Essay: Ernestine Comvalius – Doorbraak Christine Otten
Doorbraak Christine Otten
In een tijd waarin machthebbers in hun nostalgie verlangen naar apartheid en het terugdraaien van de verworvenheden van de civil rights movement, herleest dichter en oud-directeur van het Bijlmer Parktheater Ernestine Comvalius de recent opnieuw verschenen roman De laatste dichters van Christine Otten. Ze beluisterde ook de eerste aflevering van de nieuwe podcast Lange lijnen van schrijverscollectief Fixdit over het werk van Otten, die ook lid is van het collectief. ‘Onze jonge mensen hebben houvast nodig, analyse, poëzie, ervaringen die te vinden zijn in boeken als De laatste dichters.’ Een persoonlijke beschouwing over inleving, heersende kolonialiteit en de kracht van literatuur.
Eerder dit jaar vond de lancering plaats van de nieuwste uitgave van De laatste dichters van Christine Otten, gebaseerd op de levens van de legendarische dichtersgroep The Last Poets die in de jaren zeventig hun opmars maakten. Een boek dat al twintig jaar wordt herdrukt en is vertaald in verschillende talen. In een drukbezochte zaal van de Ru Paré Community in Amsterdam mocht ik de aanwezigen toespreken. Ter voorbereiding daarop bladerde ik in alle boeken die Christine Otten heeft geschreven en bekeek interviews op tv waarin zij en The Last Poets werden geïnterviewd.
Wat maakt dat zij als witte jonge vrouw twintig jaar geleden zo’n treffende roman kon schrijven over Zwarte dichters uit New York? Ik lees dat de dichters zich ook verwonderden over haar oprechte nieuwsgierigheid. Hoe was zij ertoe in staat zich schijnbaar onbevooroordeeld te verplaatsen in het rauwe leven van de Zwarte dichters, een groep die zo ver van haar staat? Mijn voordracht was een zoektocht naar het antwoord. Een ander deel van het antwoord vond ik in de recente podcast Lange lijnen van schrijverscollectief Fixdit waarin de jonge letterkundigen Maria van Dordrecht en Iris Kater Mirsalari het werk van Christine Otten bespreken.
Jaren geleden hield ik me al bezig met de vraag of witte schrijvers in staat zijn om het gevoelsleven en de belevingswereld van Zwarte mensen te vangen in hun boeken. Dit was een vraag die de bekende Amerikaanse schrijfster bell hooks (1952–2021) adresseert in haar boek Talking Back: Thinking Feminist. Thinking Black. bell hooks is bekend om haar werken over feminisme, ras, klasse en liefde. In deze bundel met persoonlijke en theoretische essays staan ook gesprekken met studenten waarmee hooks als professor in gesprek gaat. Alhoewel ze vooral de nadruk legt op het belang van Zwarte vrouwen om zich uit te spreken en hun eigen verhaal te vertellen, reageert ze bevestigend op de vraag of witte vrouwen kunnen schrijven over Zwarte vrouwen. Zij benadrukt wel dat het nodig is dat de vrouwelijke schrijvers zich bewust zijn van de onderdrukkingsmechanismen in de samenleving en de positie die zij zelf innemen. Een bewustzijn dat zij bij vele witte feministen miste. Een worsteling waar in de Amerikaanse literatuur meer over is geschreven dan hier in Nederland.
Bij de vertaling van het spoken word gedicht ‘The Hill We Climb’ van Amanda Gorman, laaide de discussie even op in Nederland. Terecht. Ik vond de vanzelfsprekende keuze van uitgeverij Meulenhoff eveneens discutabel, ondanks mijn bewondering voor de begenadigde schrijver Marieke Lucas Rijneveld, die na alle commotie de opdracht teruggaf. In de kunstenwereld in Nederland heb ik te lang het argument gehoord dat er onvoldoende kwalitatief onderlegde acteurs, schrijvers en makers van kleur zijn, als verklaring voor het gebrek aan diversiteit. Schrijfster Janice Deul was een van de eersten die zich er druk om maakte en verschafte de uitgever een lijst met prominente namen van Zwarte schrijfsters.
