Als taal te kort schiet

‘De betekenis die ik mijn woorden geef zal afwijken van jouw interpretaties en dat is oké.
Ik ben slechts de schrijver en ga je niet zeggen hoe je dit boek moet lezen.’
Het lijken geruststellende woorden voorin van een bundel die (vertaald) ‘Taart van entropie’ heet. Er staat immers niet meer of niet minder dan dat de gedichten die volgen multi-interpretabel zijn en dat jij, lezer, er vooral je eigen invulling aan moet geven. En die vrijheid geldt natuurlijk ook voor alle andere lezers…

Het lijkt een platitude. Alleen op sommige scholen kom je nog weleens een bange leraar tegen die angstvallig zijn eigen uitleg voor de Grote Waarheid houdt. Maar verder weet toch iedereen dat ‘Zelf gedichten lezen’ het meeste oplevert. Ga de discussie aan met de woorden, stel vragen en je krijgt onverwachte antwoorden, stel nieuwe vragen en je krijgt vragen terug. Zo lees je een gedicht.

Maar toch is de inleiding van Ray Fuego niet zo’n open deur als het lijkt, want een paar regels verderop stelt hij voor dat je weliswaar op zoek gaat in een tekst, maar wel met het doel de dichter te vinden op zíjn frequentie, een frequentie die bovendien voortdurend verandert. En daar komt de entropie uit de titel om de hoek kijken. Want in een wereld waarin alles stroomt en beweegt en verandert is ‘op zoek zijn’ wellicht het enige wat er op zit.

Niet alleen de lezer wordt aangespoord om zijn zoektocht tot in de oneindigheid voort te zetten, ook de ik-figuur zal er mee moeten leven:

Hou mijn hand vast, of niet

Ik ben wie ik altijd had willen zijn
maar wie ik ben verandert steeds.

Jij bent iemand met wie ik altijd had willen zijn
maar ook jij werd iemand anders.

Ik heb alles wat ik dacht te kennen losgelaten
en ben meer gaan geloven.

Dat ‘geloven’ is hier heerlijk ambigu. Het hoeft allereerst niet per se een religieuze connotatie te hebben. ‘Mijn principes zijn niet religieus’ heet het in een ander gedicht. Het zou een mythologisch geloof kunnen zijn, of een filosofisch. Maar het kan natuurlijk ook een nihilistisch ‘ik geloof het wel’ betekenen. En zelfs dat is betrekkelijk, zoals een ander gedicht doet vermoeden.

Van Puffelen

Ik zocht altijd flarden van jou in andere mensen.
In al mijn vriendinnen zat een klein beetje van jou.
Maar jij.
Jij bent het hele plaatje.

Tuurlijk heb je je meningen
en dingen waar we het niet altijd over eens zijn.
Onze discussies zijn slechts collages,
ruzies zijn als vlekken op jouw witte overhemd
want ze zijn niet meer als het levenswater gaat kolken en klotsen.
Jij bent mijn adem en in de warmte van dit kaarslicht,
op dit moment,
ben je perfect precies zoals je bent.

Natuurlijk is dit in de eerste plaats in al zijn aanstekelijke eenvoud een liefdesgedicht. Het doet mij, zeker aan het slot, wat aan Herman Gorter denken ( ‘je bent / nu toch wat je eenmaal bent). En dat is een traditie waarin het goed leven is. Maar het stuurt bovendien aan op een invulling van dat ‘geloven’ uit het eerder hierboven besproken gedicht. Het lijkt immers alsof de ik-figuur hier eindelijk zijn rust gevonden heeft, zijn zoektocht heeft volbracht. Je bent immers ‘perfect precies zoals je bent.’ Maar omdat nou eenmaal alles relatief is (en zelfs dat), komen we er als lezer niet zó makkelijk van af. Een van de laatste gedichten, ‘Is so’, trekt opnieuw alles in twijfel. Wat voor de een echt en waar is, is dat nog niet voor een ander, stelt het gedicht. ‘Het bestaan in al zijn complexiteit / is niet te bevatten in taal zo beperkt als de onze. / Het bestaan is te complex voor ons beperkte denken.’

Is dit een relativering? Ik weet het niet. Het lijkt ineens niet meer te gaan over de almaar voortdurende entropie die het leven zo ongrijpbaar maakt. Nee, het ligt aan ons, aan ons denken, aan onze taal, een taal die als puntje bij paaltje komt per definitie te kort schiet. Poëzie is daarom tegelijk een hardnekkige poging om het diepste onder woorden te brengen én een uitroep van wanhoop omdat dat steeds opnieuw niet lukt. En daarmee heeft Ray Fuego een van de meest fundamentele poëticale thema’s te pakken.

Jan de Jong

Ray Fuego – Bolo di entropia. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 96 blz. € 19,99.