Recensie: Franz Kafka – Een kooi ging eens een vogel zoeken
Denken in zuivere lucht
Franz Kafka, geboren in 1883, overleed jong, in 1924, aan tbc. Dat hij daar aan leed had zich al eerder geopenbaard. In 1917 kuurde hij, logerend bij zijn zus Ottla, acht maanden in de zuivere lucht van het Boheemse Zürau (het Tsjechische Sirem), een kilometer of zeventig ten noordwesten van Praag.
In Zürau noteerde hij in twee schriften zo’n honderd gedachten van filosofische, psychologische en (min of meer) theologische aard en voegde daar in 1920 nog acht aan toe. Op losse vellen schreef hij die over in het net. Als we ‘aforisme’ definiëren als een kernachtige uitspraak die een wijsheid of bijzonder inzicht verwoordt, dan is op een deel van deze notities de kwalificatie ‘aforisme’ van toepassing. Drieëntwintig kwamen niet door Kafka’s eigen keuring. Althans, dat mogen we concluderen uit het feit dat hij die met potlood doorstreepte.
Kafka’s vriend Max Brod gaf het geheel, inclusief wat was doorgestreept dus, in 1931 uit onder de titel ‘Beschouwingen over zonde, leed, hoop en de ware weg’. Vertaler Martin de Haan merkt in zijn verantwoording op dat die titel ‘wat misleidend’ is. Die opmerking is terecht. Wat Kafka verwoordde in deze gedachten kan eindpunt zijn geweest van eigen beschouwingen en vertrekpunt zijn voor beschouwingen van de lezer, maar op zichzelf zijn de meeste geen beschouwingen. Ten bewijze nummer 68:
Wat is er vrolijker dan het geloof in een huisgod?
Martin de Haan is al de derde die deze korte teksten in het Nederlands vertaalde. Jacq Firmin Vogelaar en Willem van Toorn gingen hem voor, in respectievelijk 2006 en 2019. Ik heb de drie vertalingen niet met elkaar vergeleken.
De romans en verhalen van Kafka werden en worden zeer uiteenlopend geïnterpreteerd (zoveel lezers, zoveel interpretaties), wat er overigens toe bijdraagt dat we ze blijven lezen. Kafka-lezers zullen misschien geneigd in de korte tot hele korte tot eenregelige tekstjes van Een kooi ging eens een vogel zoeken houvast te zoeken voor hun interpretatie van Het proces, Het slot en de verhalen, maar ik betwijfel of ze dat houvast zullen vinden. Neem het tweede deel van nummer 29:
Het dier ontrukt zijn baas de zweep en slaat zichzelf ermee om baas te worden en weet niet dat het maar een fantasie is, opgewekt door een nieuwe knoop in het zweepkoord van de baas.
Een verrassende gedachte, nietwaar? Maar ook eentje die nieuwe perspectieven opent op Kafka’s belangrijkste prozawerken? Ik geloof het niet. Deze dan, nummer 93, met twee woorden de kortste tekst (door Kafka met potlood doorgestreept):
Genoeg psychologie!
Kafka’s romans en verhalen niet (ook) vanuit een psychologische invalshoek interpreteren? Ik denk niet dat er Kafka-lezers zijn die dat een aanvaardbaar standpunt vinden. Een kooi ging eens een vogel zoeken is een mooi uitgegeven (cadeau-)boekje. De cover en de achterflap zijn voorzien van afbeeldingen van kleine pentekeningen van Kafka.
Hans van der Heijde
Franz Kafka – Een kooi ging eens een vogel zoeken. Vertaling Martin de Haan. Koppernik, Amsterdam. 114 blz. € 19,50.

Kafka kan ook gelezen worden omwille van de taal. Houden van (zijn) taal, zelfs als het kant noch wal raakt.