In de trein van Amsterdam naar Hoofddorp is een meisje van een jaar of achttien druk in gesprek met haar vriendinnen. Op het scherm van haar mobiele telefoon wankelt een onzeker jongensgezicht. Zij is tevens met hem in gesprek. Ze vuurt de ene na de andere vraag op hem af. ‘Fanta,’ kreunt hij luid hoorbaar. De vriendinnen knikken goedkeurend. ‘Laat me je rug zien,’ commandeert het meisje dan ferm. ‘Als je geen rug hebt, ga ik niet met je zijn.’