Christine volg ik al jaren. Ik durf te zeggen dat ik 99 procent van al haar boeken heb gelezen. Vele boeken zijn verfilmd of vormden de basis voor theaterstukken, zoals We hadden liefde, we hadden wapens (2016). In dit boek voert Robert Williams in 1961 in North Carolina een vreedzame strijd tegen de Ku Klux Klan. Als de Klan niet wordt berecht voor het vermoorden van Zwarte mannen, besluit hij, samen met andere mannen in de gemeenschap, de wapens op te pakken. Dit wordt hem niet in dank afgenomen en hij vlucht met zijn gezin naar Cuba. In de roman vertelt Otten het verhaal vanuit het perspectief van zijn vrouw Mabel en jongste zoon John.
Ook bij het lezen van dit boek frappeerde het vermogen van Christine om zich te verplaatsen in de personages. Christine was in staat om op kundige wijze de personages het verhaal te laten vertellen, waardoor ik als lezer pas bij het dichtslaan van het boek besefte dat het niet door een Zwarte vrouw is geschreven, maar door Christine Otten, een Nederlandse schrijfster, geboren in Deventer. Zij was tegelijkertijd ook de initiatiefnemer van het literaire programma Bijlmer Boekt waar zij samen met de SLAA en het Bijlmer Parktheater een podium gaf aan jonge en gearriveerde schrijvers en performers van diverse genres, culturele achtergronden en kunstdisciplines.
Bij de viering van de laatste druk van het boek De laatste dichters, deelde ik een observatie en een vraag. Ik zei dat ik een zig-zagverhaal te vertellen had, want dat gebeurde met mijn brein toen ik me weer ging onderdompelen in De laatste dichters. Dit boek wordt een saga genoemd (NRC) en de uitgever noemt het een klassieker. Ik noem het een modern epos. Men zegt dat een epos het moeilijkste genre is waar een dichter zich aan kan wagen. Dat heeft Christine Otten gedaan. Ik weet dat het een roman is, maar naar mijn mening heeft zij het genre roman op poëtische en muzikale wijze opgerekt en een stijl gevonden die recht doet aan het rauwe en historisch beladen leven van The Last Poets.
Een leven tussen hoop en verdoemenis waarbij de schrijver op zoek ging naar de schoonheid en de veerkracht in de gekte van hun bestaan met groot respect voor de literaire kracht van hun woorden. Het ritme van de roman De laatste dichters valt samen met het experimentele en indringende karakter van de Jazz, onderbroken door de politiesirenes, de geur van de getto, de dreiging van de gevangenis, de drank, drugs, het geweld, en het onuitputtelijke verlangen naar een menswaardig bestaan.
De recensenten verloren zich in superlatieven bij het beschrijven van de stijl van Christine Otten. Sensueel en swingend, grillig, gewaagd en onvoorspelbaar, zintuigelijk en zo kunnen we nog even doorgaan. Met dit boek boek vestigde zij zich als gezaghebbende schrijver.
Ik keek naar de beelden van het tv-programma Vrije Geluiden. Naar de jonge Christine van 20 jaar geleden voor wie dit avontuur levensveranderend was. Een jonge Christine voor wie een nieuwe wereld zich uitstrekte. Zij stapte erin, onbevangen. Umar Bin Hassan, een van The Last Poets, zei nog: ‘We tried to protect her. But she just went to the stores laughing with everybody.’ Hij was verbaasd over het gemak waarmee ze contact maakte met de mensen in de Zwarte community.
Op haar website las ik ‘Ik schrijf omdat ik niet opgesloten wil zitten in mijn eigen wereld, mijn eigen leven, mijn eigen lichaam. Ik schrijf omdat ik me wil verbinden met andere mensen.’ Ze heeft haar hele lichaam, haar nieuwgierigheid, intuïtief, haar wil om te horen en te voelen, meegenomen en daardoor kon ze The Last Poets zien voor wie ze zijn, wat ze vertegenwoordigen en hoe intelligent en ingenieus hun urgente verhaal was gegoten in een tijdloze poëtische en muzikale mix.
