Het universum van Renate Dorrestein

‘Stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt.’ Renate Dorrestein (1954-2018) moest er niet aan denken, zo vertrouwde ze haar assistent toe bij het opruimen van haar archief. Toch is zeven jaar na haar overlijden een biografie verschenen. Biograaf Iris Pronk werd daarvoor gevraagd door de weduwnaar van Dorrestein en sprak met familie, vrienden, vakgenoten en ex-partners. Deze aanpak levert een caleidoscopisch beeld op van een productieve en geliefde auteur, die zichzelf consequent ‘schrijfster’ noemde ook toen de genderneutrale term ‘schrijver’ in zwang raakte.

Voor de biografie Altijd te paard ging Pronk, die Dorrestein meerdere keren had geïnterviewd voor Trouw, op zoek naar de bronnen van haar schrijverschap. Voor lezers van haar romans geeft de soepel geschreven biografie waardevolle inzichten. Hoe openhartig zij verder vaak ook was in interviews, juist over haar jeugd liet zij nooit iets los. Uit de gesprekken met haar oudere zus Hilde en andere familieleden ontstaat in de biografie het beeld van een katholiek gezin met vier kinderen, een ongelukkige moeder die thuis voor de kinderen zorgde en een vader die als advocaat altijd aan het werk was.

In de biografie beschrijft Pronk hoe Dorresteins feministische levensovertuiging haar journalistieke werk, haar fictie en enkele van haar fundamentele persoonlijke keuzes, zoals de beslissing om geen kinderen te krijgen, heeft beïnvloed. De herinneringen aan haar jeugd, de zelfgekozen dood van haar jongere zus Annemarie in 1981 en haar belevenissen als journaliste verborg ze in wat ze zelf ‘haar innerlijke druipsteengrot’ noemde.

‘Vooruit, te paard en ten aanval!’ was haar favoriete credo en typeert de altijd strijdbare Dorrestein. Op haar negentiende ging ze aan de slag als journaliste in de mannenwereld van Panorama en zag ze in het buitenland veel onrecht. Ze sloot zich aan bij de feministische beweging en dat opende haar ogen voor de ongelijkheid in haar eigen persoonlijke omgeving. Via haar columns in Opzij beïnvloedde ze het leven van vrouwen die thuis nog last hadden van knellende rolpatronen. In haar romans verwerkte ze zware maatschappelijke onderwerpen als anorexia, seksueel geweld en suïcide. Humor was haar wapen en woede haar motor, aldus Pronk.

De biografie is een waardig eerbetoon aan Renate Dorrestein. De gesprekken met nabestaanden leveren een zeer persoonlijk beeld op van de schrijfster. Ze had in de literaire wereld het imago lastig te zijn en deinsde er zelfs niet voor terug om recensenten in het openbaar weerwoord te geven op negatieve besprekingen. In haar verhaal over het fascinerende leven van Dorrestein besteedt Pronk veel aandacht aan de vrouw die loyaal en trouw was in haar vriendschappen en het middelpunt werd van ‘haar zelfgekleide gezin met aanwaaikinderen’. Tijdens het lezen van het laatste hoofdstuk over haar terminale ziekte en overlijden voelde ik me als lezer haast een voyeur door de persoonlijke verhalen van haar naasten.

Wat me vooral bijblijft na het lezen van de biografie is de uitzonderlijke plek die zij in de literatuur verwierf door haar succesvolle romans in de jaren negentig. Nadat ze in 1983 doorbrak met haar debuut Buitenstaanders wist ze met haar romans een trouw lezerspubliek aan zich te binden. Het lukte haar om als een van de weinige auteurs in Nederland van haar inkomsten uit het schrijverschap te leven, zo meldt Pronk die ook inzicht had in royaltyafrekeningen. Ook sprak ze met de redacteurs die Dorresteins intensieve schrijfproces hebben begeleid. In haar romans vermengde ze fantasie en maatschappelijk onrecht met herinneringen die lagen opgeslagen in haar innerlijke druipsteengrot. Het is een fascinerende ervaring om na deze biografie opnieuw haar romans als Een hart van steen en Een sterke man te lezen. Dorrestein had zich met deze biografie geen mooier vervolg voor haar oeuvre kunnen wensen.

Lenny Vos

Iris Pronk – Altijd te paard. Renate Dorrestein (1954- 2018). Querido, Amsterdam. 524 blz. € 34,99.