansbestaan. Kennelijk is dat een waarheid die in het zoeken naar de dingen – naar hún waarheid van de dingen – al besloten lag. Bij wijze van slotregels heeft Perec een citaat van Karl Marx over waarheid opgenomen. De stijl van De dingen is al helemaal die van de latere Perec, wat begrijpelijk is nu we weten dat hij toen al vijf romans had geschreven. Een typisch stijlkenmerk van Perec vormen lange opsommingen. Gezien het thema van De dingen is het niet verwonderlijk dat die daarin veelvuldig voorkomen.

Perec schreef De dingen in de vroege jaren 1960. Het boek is dus meer dan zestig jaar oud. Alleen als Perec refereert aan politieke kwesties merk je dat, want verder krijg je als lezer nergens de indruk met een gedateerde roman te maken te hebben.

Hans van der Heijde

Georges Perec – De dingen. Vertaling Edu Borger. Nawoord Manet van Montfrans. De Arbeiderspers, Amsterdam. 142 blz. € 20,00.