Recensie: Kevin Hassing – Lexie
Holy-krakkemolie
Vandaag begint de Kinderboekenweek en dat betekent dat er een Kinderboekenweekgeschenk voorradig is: Lexie van Kevin Hassing. Of beter gezegd: Lexie en pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis. Een lang en moeilijk woord. En over moeilijke woorden, ze hoeven niet eens lang te zijn, struikelt Lexie nogal vaak, want Lexie heeft, je raadt het al, dyslexie. Gelukkig heeft Lexie een goed vriend, Riff, die trouw komt ’troost-tukken’ als het op school weer een vreselijk misgaat bij een dictee of een spreekbeurt.
Tijdens een gezamenlijke troostovernachting in de tuin na een mislukte spreekbeurt over superhelden ziet Lexie een vallende ster. Ze wenst dan dat er geen lastige woorden meer bestaan in haar klas. Als ze de dag erna op school komen, blijken die inderdaad verdwenen te zijn, evenals de tafeltjes, het digibord, de ramen (raamkozijn is het moeilijke woord) en juf Juliëtte. De lessen die de vervangende meester Bram geeft, zijn saai en doodeenvoudig. En dan blijken er ook nog twee leerlingen verdwenen te zijn.
Hassing heeft er een geschenk vol avontuur van gemaakt, waarbij het verhaal opstuwende idee is dat de uitgekomen wens weer ongedaan gemaakt moet worden. Daarbij gebruikt Hassing verhaalwendingen vol onwaarschijnlijkheden en aan elkaar hangen van toevalligheden. Er is bijvoorbeeld toevallig een man in de buurt, Stanley, die weet hoe je wensen terug moet draaien en die later ook nog over allerlei machines beschikt die Lexie helpen haar doel te bereiken. Natuurlijk loopt het boek goed af.
De structuur van het boek vol korte hoofdstukjes, onderbroken met tekeningen van Marieke ten Berge, korte dialogen, sowieso korte zinnetjes geven het geheel snelheid. Alle gevoelens worden daarnaast voor de lezer ingevuld: ‘vraagt Riff gretig’, ‘vraag ik voorzichtig’, ‘zegt Stanley treurig’, ‘vraag ik teleurgesteld’. Als de kinderen een krachtterm gebruiken dan doen ze dat met het woord ‘krak’, wat een zekere vorm van humor oproept. Wat de krak. Krak-allemachtig. Holy-krakkemolie! Krakzooi. Madderkrakker. Krak op.
Ik ben daarnaast gefocust op bepaalde woorden: mensen die grijnzen, schouders die opgehaald worden, maar vooral personages die knikken. In Lexie wordt behoorlijk wat afgeknikt, maar in nogal dezelfde bewoordingen:
Ik knik.
Ik knik.
De kinderen knikken […].
Als ik klaar ben, knikt hij.
Ik knik.
Ik knik langzaam […].
Ik knik.
Ik knik.
Riff knikt.
Ik knik.
Ik knik.
Stanley knikt.
Hij luistert, knikt en lacht.
Riff knikt en verlaat het wc-hokje.
Ik knik.
Ik knik.
Ik knik.
Maar die knikjes vallen in het niet bij de formuleringen waarbij men elkaar (al dan niet verbaasd) aankijkt of lachend iets zegt. Ondanks de woordgrapjes met krak, de opmerkingen over het gebruik van het woord ‘letterlijk’ en het feit dat het hele boek over taal gaat, zijn de formuleringen van Hassing niet heel bijzonder.
Ik vraag me af wat leerlingen op de basisschool meenemen van dit boek. Je moet een superheld zijn als je om kunt gaan met je dyslexie, omdat je andere talenten aanspreekt die je intelligentie aantonen. Kinderen moeten wel heel nadrukkelijk dapper zijn, durven en doorzetten. Kinderen leren dat je niet moet weglopen van een probleem, maar dat je het probleem moet aanpakken. Als ze dat meenemen uit het Kinderboekenweekgeschenk, dan heeft Lexie voor een bepaalde groep kinderen zijn waarde wel bewezen. Leerlingen zijn minder bezig met stilistische zaken getuige de populariteit van Hassing bij de Kinderjury, een prijs die hij al drie keer heeft gewonnen.
Coen Peppelenbos
Kevin Hassing – Lexie. CPNB, Amsterdam. 96 blz. Je krijgt het Kinderboekenweekgeschenk cadeau bij besteding van € 13,50 aan kinderboeken.
