Recensie: Gerard van Emmerik – Jij blijft
Zal ik het nog meemaken?
De mens leeft van dag tot dag, met een zekere zorgeloosheid omdat de einddatum nog ongewis is. Maar dan, op een dag, 10 juni om precies te zijn in Jij Blijft, de nieuwe roman van Gerard van Emmerik, slaat het noodlot toe. Een slecht-nieuwsgesprek bij de specialist. ‘Goed’ als antwoord op de beleefdheidsvraag ‘hoe gaat het?’ is vanaf dat moment verleden tijd voor hoofdpersoon Sam. Er rest alleen nog de gewetensvraag voor de arts. Hoe lang heb ik nog? ‘Een zinnetje uit een ziekenhuissoap’, zoals Van Emmerik het treffend uitdrukt. Het voorzichtige antwoord: een jaar zo ongeveer.
En wat doe je op dat moment, bazuin je het rond, zet je het, zoals zovelen, gelijk in geuren en kleuren op de sociale media? Sam besluit mooi weer te spelen tegen partner Luc, die buiten in de auto het onderzoek afwachtte. De vakantie was begonnen en zoals elke zomer zou het tweetal ook ditmaal naar het boshuisje Waldfreude vertrekken. Twee zestigers die luchtig verkondigen dat ze pas ‘op de helft zijn’, die niet zonder elkaar kunnen, maar wanneer je zo lang bij elkaar bent sluipen er ontegenzeggelijk irritaties binnen, die voor de lieve vrede worden toegedekt.
Van Emmeriks ingehouden stijl sluit mooi aan bij het weifelen, bij het ‘theaterspelen’ van Sam. Je voelt ook wel dat Luc een vermoeden heeft, maar ook hij speelt zijn rol met een zekere verve. Op een gegeven moment is het moment gepasseerd om het redelijkerwijs nog te kunnen brengen, leven ze beiden in een verschoven wereld. Sam in die van de literatuur – net Als Van Emmerik schrijft hij boeken en geeft les aan een schrijfacademie – en Luc in de klassieke muziek. Je krijgt het idee dat er juist met Luc iets aan de hand is. En met kerstmis is er ook ‘iets’ gebeurd. Jij blijft krijgt mede daardoor een dwingende kracht.
Luc en Sam zeggen niet hardop tegen elkaar wat ze beiden wel inzien. Ze zijn niet voor eeuwig met elkaar, maar te prudent om er over te beginnen. ‘We hadden toen nog niet door dat er iets nodig was, iets van buitenaf, een ramp ofzo, om ons te redden en weer volop we te worden.’ Maar is het wel zo eerlijk, getuigt het wel van compassie met elkaar?
Een kans die Sam laat lopen door steeds maar weer mooi weer te spelen. Voor de uitslag bij de specialist had hij al eens op Funda gekeken naar eenpersoonsappartementjes. Wanneer Luc hem zou betrappen, zou hij hem met gemak kunnen overtuigen door op te hangen dat hij ‘nieuwsgierig is naar hoe anderen wonen’. Maar, zoals Sam aan zichzelf toegeeft, het was eerder om de sleur een hak te zetten. Iets waarmee hij subiet ophoudt nadat het doemscenario aan hem is geopenbaard.
De Kippenjongen, een eerdere Van Emmerik, doet ook hier weer van zich spreken. Sam gebruikt zijn overbezorgde moeder als uitvlucht, zodat Luc in de auto voor het ziekenhuis achterblijft. Tot zijn vijftiende ging zij nog mee behandelkamers in. En zo draaien de twee om elkaar heen. Van Emmerik mengt heel bekwaam de huidige wereld, de irritaties van de zestiger, zoals het welbekende probleem van de Fatbikes, de straatmentaliteit, in zijn tekst. Hij is stilistisch heel bij de tijd zonder daar uitdrukkelijk moeite voor te doen. Maar ja, wat gemakkelijk leest, is vaak moeilijk gekomen.
Sam maakt een bucketlist. Alles wat hij nog eenmaal wil doen, wil zien. Maar kun je daar nog wel plezier aan beleven? ‘Een stem die binnen de kortste keren in mijn hoofd nestelde en zich voortdurend liet horen. Je gaat eraan. Vooral bij prettige dingen.’
Er staat niks op papier, ten aanzien van bijvoorbeeld Waldfreude. En dan komt het plan op om dan maar te trouwen, fijn terloops gebracht, maar ondertussen met slechts van één zijde een sterk bezwaard gevoel. Of toch van beide kanten? Getuigen, waar haar je die zo snel vandaan? Een gebbetje tussendoor van de schrijver. ‘Wie kwamen er nog in aanmerking? Zijn zusje. En van mezelf een collega. Gerb. Te ver, die zat in de Eifel. Ellen? Nee, die voelde de dingen feilloos aan en zou roepen: Trouwen? Waarom zo opeens? Is er iets mis? Er ís iets mis, hè?’
De Eifelschrijver Gerbrand Bakker, een vakbroeder en vriend van Gerard. De romancier die grotendeels is overgestapt van romans naar sterk beklijvende dagboeken in de Privédomein-reeks. Iets dat Van Emmerik ook zou kunnen overwegen, gezien zijn (semi-) autobiografische proza. Stilistisch komen de twee schrijvers aardig overeen.
Sam worstelt alleen met de vraag hoe het verder moet. Zal hij samen met Luc op vakantie gaan, een meer op zwemmen en in het midden zichzelf gewoonweg weg laten zinken? Kon hij het Luc aandoen om hem alleen van vakantie terug te laten komen?
Van Emmerik voegt nog een aardig ‘ontmoetingsverhaal’ toe. De relatie tussen Luc en Sam begon met een misverstand. Zorgt de vertrouwensbreuk voor een definitieve scheiding? Op het moment dat hij besluit om alsnog open kaart te spelen, kantelt het leven van Sam opnieuw door indringend nieuws.
Van Emmerik is een buitengewoon invoelend schrijver. Hij heeft geen ronkende volzinnen nodig om de emoties kenbaar te maken. In tegenstelling tot Sam en Luc. Beide zijn gesloten mannen als het erop aankomt. Heel terecht merkt van Emmerik op dat dat misschien wel hun redding is. ‘Hij reageerde niet. Wat misschien ook een reactie was.’
Guus Bauer
Gerard van Emmerik –Jij blijft. De Kring, Amsterdam. 192 blz. € 22,50.
