Op de bodem van een smal massagraf

In 1980 werden alle manuscripten van de Russische schrijver Georgi Demidov door KGB-agenten in beslag genomen. Ook zijn typemachines werden meegenomen; die had hij nodig om te kunnen schrijven, want met een pen iets op papier zetten lukte Demidov niet meer sinds in het strafkamp al zijn vingers bevroren waren geweest.

Demidov, die leefde van 1908 toto 1987, was voor alles een briljant natuurkundige. In 1937, op het hoogtepunt van de Stalin-terreur, werd hij opgepakt en verdween vervolgens voor jaren achter de tralies in de beruchte Kolyma-kampen in de Siberische goelag. De ervaringen die hij daar opdeed, verwerkte hij in tientallen verhalen en novellen, waarvan de manuscripten in 1980 werden geconfisqueerd. Pas in 1989, twee jaar na de dood van Demidov, werden zijn geschriften teruggegeven aan zijn dochter Valentina.

In zijn verhalen wilde Demidov getuigenis afleggen van de vervolgingen en verschrikkingen van de Stalin-terreur. Een van zijn novellen is nu in Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Tzara.

Fone kvas, de titel van het verhaal, is een Jiddisch woord dat zoveel betekent als sukkel of dwaas. Het is de benaming die de vader van de hoofdfiguur Rafaïl Lvovitsj Belokrinitski gebruikte voor iedereen die niet behendig of snugger genoeg opereerde.

In deze novelle vertelt Demidov het relaas van Belokrinitski, die als hoofdingenieur werkzaam is bij een energiecentrale, die op een vroege lentenacht onverwachts van zijn bed wordt gelicht. Naar de reden van zijn arrestatie is het gissen, maar ‘Hij had inmiddels begrepen dat hij van doen had met degenen wier nachtelijk werk ’s morgens resulteerde in lege werkplekken, gesloten kantoren en angstig gefluister van collega’s, die elkaar omzichtig ‘Opgepakt…’ in het oor fluisterden.’

Hij wordt meegenomen naar een gevangeniscomplex waar hij in eerste instantie wordt opgesloten in een soort kast. Aanvankelijk denkt hij dat zijn arrestatie berust op een vergissing.

Maar onder invloed van wat hij hier gezien had, hoewel dat ongetwijfeld alleen nog maar een voorproefje was van iets veel ergers, werd dat geloof steeds meer verdrongen door een onbestemde, bange twijfel.

Terwijl hij wordt meegesleurd in de krochten van de gevangenis, valt het Belokrinitski op dat er netten in het trappenhuis hangen en dat scherpe hoeken omzwachteld zijn met vilten hoezen. ‘Zou hij het diepe gat van het trappenhuis en stenen voorwerpen met scherpe hoeken ook gaan zien als middelen om te ontkomen aan iets wat kennelijk nog veel erger was? Zou hier iets gebeuren wat vreselijker was dan de dood zelf’.

In afwachting van zijn verhoor wordt Belokrinitski opgesloten in een krappe cel, die hij deelt met twintig lotgenoten, ‘een opeenstapeling van wanstaltige lichamen’.

De uitgeputte, woest behaarde en bevuilde ingezetenen van de cel deden denken aan lijken gedumpt op de bodem van een smal massagraf. Wie waren deze mensen? Zouden dit echt allemaal saboteurs, schadelijke elementen en spionnen zijn en was hij, Belokrinitski, de enige toevallig geheel onschuldige onder hen?

Door gesprekken met zijn medegevangenen leert Belokrinitski wat de gang van zaken is bij de verhoren waaraan zij onderworpen worden. ‘Het doel van de verhoren is niet het achterhalen van de waarheid, maar om van de beklaagde een volledige bekentenis te verkrijgen van het hem ten laste gelegde’. Ook leert hij aan welke martel- en verhoormethodes de gedetineerden worden onderworpen.

In de loop van het verhaal worden de achtergronden van verschillende celgenoten geschetst. Opvallend is hoeveel van hen ervan uitgaan dat hun arrestatie berust op een misverstand, dat hopelijk snel uit de wereld geholpen zal worden. Dat laatste is ook de overtuiging van Belokrinitski. Hij verzint een sabotageverhaal waarvan hij hoopt dat zijn ondervragers, die hij beschouwt als ‘fone kvas’, er genoegen mee zullen nemen. Als dan later blijkt dat zijn arrestatie op een misverstand berust, hoopt hij te kunnen aantonen dat hij dat verhaal heeft opgebiecht om zijn ondervragers tevreden te kunnen stellen, maar dat het zo ongeloofwaardig is dat het niet anders dan verzonnen kan zijn. Belokrinitski houdt er echter geen rekening mee dat hem weleens de doodstraf zou kunnen wachten.

Demidov schetst in dit verhaal de doodsangst van iemand die niet weet wat hem te wachten staat nu hij wordt opgeslokt door de tentakels van de Stalin-terreur. Tegelijkertijd geeft hij op bijna analytische wijze een beeld van de verhoormethodes van zijn vervolgers en van de overlevingstechnieken van zijn medegevangenen. Het onheil dat Demidov trof, deelde hij met miljoenen lotgenoten. Door deze vertaling kan de Nederlandse lezer er nu ook deelgenoot van zijn.

Roeland Sprey

Georgi Demidov – Fone kvas. Uit het Russisch vertaald door Froukje Slofsta. Tzara, Antwerpen. 160 blz. € 24,99.