Column: [Sic] | De strop van Zwagerman
De strop van Zwagerman
Als Astrid Roemer zich op 8 januari had verhangen, dan had ik nu waarschijnlijk haar hele oeuvre gelezen. Dat deed zij echter niet en Joost Zwagerman wel, waardoor ik de afgelopen weken Zwaag van Maria Vlaar las. Zoals ik ook Zwagermans postume dichtbundel, de vuistendikke biografie van Sylvia Plath, de roman van Osamu Dazai en het geschrift van Henri Roorda alleen las vanwege hun ‘zelfgekozen’ einde. Blijkbaar heeft het bij mij toch een plusje als een auteur niet alleen schrijft over de ondraaglijke zwaarte van het bestaan, maar er ook naar leeft (sterft).
Dat is weliswaar en wrange en wellicht giftige gedachte, maar geen vreemde, want ook bij het voetbal krijgt een coach die zelf op hoog niveau gevoetbald heeft meer krediet. Als je die analogie doortrekt is de zichzelf suïciderende schrijver dan wel eerst zijn hele leven coach en pas op het allerlaatst voetballer, waardoor de waardering van zijn persoon en werk pas na diens dood een vlucht neemt. Het lijkt me als schrijver op zoek naar erkenning dan ook gevoelsmatig en rationeel af te raden de hand aan jezelf te slaan: je krijgt van de verschuiving niets meer mee.
Maria Vlaar is zich maar al te bewust van de mythevorming van de aan zelfdoding gestorven schrijver, en heeft geen zin daaraan mee te werken. Zwagermans suïcide is niet de zee waar alle rivieren samenkomen in haar biografie; de suïcide is een van de vele rivieren in het Amerikaans aandoende land Zwagerman. Die meer thematische indeling in plaats van een strak-chronologische zorgt ervoor dat Zwaag, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de biografie van Sylvia Plath door Heather Clark, geen suïcidebiografie is geworden, maar een compleet overzicht van de veelzijdige mens Joost Zwagerman. Tussen de zeven gezichten van Zwagerman zit wel de nodige overlap, waardoor voor je gevoel het overspel maar terug blijft komen. Zwaag is een lange zit – je moet er niet aan denken dat hij tachtig was geworden.
Dat criticasters zoals Max Pam beweren dat Maria Vlaar haar onderwerp kleineert en veracht en in een zo ongunstig mogelijk daglicht stelt als angstig burgermannetje, lijkt me overtrokken. Zwaag is een empathisch boek, in letterlijke zin: Vlaar heeft zich in Zwagerman ingeleefd. Dat de uitwerking van het indalen in de leefwereld van haar onderwerp op imagotechnisch gebied niet altijd gunstig uitpakt voor Zwagerman, is geen bezwaar: Zwaag heet namelijk een biografie te zijn en geen hagiografie. Vlaar was ook haar onderwerp niet zat, zoals de boze tongen beweren, want dan was ze wel wat korter van stof geweest.
Het beeld dat van Zwagerman naar voren komt van het ten diepste zijn van een angstige burgerman, is per definitie niet negatief. Er zijn genoeg mensen gelukkig als binnen de lijntjes kleurend burgermens en de meerderheid van de bevolking streeft huisje-boompje-beestje na. Vlaar maakt heel aannemelijk dat het vanuit Zwagerman echter catastrofaal was om een innerlijke hang naar rust en regelmaat te hebben, omdat hij zo graag de grote schrijver wilde zijn. De biograaf kleineert hem niet, ze laat alleen zien dat hij naar zijn eigen maatstaven huiveringwekkend klein was.
Martijn van Bruggen

Ook gelezen. Helemaal mee eens. Inderdaad lijvig boek, maar ik vind het een eerlijk en zo veelzijdig mogelijk beeld geven van deze schrijver en man.
Ben daarna nog enkele passages gaan teruglezen uit ‘De Langste Adem’. De puzzelstukjes vallen bijna allemaal in elkaar. Héél blij was ik met de aandacht voor de huisarts Nico Tromp.