De CIA in Drenthe

Begin jaren vijftig vestigden zich twee Amerikaanse hoogleraren, een antropoloog en een bioloog, voor enkele maanden op het platteland van Drenthe. Dorothy Keur was cultureel antropoloog, een leerling van de beroemde Margaret Mead. Haar man, John Keur, was een in Aarlanderveen geboren bioloog die sinds zijn jeugd in de Verenigde Staten woonde, maar de Nederlandse taal nog goed beheerste. Ze gingen veldwerk doen in het dorp Anderen, een geïsoleerd gehucht met zestig huizen, driehonderd inwoners en vierhonderd koeien. De betrekkelijk jonge studierichting antropologie richtte zich tot dan toe vooral op inheemse bevolkingsgroepen, zoals Margaret Mead dat in haar boek Coming of Age in Samoa (1928) had gedaan. Het bestuderen van een West-Europees dorp was een noviteit.

Het echtpaar onderzocht het dagelijks leven in Anderen. Vooral de rituelen, zoals een traditionele koffieochtend en het Sinterklaasfeest, krijgen aandacht. Hun bevindingen legden zij vast in de studie The Deeply Rooted, die bij de inwoners van Anderen die het Engels machtig waren – zoals de dominee – tot opgetrokken wenkbrauwen leidde.

Trouw-journalist Emiel Hakkenes weet dit in zijn boek Anderen allemaal smakelijk op te dienen. Het veldwerk in Anderen vormt de kapstok voor een veel breder verhaal, zoals de ondertitel van het boek duidelijk maakt: Een Drents dorp, de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA. Het blijkt dat het onderzoek niet alleen een wetenschappelijk oogmerk had, maar ook van belang was voor de Amerikaanse geheime dienst. Sinds de Tweede Wereldoorlog maakte de Amerikaanse overheid gretig gebruik van antropologen om meer inzicht te krijgen in de cultuur en mentaliteit van hun ideologische tegenstanders. Tijdens de oorlog, toen de helft van de Amerikaanse antropologen in overheidsdienst werkte, betrof dit het nazisme. Na het uitbreken van de Koude Oorlog verschoof de aandacht naar het communisme.

Dorothy Keur was een trouwe leerling van Margaret Mead, volgens Hakkenes ‘een spilfiguur in het schimmige grensgebied tussen wetenschap, propaganda en spionage’. Keur onderhield tijdens het veldwerk contact met Mead, die banden had met de CIA. ‘Zelfs als ze zich er niet bewust van waren, en zonder dat ze met een spionageopdracht was uitgestuurd, had de Amerikaanse geheime dienst dankzij Dorothy Keur nu toch ogen en oren in de Nederlandse provincie Drenthe, in een gehucht met de naam Anderen.’

De CIA had bijzondere aandacht voor ons land omdat Nederland het moederland was van het in 1948 onafhankelijk geworden Indonesië, waar de Amerikanen beducht waren voor een communistische machtsgreep. ‘Wie Nederland eenmaal begreep, begreep daarna ook meer van Indonesië, wat de containment van het communisme in Zuidoost-Azië ongetwijfeld ten goede zou komen,’ aldus Hakkenes. Zo werden de dia-avondjes die het echtpaar Keur tijdens hun verblijf in Drenthe organiseerde over het moderne leven in de Verenigde Staten ‘een kleine zet op een groot politiek schaakbord’. ‘Niemand van de aanwezigen kon vermoeden dat Dorothy haar indrukken van hen deelde met Margaret Mead in New York; de vrouw die haar reputatie inzette voor politieke doeleinden, die vanuit haar zolderkamer in het Museum of Cultural History in contact stond met de CIA en die in haar souterrain een geheim agent huisvestte.’

Zelfs de watersnoodramp van 1953 was voor de CIA van belang. Vijf Amerikaanse wetenschappers, onder wie Dorothy Keur, spoedden zich naar het rampgebied omdat dit een interessant onderwerp was voor een disaster study: een onderzoek naar de manier waarop mensen op een ramp reageren en zich in de nasleep ervan gedragen. ‘In de Koude Oorlog kon de Nederlandse watersnood daarom een les voor Amerika zijn,’ aldus Hakkenes.

Toen tijdens de heksenjacht op andersdenkenden in de McCarthy-jaren ook homoseksuelen in overheidsdienst werden vervolgd, trok Margaret Mead zich terug. Het werken voor het vaderland was verworden tot een verbeten communistenjacht. Voor Mead, met haar onconventionele liefdesleven met talrijke mannelijke en vrouwelijke partners, was de grens bereikt.

Emiel Hakkenes heeft zijn boek opgezet als een spannend verhaal met veel cliffhangers en plotwendingen. Dat maakt het lezen aantrekkelijk, maar komt de informatievoorziening en de chronologie niet altijd ten goede. Bovendien heeft hij zijn boom wel erg rijk opgetuigd. Hij haalt er van alles bij en stipt talloze onderwerpen aan, waardoor het verhaal soms wat oppervlakkig en onuitgewerkt blijft. Er blijven de nodige losse eindjes hangen. Zo maakt de lezer kennis met de bekende socioloog Piet Bouman, een invloedrijke wetenschapper in de naoorlogse jaren. Er wordt vermeld dat hij voor de oorlog lid was van de NSB en aan depressiviteit leed, maar dit krijgt verder geen enkele duiding. Ook wordt de grote aanhang van de NSB in Drenthe gememoreerd en krijgt de plaatselijk bekende NSB’er Gerhardes Dieters een plek in het verhaal, maar onduidelijk blijft wat de mogelijke oorzaken van deze populariteit waren.

Ondanks deze bezwaren is Anderen een prettig boek om te lezen: goed geschreven en met een aardig inkijkje in de manier waarop sociale wetenschappen in het verleden werden ingezet voor politieke propaganda en een wapen waren in de cultuurstrijd.

Aart Aarsbergen

Emiel Hakkenes – Anderen. Een Drents dorp, de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA. Alfabet, Amsterdam. 288 blz. € 24,99.