Recensie: Yves Petry – De laatste woorden van Leo Wekeman
De volgende recensie van een roman van Yves Petry komt uit 2004.
Overtuigende scheefpraat
Zelden zoveel scheefpraat over liefde bij elkaar gelezen als in De laatste woorden van Leo Wekeman, deze tegelijk groteske en amusante roman. De Vlaamse auteur Yves Petry laat verspreid over vijf hoofdstukken vier mafketels aan het woord die bij elkaar opgeteld het verhaal vertellen van ene Leo Wekeman, die bij een krant werkt, door zijn vrouw verlaten wordt, door zijn hoofdredacteur op een zijspoor gezet dreigt te worden en een merkwaardige belangstelling opvat voor de talentvolle collega-journalist Xavier Kingston.
Erg veel gebeurt er al met al niet. We belanden nog wel even in een afgelegen bos op een ontmoetingsplaats voor homoseksuele mannen en we maken een uit de bocht vliegend interview mee met de president van de Verenigde Staten die een kort bezoek aan België brengt.
Het verhaal is bij Petry in hoofdzaak het vehikel geweest voor een niet aflatende reeks uit de hand lopende betogen over seksualiteit, verlangen, identiteit, frustratie en pogingen recht te praten wat zo krom is als een hoepel. Neem nu Leo Wekeman. Het is duidelijk dat hij de grootste egoïst aller tijden is, die dit systematisch ontkent en probeert zijn niet geringe tekortkomingen weg te rationaliseren.
Hij is niet in staat zelfs maar het minste gevoel voor zijn vriendin op te brengen, onderdrukt haar, haat zijn collega-journalisten en is vooral rancuneus tegen alles en iedereen. Niets aan de hand met die Wekeman, probeert hij ons wijs te maken, maar je weet als lezer snel dat je hier te maken hebt met een ernstig warhoofd. En met de andere figuren is ook behoorlijk veel mis.
De hoofdredacteur zwelgt in uitermate merkwaardige erotische fantasieën rondom Bijbelse taferelen, zet zijn werknemers tegen elkaar op en is gewoon aartslui. De ex-vriendin van Wekeman slaagt er niet in een leven zonder deze kletsmajoor te leven en keert met hangende pootjes bij hem terug en Kingston is een verschrikkelijke slijmbal en vrouwenonderdrukker.
Petry’s roman wordt nergens larmoyant of overdreven leukerig. Daarvoor schrijft hij te goed, zijn proza dendert voorwaarts van de ene naar de andere rare beschouwing of waarneming. Neem de volgende zinnen:
Moeilijkheden waren nergens goed voor. Als moeilijkheden konden opgelost worden, dan konden ze ook vermeden worden. Dan zouden ze opgelost moeten zijn vooraleer ze zich voordeden. En als moeilijkheden niet konden worden opgelost dan moesten er geen moeilijkheden van gemaakt worden, dan waren het onvermijdelijkheden.
Hij heeft een paar overtuigende gekken neergezet en hield me vooral bij de les omdat je nooit het gevoel krijgt dat hij zichzelf beter en knapper vindt dan de rest. Hij krijgt dat voor elkaar door zijn vaak geestige redeneringen en waarnemingen steeds zoveel overtuigingskracht mee te geven dat je steeds op het punt zit om te denken dat er toch wel erg veel in zit. Petry speelt aan de lopende band met onze vaak vastgeroeste oordelen over de liefde, over ambities en over de beelden die we van onszelf hebben. Als je het goed bekijkt, veegt hij niet alleen op geestige wijze de vloer aan met zijn personages maar vooral met de lezer.
Kees ’t Hart
Yves Petry – De laatste woorden van Leo Wekeman. De Bezige Bij, Amsterdam. 256 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 30 januari 2004.
