De dood in een spreeuwenzwerm

In Schrijversmythen van Sander Bax, de nieuwste geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur, signaleert Bax een recente opmars van het literaire genre van de ‘speculatieve fictie’. Hij doelt hier op teksten waarin fictieve toekomstige of alternatieve werelden worden gecreëerd die de effecten van de huidige (politieke) crisissituatie op het leven van mensen verbeelden. Hij noemt Gebied 19 van Esther Gerritsen en boeken van Aafke Romijn en Auke Hulst, maar hij had nog veel meer voorbeelden kunnen noemen. Want die opmars aan speculatieve fictie – vaak in de vorm van angstaanjagende dystopische romans – kun je gerust een hausse noemen. Of een vloedgolf, om in het genre te blijven. Denk alleen al aan Zee nu (2022) van Eva Meijer, Het boek van alle angsten (2020) van Emy Koopman en De grote vloed (2024) van Sjoerd Kuijper. Allemaal romans waarin een groot deel van Nederland of Europa onder water verdwijnt. Ook in De Alpenfederatie, de tweede roman van Gregor Verwijmeren, is dat het geval – een sfeervolle en spannende dystopische roman.

Het is honderd jaar vanaf nu en de ‘Grote Vloed’ heeft huisgehouden in Nederland: de Randstad staat onder water en als ze al niet verhuisd zijn naar andere landen, hebben de iets minder gefortuneerde bewoners zich teruggetrokken in grauwe noodflats in Zuidoost Nederland. De werkloze stadsbotanicus Otto woont in Gebouw Geel met zijn vrouw Tilly en volwassen dochter Sophia. Hun zoon Iwan woont niet meer thuis, hij heeft zich aangesloten bij een wereldwijde radicale verzetsgroep die onder het motto Eat the Rich strijdt tegen de hyperrijke elite, die zich op de vlucht voor de excessen van klimaatverandering heeft verschanst in afgeschermde enclaves.

De Alpenfederatie, in zijn jeugd nog Zwitserland en Oostenrijk, nu toevluchtsoord voor de allerrijksten, die zich er hadden ingekocht en, omringd door privélegertjes, een monsterverbond hadden gesloten met de regering. Het had het land tot een van de rijkste ter wereld gemaakt, een fort binnen Europa. De Alpen. […] Er deden berichten de ronde over omgeleide waterbronnen en gecontroleerde explosies. Zo zetten de rijken de aarde daarboven naar hun grillige hand, terwijl in de verlaten dalen beneden, de Gespensteralpen, het bestaan van de laatste boeren nog meer onder druk kwam te staan.

Het leven buiten deze enclaves is voor veel mensen hard. Overheden hebben zich nog meer teruggetrokken en Big Tech en Big Inc. maken de dienst uit. Huisvesting en ook water zijn volledig geprivatiseerd: het bedrijf Next Water Inc bepaalt hoeveel water iedereen tot zijn beschikking heeft. Om een diner samen te stellen voor hun vrienden, moet Otto op een ware queeste om alle ingrediënten te verkrijgen, die ook nog eens meer ‘eudollars’ kosten dan ze zich eigenlijk kunnen veroorloven.

Ze leefden in uitzonderlijke omstandigheden, een staat van overleven, een vorm van wachten. Waarop? Dat was het moeilijkste, je geen voorstellingen proberen te maken van de toekomst en intussen klampte je jezelf vast aan wat je had als drijfhout.

Dan is het niet zo vreemd natuurlijk dat Otto een baan aanneemt bij het superrijke echtpaar Friend dat in de Alpenfederatie woont in een exorbitante villa met een kas vol orchideeën als statussymbool. En dan begint het conflict in de roman. Want niet alleen Otto zelf kampt wel degelijk met morele bezwaren, Tilly en vooral zijn idealistisch dochter Sophia voelen er eigenlijk helemaal niets voor om met hem mee te gaan. ‘It’s fucking death’, vat Sophia het bondig samen. Sophia richt zich liever op ideeën om een rechtvaardiger maatschappij te creëren: in Duitsland ontstaan ‘Klugdörfer’, coöperatief en egalitair georganiseerde woongemeenschappen, ingebed in een regionaal ecosysteem, die een breuk met oude structuren propageren. Haar Duitse vriendin Sabine heeft zich er met haar ouders bij aangesloten. Dat Sophia en Tilly uiteindelijk toch met Otto meegaan, heeft niet alleen te maken met het feit dat Sophia in een rolstoel zit, maar ook met het moederinstinct van Tilly. Zij krijgt een sterk gevoel dat Iwan ook die kant op beweegt.

