De volgende recensie van Het glazen meisje verscheen voor het eerst in 2004.

Ruwe tederheid

Het glazen meisje bevat een keuze uit de korte verhalen van de fameuze Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (1911-1983) die vooral bekend werd met zijn broeierige en erotisch geladen toneelstukken, zie bijvoorbeeld Cat on a Hot Tin Roof, A Streetcar Named Desire en The Night of the Iguana. Verfilmingen van deze stukken met onder anderen Marlon Brando, Richard Burton, Ava Gardner en Elizabeth Taylor werden wereldberoemd.

Williams groeide als Thomas Lanier Williams wat je noemt zorgelijk op: zijn vader was alcoholist, zijn moeder omringde hem met zoveel zorgelijke toewijding dat hij daar bijna aan bezweek, zijn oudere zusje vertoonde uiterst labiele trekken en de inwoning van de beide ouders van zijn moeder zorgde ook voor de nodige onrust. Je kunt zeggen dat zijn werk voor een belangrijk deel de verwerking bevat van deze jeugd, maar Nanne Tepper stelt in zijn mooie inleiding dat je daarmee toch tekort doet aan het grote talent van Williams die al op zijn zestiende uit huis vertrok en alleen nog af en toe en dan heel kort op het oude nest terugkeerde.

Dit zijn prima verhalen. En inderdaad zie je allerlei ingrediënten uit zijn jeugd de revue passeren. Neem het prachtige titelverhaal ‘Het glazen meisje’ waarin de tragische geschiedenis verteld wordt van Laura die zich volstrekt geïsoleerd probeert te handhaven binnen een gezin en ‘leefde in een wereld van glas en van muziek’. De zorgzame precisie waarmee Williams dit meisje en haar wereld beschrijft is meer dan hartverscheurend, hij maakt van haar niet een halve gare, maar een jonge vrouw waarvan hij vermoedt ‘dat de bloem van haar geest zich uit louter angst gesloten had, en het viel niet te zeggen hoeveel geheime wijsheid er onder de dichtgevouwen blaadjes schuilging’.

Williams neemt het altijd op voor verschoppelingen: de zwervers en de nietsnutten, de mannen of vrouwen die hun seksualiteit niet onder controle kunnen houden, de nymfomane oudere dames met te veel geld en de schandknapen die zich langzamerhand naar de afgrond bewegen. Bewogenheid en ruwe tederheid, dit zijn de termen die op dit werk passen dat nooit al te prekerig wordt of ons een schuldgevoel probeert aan te praten. Soms geeft hij aan zijn verhalen een mooie onverbloemde seksuele lading, bijvoorbeeld in het zonder meer wellustige broeierige en zweterige openingsverhaal
‘Zeven en twintig karren vol katoen’ uit 1935 waarin de reusachtige en dikke vette mevrouw Meighan niet bestand is tegen het kleine hitsige kereltje van het katoensyndicaat. Echt mooi en lekker vertelwerk, zeker voor zo’n jonge schrijver. En je ziet duidelijk al de toneelschrijver aan het werk, in 1945 werkte hij dit verhaal terecht om tot een eenakter.

In ‘De nacht van de leguaan’ uit 1948 dat inderdaad de eerste opzet is voor het gelijknamige toneelstuk uit 1961 zie je dat Williams al tot veel meer in staat is. In dit prachtige verhaal over schaamte, remmingen en gemankeerde seksualiteit krijgen zijn personages al een bijna terloopse en juist daarom uiterst doorleefde inkleuring. Alsof het geen moeite kost zulke getroebleerde
figuren aannemelijk voor ons neer te zetten. Tennessee Williams was een groot en barmhartig schrijver: zijn figuren zijn nooit marionetten in een poppenkast ze staan nog steeds als mensen voor ons.

Kees ’t Hart

Tennessee Williams – Het glazen meisje. Vertaald door Peter Abelsen. Contact, Amsterdam 192 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 30 juli 2004.

(foto: John Perry, Tennessee Williams’ Childhood Home. CC BY-SA 2.0, Flickr)