Ik ben Christine Otten dankbaar dat zij dit heeft gedaan. Het boek illustreert voor mij de verwoestende uitwerking van een koloniaal systeem waar slavernij een onderdeel van is en de enorme krachtsinspanning die nodig is om daar bovenuit te komen omdat de kolonailiteit, zoals professor Guno Jones het noemt, nog steeds heersend is. Dankbaar ook omdat het boek nu belangrijker is dan ooit. Nu machthebbers in hun nostalgie verlangen naar apartheid en het terugdraaien van de verworvenheden van de civil rights movement, van de beweging voor vrouwenemancipatie, de beweging voor menselijkheid en sociale vooruitgang. Onze jonge mensen hebben houvast nodig, analyse, poëzie, ervaringen die te vinden zijn in boeken als de laatste dichters.
De roman schetst een tijdbeeld waarvan ik getuige ben geweest en die weer bij mij naar de oppervlakte rees. Een deel van mijn persoonlijke geschiedenis, want ik was daar in NY in 1969 toen hun eerste album uitkwam en The Last Poets de idolen werden van dit tiener meisje van 14. Hun teksten hebben mij mede gevormd. Net als David Bowie heb ik hun lp grijs gedraaid en kende ik delen van hun gedichten uit het hoofd. Uit de boxen van mijn platenspeler klonken hun drums. ‘New York New York, the big apple.’ Sommige profane woorden kon ik niet zomaar uitspreken in het huis van mijn tante, de gynaecoloog, waar wij woonden als enig zwart gezin in een buurt met een privéstrand, artsen, ondernemers en miljonairs, waar de taxichauffeurs in de war raakten als wij zeiden: ‘50 Echo Bay Drive, please’ en ons vervolgens naar Echo Bay Street brachten, een wijk verder, dichter bij de ‘Projects’.
Kennen jullie het theaterstuk A raisin in the sun van Lorraine Hansburry, gespeeld on Broadway in 1959 over een zwarte familie die verhuist naar een rijkere witte buurt in Chicago en daarmee de witte gemeenschap in rep en roer bracht? Dat was ons verhaal bijna tien jaar later in NY.
Tijdens een van hun optredens in Amsterdam Zuidoost, vertelde ik in de kleedkamer aan Umar Bin Hassan dat ik zijn tijdgenoot was. De tijd van Black is Beautiful waar de segregatie op onze highschool net was opgeheven en we voor het eerst in de geschiedenis een zwarte conrector hadden. Hoe ik dweepte met Smokey Robinson en Malcolm X en bijeenkomsten van de Black Panthers bezocht, luisterde naar Coltrane en niet te vergeten Angela Davis die in 1970 net was opgepakt. Ik bedankte hen voor hun bijdrage aan mijn vorming. Weet je wat hij deed tijdens zijn voordracht, even later? Hij zei, op zijn typische slepende manier van praten terwijl de drums zachtjes het begin van een voordracht inluidden? Hij zei: ‘This one is for Ernestine.’ Ik viel ter plekke in zwijm.
Die avond heb ik overleefd, maar het raadsel over het vermogen van Christine om op overtuigende wijze de Zwarte personages hun verhaal te doen vertellen, bleef mij bezighouden. Tijdens het luisteren naar de podcast Lange lijnen van Fixdit vind ik aanknopingspunten. In het gesprek tijdens de podcast lijkt schrijfster Otten nog te zoeken naar het antwoord op de vraag hoe het mogelijk was om met zoveel respect de Zwarte dichters te portretteren en de gelaagdheid van hun leven en geschiedenis in beeld te brengen. Zij is te rade gegaan bij Nobelprijswinnaar Toni Morrisson, de Zuid-Afrikaanse dichters Ronelda Kamfer en Antjie Krog.
Christine komt uit een arbeidersmilieu met sociaal geëngageerde ouders. Haar moeder kwam uit een anarchistisch nest en speelde toneel; haar vaders ouders waren aanhanger van de revolutionair-socialist Henk Sneevliet. Hij las de communistische krant De Waarheid en daarnaast was hij een liefhebber van theater en literatuur. In het boek Om adem te kunnen halen, schrijft ze over haar achtergrond. Ze vertelt over de thuissituatie met haar vader die psychische problemen kreeg (mede door het armoedige milieu waarin hij opgroeide) waardoor zij al vroeg als kind leerde om zich aan te passen, te verplaatsen in de situatie van de vader, om te gaan met onzekerheid, schaamte en minderwaardigheidsgevoelens.
