De ‘mooie schoentjes’ van Martin Bosma

Toen PVV’er Martin Bosma op 14 december 2023 voorzitter werd van de Tweede Kamer en aankondigde elke dag de debatten te willen beginnen met een Nederlands gedicht, waren de reacties op zijn zachtst gezegd terughoudend. De combinatie PVV’er en poëzie werd maar matig gewaardeerd. De usual suspects, met Freek de Jonge voorop in het altijd onverdachte dagblad Trouw, wilden even heel duidelijk maken dat deze streek van Bosma smakeloos en abject was. De denkbeelden van Bosma en zijn trawanten pasten niet bij de schone letteren en al helemaal niet bij poëzie.

Weinig verrassend allemaal, maar Bosma, ook niet van gisteren, wist met zijn voornemen niettemin een vinger op een zere plek te leggen. Nederlandstalige poëzie is zeker niet hetzelfde als eng nationalisme, maar sluit er in zekere zin wel op aan. Hoe kun je tegen het voordragen van het werk van de grote dichters van dit land zijn? Ze worden al zo weinig gelezen en zeker weinig gehoord. De ferme afwijzing van Bosma’s zelfbedachte dagelijkse optreden kreeg daardoor meteen iets dubbels. Stoere woorden, altijd lekker, die misschien ook iets kapot maken. Een soort oorlog uitroepen om de vrede te bewaren. Wie worstelt er vandaag de dag niet mee?

Het poëtisch avontuur van de Wildersgetrouwe kwam al snel weer tot een einde. Op 18 november jongstleden om precies te zijn. Bosma was dan wel een prima Kamervoorzitter gebleken, maar het bleef een ‘foute man’, zo oordeelde de meerderheid van de Kamer na meerdere strategische stemmingen. En dus zetelt nu VVD’er Thom van Campen op die stoel. Hij leest geen poëzie aan het begin van de vergaderdag, maar ‘je kunt wel enorm met hem lachen’, merkten talrijke collega’s op. Dat is natuurlijk ook mooi.

Blijft de vraag of we teleurgesteld moeten zijn met het zo snelle vertrek van de declamator. Ik heb de neiging me aan te sluiten bij de woorden die Charlotte Mutsaers ooit schreef. Overigens wel met de nadrukkelijke aantekening dat Bosma natuurlijk geen lustmoordenaar is:

Mocht ik toevallig eens vinden dat een gemene lustmoordenaar hele mooie schoentjes draagt, dan wil ik dat a) mogen vinden en b) mogen zeggen, en wel zonder dat ik er door wie dan ook toe genoopt word om eerst te zeggen dat die moordenaar niet deugt. Of van gevoelloosheid beschuldigd word, indien ik dat wens na te laten.

André Keikes

(Foto Martin Bosma: Tweede Kamer der Staten-Generaal, CC-BY-NC 4.0; foto vuurwerk: I, Ikluft, CC BY-SA 3.0, via Wikipedia)