‘Onwetendheid is Kracht’

Where ignorance is bliss, it is folly to be wise, waar onwetendheid een zegen is, is het dwaas wijs te zijn, dichtte Thomas Gray in 1742.* Gray bedoelde natuurlijk niet dat wijzen dwaas zijn, noch dat streven naar kennis dwaasheid is. Toch komt het me voor dat zo’n opvatting – attitude zou hier ook een goed woord zijn – steeds dominanter wordt, in elk geval in grote delen van de westerse wereld, Nederland niet in de laatste plaats. Een voorbeeld ter illustratie, ontleend aan de recente verkiezingscampagne en het succes van JA21. Joost Eerdmans, lijsttrekker, politiek leider en toen nog enig kamerlid van die partij, moest toegeven dat JA21 ernstig sjoemelde met de weergave van plannen en voorstellen uit haar programma om een gunstiger beeld van de financiële consequenties te creëren. Eerdmans wuifde kritiek op dit bedrog achteloos weg: kiezers zijn helemaal niet geïnteresseerd in cijfers. Resultaat: JA21 nul zetels? Nee, van 1 naar 9!? Eerdmans had gelijk: een flink deel van de kiezers doet niet aan cijfers en feiten en vindt dat gebrek aan integriteit een ingewikkelde uitdrukking is voor wat je ook met één woord kunt zeggen: slimheid.

In Het verdwijnen van de waarheid, Aart Aarsbergens boek over George Orwell en de actuele betekenis van diens werk, wordt beargumenteerd dat de huidige lezer een strikt historische interpretatie van Orwell’s belangrijkste fictie-werk, 1984, moet loslaten. Zie in 1984 dus niet alleen een dystopische extrapolatie van de totalitaire, stalinistische Sovjet-Unie van 1948. Want dan krijg je geen zicht op wat Orwell in sommige essays heel goed verwoordde: dat taal ook een middel is om waarheden te verhullen en onwaarheden te propageren, om te disciplineren en te manipuleren en om mensen te vervreemden van de werkelijkheid. In 1984 is een van de drie slogans van de Partij ‘Ignorance is Strength’, Onwetendheid is Kracht. Dankzij Eerdmans weten we nu precies hoe we die slogan anno nu moeten interpreteren: ‘wees trots op je onwetendheid en hijs op het schild wie jou die trots gunt.’

Is voor het scheppen van een Big Brother surveillancestaat zoals die, beschreven in 1984, een partijdictatuur nodig? Waarschijnlijk wel. Maar voor het bereiken van een toestand waarin waarheid verworden is tot ook maar een mening, leugens worden gepresenteerd én aanvaard als alternatieve feiten en paranoia en klinkklare nonsens als gezond verstand, blijkt het geen noodzakelijke voorwaarde. Het effect van het verspreiden van op zichzelf makkelijk door te prikken leugens is niet zozeer dat veel mensen er veel geloof aan hechten. Het punt is dat zij uitspraken over dezelfde thema’s die wél hout snijden aan de leugenoptocht toevoegen en uiteindelijk concluderen dat er ofwel geen waarheid is, of dat de waarheid niet gekend kan worden. In de ontstane toestand van anything goes is elke mening gelijkwaardig aan elke andere en verdwijnt autoriteit gebaseerd op kennis en logica. Debat wordt dan onmogelijk. Dat is in toenemende mate het geval in de westerse wereld.

Daarom moeten we Orwell lezen en herlezen en dan vooral ook zijn essays, zeg ik Aarsbergen na. Wie aarzelingen moet overwinnen leze Het verdwijnen van de waarheid, want dat levert, behalve een pleidooi voor het elke dag weer ontmaskeren van de Eerdmansen en de fake-news- en alternatieve feiten-producenten, een beknopt biografisch overzicht en een vlotte, enthousiasmerende inleiding op Orwell’s werk. Het is overbodig om te zeggen dat Aarsbergen een Orwell-bewonderaar is. Een kritiekloze fan is hij echter niet. Een deel van Orwell’s romans komt wat hem betreft niet door de keuring. Maar Animal Farm en Ninety-Eighty-Four zijn natuurlijk must-reads. Tot die laatste categorie moet ook een flink deel van Orwell’s essays worden gerekend. De meeste in zijn in vertaling beschikbaar.

Hans van der Heijde

* Thomas Gray, Ode on a Distant Prospect of Eton College.

Aart Aarsbergen – Het verdwijnen van de waarheid; de actualiteit van George Orwell. Uitgeverij kleine Uil, Groningen. 204 blz. € 19,50.