Recensie: Erwin Mortier – Alle dagen samen
De volgende recensie werd voor het eerst gepubliceerd in 2004.
Gelaagde nostalgie
Vanaf zijn eerste boek schetst Erwin Mortier een melancholiek, soms zelfs nostalgisch beeld van het platteland van Vlaanderen uit de jaren vijftig zestig. Dus nog voordat dat ook daar de moderne tijd met snelwegen, televisie, computers en toerisme het leven begon te beheersen. Ook in deze kleine roman keert Mortier terug tot een bijna droomachtige visie op een tijd die niet meer terugkomt en die alleen opgeroepen kan worden, misschien zelfs moet worden, in verstild en precies proza zoals alleen hij dat kan.
Typerende eerste zinnen in Alle dagen samen:
Het is een zomermiddag, ze hebben hem achtergelaten op het deken onder de kerselaar, nabij de stallen. Ze zouden boterhammen halen en limonade, maar de mond van het deurgat heeft hen opgeslokt en ze komen niet.
Symbolische zinnen voor het hele boekje: het gaat om het jongetje Markus dat van een ziekte herstelt, dat zich niet echt toegelaten voelt tot de wereld van de ooms, tantes, grootvaders en overgrootvaders, dat steeds dicht bij moeder is en de wereld met verbazing beziet.
Ik geloof er niets van dat het Vlaamse platteland er ooit uit gezien heeft zoals Mortier het beschrijft, zo stil, zo ansichtkaart-achtig en zo los van alles. Mortier roept keer op keer droombeelden op over een tijd die hij maar niet los kan laten. En hij laat die tijd letterlijk tot leven komen omdat hij vaak werkt met de stijlfiguur van de personificatie. Dode dingen worden bij Mortier levend. Zie bijvoorbeeld de hierboven geciteerde tweede zin van het boek waarin een deur als een mond wordt voorgesteld. Hij blaast het verleden leven in: bij Mortier zijn de kruinen van de bomen vol appels gehangen, zijn de laarzen van de vader braaf en weten ‘geen van de dingen wat te doen’. Het is een levende droomwereld die Mortier keer op keer oproept, die hij liefheeft en vast wil leggen, maar die tegelijkertijd ook gevoelens van weerzin oproepen.
Dit boek blijft niet hangen in nostalgie en mooischrijverij daarover, dat zou het onverdraaglijk van mooiigheid maken. Mortier geeft ruimte aan tegengeluiden. Maar je moet er wel een oor en een oog voor hebben. De weerzin tegen het dwangmatige van ouders en familie, weerzin tegen het geroddel en de lelijkheid van een kleine familiegemeenschap die de hele dag bij elkaar over de vloer komt.
Mortier maakt van zijn kleine ziekelijke held een jongen die zich beklemd weet tussen de familieleden, die vaak net te laat komt of niet in staat is mee te doen aan de dagelijkse dingen die zelfs weigert te spreken. En tussen de verstilde, bijna fluisterende hoofdstukken over het leven van dit jongetje, bevindt zich plotseling ook een heel wat hardere monoloog van de grootmoeder van de jongen waarin een verbluffend direct beeld van de monotonie van een bestaan wordt gegeven.
Op een spannend verhaal met leuke kwajongensstreken van een onverschrokken held hoef je niet te rekenen. Er gebeurt niet erg veel in dit verstilde en gelaagde verhaal, het gaat om de toon, dat vooral en om de zinnen die Mortier trefzeker neerzet.
Kees ’t Hart
Erwin Mortier – Alle dagen samen. De Bezige Bij, Amsterdam. 96 blz. € 14,50.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 3 december 2004.