Interessant is dat Om adem te kunnen halen, verscheen na het boek over The Last Poets. De roman De laatste dichters zorgde niet alleen voor de literaire doorbraak van Otten, maar heeft tevens een katalytische werking. Het leidt haar naar zichzelf, naar het onderkennen van de gevolgen van het leven met een vader met mentale uitdagingen. Het verhaal van Bin Hassan die worstelde met zijn gewelddadige vader trilde de herinnering aan haar vader los. Bin Hassan nam als kind de rol van verdediger van zijn moeder aan en Christine verdedigde zichzelf als jong meisje. Beiden plaatsten hun vader op afstand, maar het schuldgevoel dat daarbij hoorde bleef hen achtervolgen. ‘Ik wist dat jij het was,’ kreeg Bin Hassan te horen. ‘Jij was altijd zo hard,’ vond Christine’s vader. Ik kreeg het dramatische beeld van Julius Caesar uit het stuk van William Shakespeare die vol verwijt zijn verrader confronteert met de gevleugelde uitspraak: Et tu Brute – Ook jij Brutus. Dit zijn ingrijpende ervaringen. Ik stel me voor dat juist door zich onder te dompelen in het leven vol tegenstrijdigheden van de Last Poets, Otten inzicht heeft gekregen in de werking van klasse, economische achterstand en racisme op de levens van de Zwarte dichters. Dezelfde mechanismen die ook haar positie bepalen. Ik stel me zo voor dat daardoor de vraag is gegroeid naar haar eigen wortels.
De dichters laten ook zien hoe zij uit diepe dalen omhoog zijn gekropen en een zinvol levenspad hebben bewandeld. Daar is moed voor nodig. Ik stel me zo voor dat dit bij Otten niet alleen het engagement heeft versterkt dat zij van huis uit heeft meegekregen, maar ook de vraag heeft opgeworpen hoe haar demonen in de ogen te kijken en zich hiervan te bevrijden.
Het blijft opvallend dat de jonge Christine Otten, twintig jaar geleden, toen zij die diepgaande zoektocht naar zichzelf nog niet had ondernomen, in staat was om zo’n epos te schrijven over Zwarte dichters. In de podcast Lange lijnen verklaart Christine Otten dat zij als schrijfster de kracht van literatuur recht wil doen omdat literatuur bij uitstek in staat is de complexiteit van de werkelijkheid in treffende taal om te zetten en voelbaar te maken. Naar die complexiteit is zij op zoek en dat betekent dat zij een blik werpt voorbij het bekende, comfortabele of gangbare verhaal. Ook haar laatste romans Een van ons en Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld, geïnspireerd op haar ervaringen als schrijfcoach in de gevangenis, geven daar blijk van.
Het is een scala aan ervaringen, kwaliteiten, kunde en fascinaties, die het mogelijk maken dat de schrijfster Otten in staat is om literaire boeken te schrijven over andere werelden dan die van haar. Zij schrijft zonder betweterigheid, vast oordeel, ontkenning van de ongelijke verhouding, noch met witte meewarigheid. Ze begrijpt dat het niet alleen het verhaal van de ‘ander’ is, want de koloniale verhoudingen en geschiedenis raken niet alleen de gemarginaliseerden. Ze legt ingewikkelde verhoudingen en systemen bloot in meeslepende intieme verhalen en gaat een eerlijke ontmoeting aan met haar personages die haar op hun beurt vormen tot wie zij is. Na het lezen van De Laatste Dichters’ schreef een Zwarte man uit de gevangenis in Texas: ‘I Loved every minute of it.’
Ernestine Comvalius
Christine Otten is op 13 november aanwezig op het festival van Blocknotes, het Binnen Buiten Festival. Voor meer informatie klik hier.

Fijn om de reactie te lezen van een insider met een brede kennis van diverse culturen en een verfrissend perspectief.