Recensie: Jan van Loy – Bankvlees
De onderstaande recensie van Bankvlees komt uit 2004.
Kwaadaardige nietsnutten
In acht hoofdstukken vertelt Jan van Loy in de kleine roman em>Bankvlees, de geschiedenis van Celis en een ik, twee Vlaamse jonge heren die besluiten niet meer met het ‘gewone’ leven mee te doen en zich dus niks meer gelegen willen laten liggen aan de wetten zeden en gewoonten daarvan. Ze besluiten zich eerst toe te leggen op goede doelen.
Ze mogen een feestmaal aanrichten voor de armen en misdeelden van de stad maar dat loopt al gelijk uit op de verkrachting van een helpster. Zonder uitkering leven dat lukt ook niet, dus blijven ze daar dan wel afhankelijk van, al vinden ze het maar niks dat ze in ruil daarvoor kleine werkjes en nog wel op een adembenemend vroeg tijdstip in de stad moeten verrichten. Ze doen werkelijk hun uiterste best al hun schepen achter zich te verbranden: ze verzwijgen en verbranden hun diploma’s, gaan liever bedelen dan werken en belanden op die manier ook in de kleine misdaad.
Dat lukt in het begin goed met hulp van zakkenrolster en prostituee Lutje slagen ze erin passanten te beroven. Van het geld gaan ze gelijk naar Venetië, om het uiteraard zo gauw mogelijk op te maken. Maar veel plezier hebben ze er niet van, die Lutje ontpopt zich tot een wel zeer gore smeerpoets en daar zitten ze dus.
En zo gaat het in dit boek door: het doet een laconiek verslag van buitenstaanders die halfslachtige pogingen ondernemen principieel niet meer mee te doen met de ‘ratrace’, om vervolgens van een koude kermis thuis te komen. Van Loy is er beslist in geslaagd allerlei valkuilen van dit genre te vermijden. Zijn helden doen bijvoorbeeld niet mee met het ruwe bolster-blanke-pitprincipe dat in dit type schelmenroman altijd overheerst, het zijn tot en met het open einde doodgewoon etterstralen die nergens zin in hebben. Ook wordt gelukkig niet al te overdreven afgegeven op hulpverleningsinstituten die klaar staan om dit type schuinsmarcheerders op te vangen. Ambtenaren zijn tamelijk normaal en verpleegsters zijn in deze roman eens een keer niet dorre trutten met haar op de kin of pornodames die altijd in zijn voor een verzetje.
De vraag is wat voor gevoelens dit boek dan wél wil oproepen. Inleven is er niet bij, overdreven geestig is het ook niet, die helden zijn eikels, alle gevoelens zijn van bordkarton en een satire op de verzorgingsstaat wil het ook al niet zijn. En naarmate het maar door en door gaat begon het er niet interessanter op te worden. Een scène rondom een zwembad met de nietsnut
Koenraad die drie meisjes heeft uitgenodigd om zijn verjaardag te vieren, loopt uit op werkelijk oeverloos gepraat met dialogen als deze ‘Heb jij Titanic gezien?’ vraagt ze met een stem van iemand die inslaapt. ‘Ja.’ ‘Ik drie keer.’ ‘Voor Leonardo?’ ‘Nee. Omdat ik er altijd van moest huilen.’
Dat weten we dan ook weer, maar voor de rest blijft dit boek toch steken in een paar scènes uit het leven van kwaadaardige nietsnutten. Ja, het gaat allemaal mis met deze vrijheidsridders dat wordt duidelijk, maar het was toch echt niet Van Loy’s bedoeling een op omkering berustend pleidooi voor de verzorgingsstaat te houden. Of wel?
Kees ’t Hart
Jan van Loy – Bankvlees. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 238 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 18 juni 2004.
