Een afdaling in de hel van de Ierse hongersnood

De Ierse auteur Paul Lynch (1977) is een meester van de beklemming, hij blinkt uit in het beschrijven van een wereld waarin de mens moeizaam overleeft in extreme omstandigheden. In Lied van de profeet, dat in 2023 de Booker Prize won, knijpt Lynch de keel van de lezer langzaam maar vakkundig dicht. In Grace grijpt hij Ierse auteur de lezer meteen naar de strot. Alleen kan Lynch die greep geen 400 bladzijden volhouden en botst hij op de limieten van wat een gemiddelde lezer aan doffe ellende kan absorberen.

In 2023 won Lynch met het huiveringwekkende Lied van de profeet de prestigieuze Booker Prize. Daarin vertelt hij het benauwende, dystopische verhaal van een parallel Ierland dat afglijdt naar een dictatoriaal regime. Het was de vijfde roman van Lynch, maar de eerste die in het Nederlands vertaald werd. Grace, de derde roman van Lynch, verscheen oorspronkelijk in 2017 en is nu ook vertaald in het Nederlands.

In Grace brengt Lynch de jaren van de grote Ierse hongersnood (Great Famine) vanaf 1845 tot leven. Door een ongeziene voedselschaarste, veroorzaakt door mislukte aardappeloogsten, kwamen in die periode een miljoen Ieren om het leven. Miljoenen anderen vluchtten naar het buitenland.

Lynch loodst de lezer door die donkere periode via de figuur van de veertienjarige Grace. Zij wordt bij het begin van het verhaal door haar moeder bruut naar de ‘slachtstronk’ gebracht. Ze wordt niet vermoord, maar haar moeder snijdt ruw haar lange lokken af en zegt: ‘Nu ben jij de sterke’. Vermomd als jongen wordt Grace de wijde onherbergzame wereld ingestuurd. Ze krijgt daarbij het gezelschap van Colly, haar jongere, babbelzieke en raadsels spuiende broer.

Wat volgt is een ontluisterende afdaling in de hel van de groeiende hongersnood. Tijdens haar lange, steeds zwaarder wordende tocht door Ierland komt Grace een bonte verzameling figuren tegen die elk op hun manier naar oplossingen zoeken om te overleven. ‘Het wemelt op straat van de mouwtrekkers, schoffies en schurken, zwervers, bedelaars en sjacheraars’, klinkt het. Zelf werkt Grace onder meer als veedrijver en wegenbouwer en ze neemt ook deel aan berovingen.

Op een aantal vlakken is Grace zeker een voltreffer. Zo slaagt Lynch er heel goed in het 19de eeuwse Ierland levendig te maken door onder meer fabels, volksverhalen en bijgeloof door het verhaal te mengen. Ook de groeiende wurggreep van de honger wordt met een pijnlijke precisie beschreven. Zo wordt het hongergevoel bij Grace als volgt omschreven:

Eerst bekruipt de honger je heel langzaam, denk ze, en dan bespring hij je als een kat. Hij klauwt aan je gedachten, nestelt zich in je slaap en woelt rusteloos. Na een tijdje krijgen de honger en de kou dezelfde dofheid, je kunt ze niet meer uit elkaar houden. Ze maken de geest trager en dempen de zorgen over de veranderingen van haar lichaam. Het bezwijken van haar denkvermogen. De tintelende slapheid die ze overal voelt.

Hongerigen gaan van pure ellende boomschors eten, mensen moeten uit bittere miserie zelf bij de bedelaars gaan bedelen en geweld en gruwel loeren om elke straathoek. Hoewel ze hier en daar bondgenoten op haar pad vindt en ze ook vergezeld wordt door de stemmen en de geesten van overledenen, voert Grace een nogal eenzame strijd tegen de tegenspoed en de ongenadige buitenwereld. Een diepmenselijke en universele strijd die me wat deed denken aan de figuur van Demon Copperhead, de jongen uit de gelijknamige succesroman van Barbara Kingsolver. Midden in de afgrond van zijn eigen ellende, verzucht Demon dat er geen enkele soort verdriet bestaat die de wereld kan doen stoppen met draaien. (‘It hit me pretty hard, how there’s no kind of sad in this world that will stop it turning’).

En toch kan Grace niet over de hele lijn overtuigen. Dat heeft met verschillende zaken te maken. Zo blijft het complexe hoofdpersonage Grace toch een stuk ongrijpbaar. De morele boog die Grace doormaakt, voelt ook wat geforceerd aan. Daarnaast rekt Lynch de miserie en de gruwel zo fel en bijna oeverloos op dat hij toch het absorptievermogen van lezers op de proef stelt. De auteur doet dat alles in een lyrische stijl met een donkere, kille ondertoon die wat doet denken aan de Amerikaanse auteur Cormac McCarthy (bekend van onder meer De weg en van Meridiaan van bloed). Het bloemrijke proza van Lynch treft zeker vaak raak, maar net iets te vaak zijn de beelden ook vergezocht, waardoor het geheel nogal zwaar op de hand wordt.

Een pluim wel voor de soepele vertaling van Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman.

Maarten De Rijk

Paul Lynch – Grace. Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekman en Tjadine Stheeman. Prometheus, Amsterdam. 392 blz. € 24,99.