Recensie: Els Moors – Voer voor struikrovers
De roos die het lichaam ruikt
De struikroverij is geen eerzaam tijdverdrijf. Het is dan ook niet raadzaam de bedrijvers ervan te voederen. Geheel tegen dit advies in presenteert Els Moors haar nieuwe bundel als Voer voor struikrovers. Maar omdat het roversgilde niet gekend is om zijn honger naar poëzie, mogen we aannemen dat zij een ander publiek voor ogen heeft. Wetend dat zij er op hun eigenzinnige wijze mee aan de haal zullen gaan, werpt zij haar gedichten de lezers voor de voeten. Het is een groots, vrijgevig gebaar waarin weerzin tegen het lezerspubliek meeklinkt. Struikrovers, nietwaar.
Het is een thematiek die na de pre-romantische didactische poëzie een vaste waarde is in de poëtica van veel dichters. Tot zover niets nieuws. Maar nu Els Moors haar werk zo opzichtig aan haar lezers meegeeft, is het misschien opportuun om een of twee gedichten uit de bundel eens in gijzeling te nemen.
de cel van de vrijheid
is de meest geschikte vorm van gevangenschap
ik ontwaak elke ochtend in een huis
dat niet van mij isen iedereen die me op straat
passeert is me nu alweer vergeten
alleen voor de roos
ben ik toch iemand geweestals ik halt houd
toont ze me haar vurige mond
snuffelt ze aan me
als een hond
De paradoxale opening zuigt de lezer een wereld in die niet de zijne is. Die althans niet strookt met een gangbaar beeld van de werkelijkheid. Toch bestaat er zoiets als vrijwillige opsluiting, of het nu in een strafinrichting is, in een sekte, een psychiatrische kliniek of waar dan ook. Of, we sluiten op dit punt niets uit, ziet de ik-figuur wellicht zijn eigen lichaam als gevangenis voor de geest (‘huis / dat niet van mij is’)? De tweede strofe wijst in ieder geval wel in die richting: geestelijk is de ik-figuur kennelijk heel actief (zij denkt, dus zij is), maar lichamelijk laat zij nauwelijks indrukken achter. Alleen de mysterieuze roos vormt een uitzondering op die massale achteloosheid.
Maar dan slaan opnieuw de paradoxen toe. Niet de ik-figuur ruikt aan de roos – zij zou dat ook niet kunnen met dat haast weggecijferde lichaam – maar de roos toont haar mond en snuffelt aan de ik-figuur, waarmee die roos ineens een stuk fysieker is dan de ik-figuur. Een roos van vlees? Een paar bladzijden eerder komt de moeizame verhouding tussen de ik-figuur en zijn/haar lichaam al ter sprake.
papa was a rolling stone
en ik verwachtte hem telkens
weer als de opschorting
van een strafeerst moet ik dit lichaam in bezit
nemen van de kruin
tot aan de gekwelde kuiten
dagelijkse kilometers afleggenterwijl ik op de totale vrijheid
wacht durf ik al zo ver te springen
dat ik aan mezelf genoeg heb
voldoende vesting vindter genoegdoening
van zijn wens
Weer die vrijheid, weer dat lichaam. Maar nu staan beide in een andere verhouding tot de ik-figuur. Het lichaam moet volledig (van kruin tot kuiten) in bezit genomen worden en ook de verwachte vrijheid moet totaal zijn. Het zijn dringende wensen die de rondzwervende vader (‘a rolling stone’) lijkt op te leggen. Voor de ik-figuur vallen de vader en de wens goeddeels samen. Ik moet hierbij aan een uitdrukking denken waarvan het eerste deel naadloos op het bovenstaande past: ‘de wens is de vader’. Maar ook wat volgt is de ik-figuur niet vreemd: ‘van de gedachte’. Zo lang de ik-figuur zijn lichaam (nog) niet in bezit heeft, is hij immers niet meer dan geest, gedachte. Het negatieve beeld van de vader uit de beginregels, wiens uitgestelde komst een straf leek, moeten we bijstellen. Eerder zit de pijnlijke ervaring hem in het uitblijven van enige aanzet tot het ontwikkelen van creatieve gedachten. De ik-figuur wacht immers op de totale vrijheid, die zich, zo lazen we in het eerder besproken gedicht, de vorm aanmeet van een cel, een gevangenis, waarbinnen de ik-figuur, afgesloten van de buitenwereld, alle ruimte vindt om tot scheppen te komen.
Er bestaan zeker minder dwingende stokken achter deuren om tot schrijven te komen. Maar die van Els Moors zullen hun effect niet missen. Ze hebben in ieder geval een mooie bundel opgeleverd.
Jan de Jong
Els Moors – Voer voor struikrovers. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen. 96 blz. € 19,99.
