Recensie: Thomas Mann – Achtung, Europa!
Wees op je hoede, Europa!
Nu in veel Europese landen autocratische, rechts-radicale bewegingen voet aan de grond krijgen, van het Verenigd Koninkrijk tot Hongarije, vragen steeds meer mensen zich bezorgd af waar dit gaat eindigen. Stevenen we af op een maatschappij waarin vrijheden ingeperkt worden en de willekeur regeert? Het is in verband met deze zorgen dat Uitgeverij de Arbeiderspers in Amsterdam een nieuwe vertaling heeft uitgebracht van een bundel artikelen van Thomas Mann, oorspronkelijk uitgegeven in 1938. Hierin staan onder andere het artikel ‘Achtung, Europa’, waaraan het zijn titel ontleent, essays over het wezen van democratie en over ‘broeder Hitler’, en van een geheel andere orde, over Richard Wagner. Het boekje heeft een voorwoord door Arnon Grünberg, en een Inleiding door Piet Meeuse.
Al begin 1933 was Mann niet meer naar Duitsland teruggekeerd na een vakantie in Zwitserland; zijn kinderen, Klaus en Erika, hadden hem ervan overtuigd dat het te gevaarlijk was. Mann stond toen al bekend om zijn kritische houding ten opzichte van het nationaalsocialisme en fascisme. Zijn Duitse paspoort werd niet meer verlengd en er werd beslag gelegd op zijn bezittingen. Het feit dat hij prachtige boeken had geschreven (Die Buddenbrooks, Der Zauberberg) en in 1929 de Nobelprijs voor de Literatuur had gekregen, deed niet meer ter zake: alle kritiek moest gesmoord.
In Achtung, Europa!, nu voorzien van de titel Europa, Pas op!, dringt zich herhaaldelijk een vergelijking met het heden op, zoals wanneer Mann vermeldt dat jonge mensen klagen dat zij het zoveel zwaarder hebben dan de generatie van hun ouders en grootouders. Wat zij op hun bord krijgen is volstrekte onzekerheid, terwijl de vroegere generatie kon opgroeien ‘in de economische geborgenheid van het burgerlijk tijdperk’. Het betreft hier geen klachten van de GenZ generatie aan het adres van ‘boomers’ die, naar eigen zeggen, zit opgescheept met een klimaatcrisis, diverse oorlogshaarden, woningnood en nog zo wat. Het gaat om zorgen over de dreiging en de opkomst van het fascisme in de jaren ’30, in Italië, Spanje en Duitsland, en met aanhangers in o.a. Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk.
Teruggrijpend op Ortega y Gassets Opstand der Horden schetst Mann een beeld van moreel verval dat in de negentiende eeuw begon en door ‘de oorlog’, en dat is hier dus de Eerste Wereldoorlog, niet veroorzaakt, maar wel verhevigd werd: ‘Niet de oorlog heeft de reusachtige golf van barbarij en primitieve massa-democratische kermisjool veroorzaakt …; hij heeft … alleen haar botte kracht vergroot.’ Het gaat dan niet alleen om de teloorgang van interessse in cultuur, kunst en idealisme, maar ook om de wijdverbreide destructieve ideeën die een inferieure, anti-intellectuele levenshouding propageren. Alle goede wil, het streven naar vrede, internationale samenwerking, alle humaniteit en beschaving, alle waarheid wordt verdacht gemaakt. Voor grote delen van de bevolking lijkt het wel of ‘het verstand was afgeschaft’. Mann roept op tot een militant humanisme: geen zachtheid, twijfel en pacifisme, want die zijn niet opgewassen tegen de kwade krachten van het fascisme, maar een humanisme dat is voorbereid op de strijd. Hoe hij dat voor zich ziet, wordt hier niet verder uitgewerkt. Daarvoor biedt zijn essay ‘Over de toekomstige overwinning van de democratie’ aanknopingspunten.
Dit essay is de uitgewerkte tekst van een rede die Mann hield vlak voordat hij 1938 naar de Verenigde Staten vertrok. Democratie, schrijft Mann, behelst meer dan het principe van de meerderheid of de ‘heerschappij van het volk’, ten slotte kan de meerderheid ook ‘de heerschappij van het gepeupel’ betekenen. Facsisme draait om de zucht naar macht, met verheerlijking van de oorlog en morele verloedering als gevolg. Samenwerking is in de optie van fascisten zwakheid, eveneens het doen van concessies or het bereiken van een compromis. Met zulke mensen valt ook niet te praten, schrijft Mann, niet lang nadat de naïeve Chamberlain dacht dat hij ‘peace for our time’ had weten te bereiken in september 1938 door het Sudetenland aan Hitler uit te leveren.
Maar wat zijn dan de voorwaarden voor een toekomstige overwinning van de democratie? Vooraleerst een goed begrip van deze nieuwe totalitaire beweging die zovelen zo veel aantrekkelijks lijkt te bieden, juist onder opvallend veel jonge mensen, iets wat ook al opgemerkt werd door Stefan Zweig in diens Die Welt von Gestern. Het is daarom belangrijk om te doorgronden waar de aantrekkingskracht van fascistische of rechts-radicale bewegingen in schuilt om zo hun propaganda te kunnen ontkrachten. Volgens Mann kan de democratie tegenover hegemonie en macht alleen een interesse in vrede bieden, en iets dat ‘het hogere, latere, nieuwere ontwikkelingsstadium van geest en moraal vertegenwoordigt’, alsmede een gemeenschap van alle volkeren. Zo’n tegenstelling van een eenduidige boodschap enerzijds en vaagpraat anderszijds maakt de huidige lezer wel moedeloos; Mann zelf bleef echter optimistisch. Zoals Grunberg schrijft in zijn voorwoord, ‘zijn ongebroken en soms hoogdravende geloof in humanistische principes klinkt de scepticus soms bijna wereldvreemd in de oren’. Maar het is wel goed te bedenken dat Thomas Mann schreef voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog; onze kennis van wat in die afschcuwelijke oorlog is gebeurd maakt het moeilijk om ideeën uit de periode vóór die oorlog op waarde te schatten.
De mooie vertaling van de artikelen is van Piet Meeuse en Barber van de Pol. Geen gemakkelijke klus, maar goed gedaan, al struikelde ik over het anachronistische gebruik van het moderne, afgesleten reclame-cliché ‘fris, fruitig’. In zijn Inleiding schetst Piet Meeuse kort Manns loopbaan en de ontwikkeling van zijn politieke ideeën en gaat uitgebreid in op de paralellel tussen de situatie toen en die van nu, na de Russische inval in Oekraïne. Hij gaat niet voorbij aan aspecten van Thomas Manns denken die al te optimistisch zijn gebleken, of dat Manns manier van schrijven ‘de nodige concentratie van de lezer’ vergt. Maar ook Meeuse benadrukt, net als Mann, dat alleen een strijdbare en daadkrachtige houding tegenover de bedreiging van de democratie uitzicht kan bieden op een vrij en democratisch Europa.
Thea Summerfield
Thomas Mann – Achtung, Europa!. Arbeiderspers, Amsterdam. Vertaald door Barber van de Pol, Piet Meeuse. 264 blz. € 22,99.