Iwan speelt naast zijn vader een grote rol in De Alpenfederatie en is een van de interessantste personages. Een rijzige, donkere jongeman die al snel een leiderschapsrol op zich neemt in het verzet. We volgen hem in zijn groei in de beweging en in zijn voortrollende gedachten en twijfels of hij wel het goede doet. Als hij bijkomt van een gezichtsveranderende operatie, bezoekt hij in Stuttgart met medeverzetstrijdster Iris een concert van de populaire band The Dissolvement. Verwijmeren munt hier uit in een zintuigelijke schrijfstijl. Ik zag hier een lijn naar De vorm van geluid, zijn debuutroman waarin de omgang met tinnitus centraal staat.

Op de wand achter het podium verscheen een oranje stip, die langzaam groter werd, tot ze in vol ornaat verscheen: de zon, verblindend, trillend aan haar nevelige randen. Iwan voelde de hitte op zijn huid en werd zich bewust van een aangehouden toon, zo laag dat hij de lucht voelde trillen. Terwijl het licht langzaam uitdoofde en het podium weer zichtbaar werd, klonk een tweede toon boven de eerste, en vervolgens een derde. Er school iets sacraals in de gedragen, stapsgewijs met een kwint stijgende tonen. […] Meer en meer instrumenten haakten aan, vermengden zich tot traag verschuivende klankvelden. […] Gedragen door licht, kleur en muziek dansten Iwan en Iris met hun vrienden, en Iwan verloor het besef van tijd.

Na het concert volgt een huiveringwekkende kennismaking met een van de lugubere wapens van de Alpenfederatie: een gecontroleerde aanval van kleine, met messen bewapende drones vermomd als spreeuwen. In de bekende dansende zwermen, juist een toonbeeld van natuurlijk schoonheid, hakken de elektronische spreeuwen op hun slachtoffer in, tot er niet veel meer overblijft. Iwan overleeft die aanval ternauwernood.

Zoals het een dystopische roman betaamt, is het verhaal rijk aan technische snufjes en nieuwigheden die voortborduren op wetenschappelijke ontwikkelingen die al gaande zijn in onze tijd. Wat dat betreft zou je De Alpenfederatie met goed recht sciencefiction kunnen noemen. Naast de moordende spreeuwenzwerm zijn er ook ‘holoplayers’, ‘sheets’, holografische assistenten en life coaches en onzichtbaarheidskleding. Mensen verplaatsen zich in ColXbri’s, een soort kleine helikopters. En mensen die zich het kunnen veroorloven worden veel ouder door Life Extension Therapy. Op zulke momenten krijgt de roman een beetje de zweem van een James Bond-film, met helden en schurken op weg naar een spectaculaire eindstrijd. Zeker als het bestuur van het ‘Westlicher Kommandoteam Alpiner Terrorismusbekämpfung und Freiheitsschutz’ samenkomt in ‘der Spioenkopf’, een glazen koepel hoog op een top van een berg in de Alpenfederatie en zijn destructieve plannen bespreekt.

Tot een spectaculaire eindstrijd komt het gelukkig niet. Verwijmeren houdt zijn roman interessant door de verwikkelingen zowel aan de oppervlakte als diep vanbinnen zijn personages te laten afspelen. Hij neemt de tijd voor Otto’s wandelingen door de bergen, waarbij de beschrijvingen van natuurschoon en mijmeringen over de maatschappij en de keuzes die hij heeft gemaakt hand in hand gaan. Ze bieden de lezer een confronterend kijkje in de spiegel van de huidige tijd, je voelt – althans ik voelde het zo – dat het deze kant op kan gaan. Zo ver in de tijd als het zich afspeelt, zo dichtbij word je gehouden, juist door die sterke innerlijke reflectie. Verwijmeren slaagt erin een tot de verbeelding sprekende en geloofwaardige toekomstige wereld te schetsen met daarin geloofwaardige personages die streven naar geluk, zingeving, macht en harmonie. Met recht weer een voorbeeld van de opmars van speculatieve fictie, waar Sander Bax over schrijft in Schrijversmythen. En nooit zal ik meer hetzelfde kijken naar een dansende spreeuwenzwerm.

Martijn Nicolaas

Gregor Verwijmeren – De Alpenfederatie. Van Oorschot, Amsterdam. 368 blz. € 26,59.