Een gothic novel op de sofa

De laatste sessie is een echte De Coster: familierelaties en geheimen, fijnzinnig en meeslepend beschreven in een psychologische roman. Dat laatste kunnen we zelfs vrij letterlijk nemen, want de lezer is in de praktijk bij therapeute Sophie, waar Kristien op de sofa zit en haar levensverhaal vertelt.

Kristien heeft een gezin, een burgerlijke eenheid met man, zoon en dochter en een aardig huis met een torenkamer, waar ze haar eigen hobbykamer heeft. In de welvarende buurt kennen buren elkaar zoals in Amerikaans suburbia: oppervlakkige contacten waar je net niet op zit te wachten, veel verborgen eenzaamheid, maar je beseft dat pas wanneer er iets verandert. Dat gebeurt wanneer op een koude winterdag Tove voor de deur staat bij Kristien. Tove is in het jachthuis aan de overkant gaan wonen en brengt strooizout. Er ontwikkelt zich een bijzondere vriendschap en uiteindelijk een affaire.

Het gaat niet zozeer om de affaire, hoewel de lezer behoorlijk meegesleept wordt in het verhaal over buurvrouw Tove. Het is een relatie van ongelijkheid, Kristien mag Tove geen vragen stellen. Ze snapt niet wat er gebeurt, ze heeft nog nooit iets gevoeld voor een vrouw: ‘Iemand die in een land zonder appels woont en het hele concept appel niet kent, kan geen zin hebben in een appel.’ De Coster beschrijft het geheel in de gebeurtenissen, met korte reflecties. Wekelijks gaan ze zwemmen, dat wil zeggen: Kristien zwemt, Tove zit aan de kant en zoekt haar later op in de kleedhokjes. Het gaat zo ver dat ze niet alleen vanuit haar torenkamer met weefgetouw kijkt naar enige mogelijke activiteit in het jachthuis verderop, maar dat ze Tove ’s nachts wil opzoeken. De torenkamer, het jachthuis, de schimmen in het bos en een doorgedraaide vrouw: natuurlijk lezen we een gothic novel. Maar Kristien landt weer hard in de werkelijkheid, waar dochter Barbara naar het ziekenhuis moest voor een acute blindedarmontsteking, terwijl Kristien op haar nachtelijke liefdesdwaaltocht was.

Minstens zo belangrijk in de roman is de uitwisseling met de therapeute Sophie. De lezer kan al vrij snel voorvoelen dat er meer aan de hand is met haar en met deze ‘laatste sessie’. Dit ontwikkelt zich pas aan het eind. Het enige minpunt van de roman is dat ik als lezer – achteraf bedacht – toch nog wel meer had willen weten van Sophie.

Het fijne aan de stijl van De Coster is dat er veel tussen de regels door gelezen mag worden, dat ze soms in grote stappen door gebeurtenissen en emoties gaat en dat je in De laatste sessie toch niets mist.

‘Boven aan zo’n trap dacht ze buiten adem aan de happen die Tove haar voederde en hoe geil ze daarvan werd en van daar aan de ovenhapjes. Ze krimpt nog ineen als ze een ovenschaal ziet. Maar dat is niet het trauma waarvoor ze hierheen gekomen is. Bladerdeeghapjes, zakoeski’s, dat was toen in de mode.’

Net echt, de vorige roman van De Coster, genomineerd voor de Boekenbon Literatuurprijs, blonk uit in de gelaagdheid in vertelvorm. De laatste sessie doet dat minder in de vertelvorm, maar nog meer in de psychologische en stilistische scherpzinnigheid en laat daarmee een diepere indruk bij de lezer achter.

Michelle van Dijk

Saskia de Coster – De laatste sessie. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 154 blz. € 22,99.