Een van de leukste literaire dingen is gepubliceerd worden in een tijdschrift. Ook als je een veelbekeken weblog runt, blijft dat voor een generatie die in print is opgegroeid toch het hoogst haalbare. De Revisor vroeg of ik mee wilde werken aan het Complot-nummer.

Van uit de kluiten gewassen roddel tot een intergalactisch kennisnetwerk: complottheorieën zijn er in vele soorten en maten. Ze kringelen rond in de donkerste hoekjes van het internet en komen af en toe de mainstream in gesijpeld. Soms zijn er geloofwaardige elementen die op reële twijfel inspelen, aangevuld met groteske symboliek en vergezochte analyses. In een tijd waarin we het steeds minder eens lijken te zijn over wat de waarheid is en waar je die kan vinden, is De Revisor benieuwd naar de literaire verbeelding die voortkomt uit achterdocht.

Graag zouden we jou willen vragen voor een bijdrage waarin de fictie stranger than truth mag zijn. Heb jij zin en tijd om een prozabijdrage (fictie of essay) te schrijven van max. 1500 woorden?

Ik schreef terug dat ik een verhaal zou schrijven over mijn geheime verhouding met een bekende talkshowhost die vooral bekend staat als hetero, maar dat ik zijn naam niet zou noemen. Er volgde een prettige correspondentie over stilistische aspecten van mijn verhaal en uiteindelijk viel het tijdschrift op de mat. Ik was de oudste schrijver binnen het nummer, 60 jaar en eindelijk in De Revisor. Vond het vooral jammer dat Corrie Joosten dit niet meer mee kon maken, zij had haar hele leven een abonnement op het tijdschrift.

De publicatie was mooi, maar nog mooier was dat ik via via te horen kreeg dat de redactieleden met elkaar hadden overlegd over de vraag of het wel kon: iemand op deze manier outen. Die grens tussen werkelijkheid en fictie bleef een intrigerend literair gegeven, zelfs voor een complot-nummer.

Coen Peppelenbos

(morgen komt het verhaal op Tzum)