Nieuws: Charlotte Mutsaers kan geen roman vanuit een vrouw schrijven – ‘Een stevig fictieboek moet een man of een zoon hebben’
Een in retrospectief pijnlijk interview met Charlotte Mutsaers afgelopen vrijdag in de NRC. Aan de hand van haar nieuwe roman Moet dwalen wordt ze door Arjen Fortuin geïnterviewd. Een prominente rol in het gesprek speelt Mutsaers hond Lola, die zes jaar oud is. Mutsaers staat ermee op de foto en vertelt met haar hond te leven als partners. Daarom boezemt Mutsaers’ eigen hoge leeftijd (83) haar angst in, want ‘ik wil mijn hond per se overleven’.
Dat is op zeer wrange wijze gebeurd, want in de nacht van donderdag op vrijdag schrijft Mutsaers op Facebook dat Lola plotseling is overleden: ‘Vanavond om elf uur heeft ze de geest gegeven onder mijn bed. Het was of ik zelf stierf.’
Voorts bevat het gesprek met Fortuin nog een opmerkelijke ontboezeming van Mutsaers, die aangeeft niet vanuit een vrouw te kunnen schrijven en zelf misschien wel liever een homoseksuele man zou zijn. Men komt op het onderwerp door de vraag die Mutsaers opwerpt waarom haar vrijpostige tekeningen vroeger verworpen werden terwijl Peter van Straaten er succes mee had. Fortuin suggereert dat dit door seksisme komt:
Omdat Peter van Straaten een man was?
‘Zo denk ik niet, want ik ben geen feministe. Dat merk je toch wel?’Je zet Isi Witlamm en zijn vrouw, die Vrouwenstudies doceert, stevig kibbelend tegenover elkaar. Het is duidelijk waar je sympathie ligt.
‘Dat moet ook, hè? Om te schrijven moet ik me goed kunnen inleven in mijn hoofdfiguur en moet ik van hem houden. Ik vind dat Isi alles goed doet. Ik zal ook nooit – behalve in Rachels rokje, wat deels autobiografisch is – een roman vanuit een vrouw schrijven. Dat kan ik domweg niet. Een stevig fictieboek moet een man of een zoon hebben.’Zijn vrouwen zo erg?
‘Dat zeg ik niet. Misschien heeft het te maken met mijn identiteit. Ik zou soms best een manlijke homo willen zijn, voor mij zou het helemaal niet zo gek zijn. Dat lijkt me het beste wat je kunt hebben. Dat je ‘gay’ bent van aard.’
In een interview in De Morgen doet Mutsaers er zo mogelijk nog een schepje bovenop en geeft ze aan dat ze ‘mannen wel degelijk het sterke geslacht’ vindt:
Dat is geen populaire mening vandaag.
‘Daar heb ik geen probleem mee, er heerst al genoeg pensée unique, zeker bij de feministen. Zij menen, door het altijd maar over ‘wij, vrouwen’ te hebben, ook het recht te hebben om voor hun hele geslacht te spreken. Nou, voor mij spreken ze alvast niet. Ik zie een andere vrouw niet automatisch als een ‘zuster’ met wie ik solidair zou moeten zijn tegen god weet wat.’
Vervolgens trekt Mutsaers haar gedachten over de feministische pensée unique door:
Ik vrees dat de kunst in hetzelfde bedje ziek is. De moraliteit in de literatuur is duidelijk terug, evenals de verplichting tot politiek engagement, en dat baart me zorgen. Voor mij hoeft een kunstwerk volstrekt niet geëngageerd of dienstbaar aan de samenleving te zijn.
Je ziet tot wat dat vandaag leidt: alleen moreel zuivere kunstenaars hebben nog recht van spreken, en zelfs personages moeten de juiste meningen weerspiegelen, tenzij het slechteriken zijn die satirisch afgebrand worden. Sorry, maar voor zo’n in alle betekenissen van het woord ‘enge’ literatuur pas ik.
Lees het interview in de NRC hier en in De Morgen hier.
(Screenshot uit dit gesprek in De Balie)

Mutsaers’ ideeën als auteur zijn ingebed in de Nederlandse literatuur, veel mannen voelden zich begrepen in de poëtisch ingebedde definitie ‘van de liefde die vriendschap heet’ (Kloos & Verwey). Ook Marguerite Duras merkte op dat vriendschap tussen (gay) mannen vaak kunstzinnig sublimeert. Die tussen vrouwen niet omdat – naar mijn idee – gehuwde vrouwen hun vriendin niet bovenin de sociale hierarchie plaatsen en een ‘liefde die vriendschap heet’ tussen man en vrouw wordt vaak gecontamineerd door patriarchaal gedrag door sociale druk. De karaktermoord op de vrouw heet dan ‘muze’.
Het vorm of vent dualisme is weer helemaal terug. De moralisten schaar ik bij de vorm, de ventisten zijn juist de geengageerden die niet meedoen met de moral highground. Literatuur gaat juist over het conflict, niet over een oplossing die al a priori aan de lezer wordt opgedrongen.