Recensie: Leen Huet – Mijn België
De volgende recensie stamt uit 2004.
Schrijflust
Wie iets over België te weten wil komen zonder voor de zoveelste keer lastig te worden gevallen met de bekende clichés waar vooral Nederlandse publicisten over dit land een patent op hebben moet snel dit ‘ABC-darium’ van Leen Huet aanschaffen. Haar boek Mijn België bevat als ik het goed geteld heb 118 korte en langere stukjes over haar geliefde België. En god zij dank begint zij nooit te zeuren over het verschil tussen het Nederlands en het Vlaams, of over de mentaliteitsverschillen tussen Belgen en Nederlanders, of over kermiskoersen, of patat, en gelukkig is het ook niet geschreven op die badinerende toon waar verreweg de meeste Nederlandse auteurs ons mee op zadelen wanneer ze het weer eens over België willen hebben. Huet weet niet eens wat zeuren is, haar boek omzeilt alle clichés omdat ze nu eenmaal altijd op zoek is naar het verbazingwekkende en ongewone, naar datgene wat we nog niet wisten. Ze is op zoek naar haar jeugd en naar haar België en dat is een prachtig België.
Dit is een heerlijk zomerboek, een ander woord weet ik er niet voor: ieder artikel is een liefdesverklaring aan dit wonderlijke land. Prachtige artikelen staan er in: bijvoorbeeld over de fameuze schilder Rubens wiens vader een verhouding had met de vrouw van Willem van Oranje, ze werd zelfs zwanger van hem en dus gooiden de Oranjes hem in het gevang. Heerlijk verhaal met heerlijke details. Of het verhaal van Charlotte Brontë die een paar jaar in Brussel woonde en les kreeg op het wereldberoemde ‘Pensionnat Heger’. Die daar verpletterend maar ongelukkig verliefd werd op de directeur en daar nooit helemaal overheen kwam. Veel figuren uit beroemde romans als Villette en Jane Eyre zijn aan die tijd in Brussel ontleend.
Of neem de mooie verhalen over onbekende auteurs als de Antwerpenaar Georges Eekhoud, die in 1899 een van de eerste romans over homoseksuele mannen schreef. Wist ik dus niet. Of over de allang vergeten schrijfster Ouida, pseudoniem van Marie Louise Ramé, een van de lievelingsschrijfsters van Louis Couperus die in 1872 een prachtig boek over Antwerpen schreef. Huet houdt ervan vergeten figuren van het historische stof te ontdoen en ons er opnieuw naar te laten kijken. Kijk maar, zo was het toen ook en het is niet de bedoeling dat we het vergeten.
Denk niet dat ze alleen hoogculturele zaken aan de orde stelt. Met veel liefde schrijft ze over Suske en Wiske, of over Bianco Castafiore, de zangdiva uit Kuifje. ‘Haar grillen zijn charmant, haar aplomb faalt nooit. Al snel kijk je als lezer uit naar de diverse manieren waarop ze Kapitein Haddocks naam verkeerd zal uitspreken, de mooiste misser is ongetwijfeld ‘commodore Kapstock’.
Waarom is dit nu precies zo’n aanstekelijk boek? Het is heel makkelijk. Huet kan doodgewoon voortreffelijk schrijven: zwierig, kleurrijk, vrolijk, met veel gevoel voor detail, geestig en nooit neerbuigend of wegwerpend over het verleden. Of ze nu over Belgische paarden schrijft, over chocola, over perzikpitten die toeristen vroeger meenamen van het slagveld van Waterloo, over de namen van de eerste Belgische locomotieven, over Audrey Hepburn, over Jackie Ickx, over Leopold I of over Hercule Poirot. Alles tintelt bij haar van vertelplezier en van schrijflust. Gauw dit boek kopen en dan met vakantie naar België.
Kees ’t Hart
Leen Huet – Mijn België. Atlas, Amsterdam. 352 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 16 juli 2004.
