De onderstaande recensie van Veel mensen vielen in zee komt uit 2004.

Peter Bekkers vertelt in zijn kleine roman Veel mensen sen vielen in zee het verhaal van een jeugd. ‘Bijna niets in dit boek is echt gebeurd’ staat voorin en dus hoeven we ons niet te verdiepen in het waarheidsgehalte ervan. Het begint met fraaie eerste zinnen: ‘De bikini’s maken ons rijk. We maken ze in ons atelier op naaimachines van Singer.’ Die ‘we’ dat zijn vader en moeder Silber die een kleine kledingfabriek hebben en zich ’s winters op bikini’s toeleggen en ’s zomers winterjassen maken. Wanneer dit zich allemaal afspeelt is niet duidelijk, maar in ieder geval in een tijd dat deze kleine bedrijfjes nog bestonden, waarschijnlijk ergens op driekwart van de vorige eeuw.

Bekkers beschrijft de belevenissen van de zoon Osip die aan het begin een jaar of vijftien is en de wereld met enige verbazing beziet. Hij is verliefd op Laura, tennist niet onaardig is, gefascineerd door de asociale jongen Rinus Fenichel en krijgt maar nauwelijks hoogte van zijn vader en moeder die soms bijzonder vreemd reageren. Je zou als lezer zeggen dat Osips moeder manisch depressieve kanten heeft die af en toe zwaar opspelen, maar de jonge held heeft geen idee van dit soort medische begrippen en beziet alles in toenemende verwarring, ook zijn groeiende seksuele driften die geen gering deel van zijn bestaan uitmaken.

Bekkers verhaalt op laconieke toon scènes uit Osips leven. Een dwingende enkelvoudige verhaallijn is er niet, of het zou de ondergang van het textielatelier van de vader en de moeder moeten zijn. Maar de schrijver wil niet te veel voorschrijven: er zijn de ontmoetingen met Laura, tenniswedstrijden, de rare strapatsen van zijn moeder en later ook zijn vader, er is kermis in de stad, de familie gaat verhuizen, Rinus en hij gaan vissen et cetera.

Dit boek is zeker geen onsamenhangende optelsom geworden van allerlei jongensbelevenissen. Bekkers is er in geslaagd een mooi en dwingend beeld van deze jeugd te geven omdat hij het hele boek een verbazing suggererende toon in stand weet te houden. Hij doet dit door te kiezen voor zeer direct taalgebruik zonder bloemrijke beschrijvingen of literaire kunststukjes. Op een dag mag de held bijvoorbeeld het litteken in het gezicht van zijn vader aanraken, die heeft dat bij een bombardement in de oorlog opgelopen. Dit is uiteraard een uitermate intieme en tedere scène die Osips verlangen om eindelijk in contact met zijn vader te komen in beeld wil brengen. Bekkers slaagt erin de symboliek van deze scène in mooie pakkende woorden neer te zetten. Dat gaat als volgt:

Ik mag aan zijn litteken voelen. Met mijn vinger strijk ik eroverheen. Het is heel zacht, als een babyhuidje. Mijn vader dacht dat hij dood zou gaan. Midden in zijn angst moest hij denken aan de rivier, aan de maan, aan de zon en de sterren, aan het graan, de zee, de lekker geurende aarde. Hij was toen zeventien jaar. ‘Wat het meest ontroert, is wat er altijd is en wat altijd hetzelfde is,’ zegt hij.

Dit is werkelijk grote klasse Bekkers maakt hier van een schijnbaar doodgewone gebeurtenis ineens dwingende literatuur waarin een complete vaderzoon-relatie in enkele lijnen is neergezet. Zijn hele boek tintelt van schrijfverlangen en van subtiele vertelkunst.

Kees ’t Hart

Peter Bekkers – Veel mensen sen vielen in zee. De Geus, Amsterdam. 154 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 2 juli 2004.