Recensie: Godfried Bomans – Bomans op z’n best
Humor is het litteken van de wond
‘Elk groot man treedt de herinnering van het nageslacht binnen als de groteske vergroting van één zijner facetten. Al het overige zinkt in vergetelheid,’ schreef Godfried Bomans over sprookjesschrijver Hans Christiaan Andersen in Elseviers Weekblad in 1951. Deze tekst is opgenomen in Bomans op z’n best, een fraaie verzameling columns, beschouwingen en brieven van Godfried Bomans, bezorgd door Gé Vaartjes.
Auteur en radio- en televisiepersoonlijkheid Godfried Bomans (1913-1971) is nog steeds populair. Vijftig jaar na zijn dood worden zijn verhalen over ‘minister’ Pieter Bas en Erik of het klein insectenboek volop gelezen en er is een bloeiend Bomans-genootschap. De monumentale biografie Vleugelman door Gé Vaartjes, een jaar geleden verschenen, vloog de boekwinkels uit en beleefde meerdere herdrukken. Iedere goede schrijversbiografie nodigt uit tot lezen of herlezen van het werk en wat is er dan mooier dan een bloemlezing met onbekende teksten? In Bomans op z’n best heeft Gé Vaartjes nu een bonte verzameling teksten van Bomans verzameld. Het boek bevat ‘een gemotiveerde greep uit een grote collectie columns en beschouwingen’. Door de verbindende teksten, verklarende noten en illustraties leest deze bundel als biografisch portret of als aanvulling op Vleugelman. In Bomans op z’n best staan bovendien fraaie brieven, egodocumenten die je zelden vindt in zulke bloemlezingen. Uit deze brieven en uit de biografie blijkt dat Bomans heel scherp kon zijn als hij gekwetst was. Dan ‘sproeide hij met zoutzuur’. Maar ook dat hij, omgekeerd, veel mensen kwetste met zijn vergaande practical jokes en ‘jokkernijen’. Bomans op z’n best bevat daar pijnlijke voorbeelden van.
Bomans was zelf een groot liefhebber van de sprookjes van Hans Christiaan Andersen, maar zijn eigen tijdloze sprookjes staan niet in deze bundel. Bomans wordt dan ook niet door het grote publiek herinnerd als sprookjesschrijver. Het ‘groteske vergrote’ facet van zijn schrijverschap dat vooral in de herinnering bleef, is zijn humor. Ook nu nog citeren Bomans-fans graag schaterend uit het werk van hun grappenmakende held. In zijn biografie liet Vaartjes al zien dat Bomans’ humor vaak een bron had in pijn, onzekerheid en angst. ‘Humor is het litteken van de wond’, was de rode draad in Bomans’ leven. In zijn columns in de Volkskrant en bijdragen aan Elseviers Weekblad verwerkte hij de prettige én treurige herinneringen aan zijn jeugd in een gegoed Haarlems katholiek gezin. Altijd goed geschreven en inderdaad, vaak geestig, ook door zijn onnavolgbare stijl. Uit deze bundel blijkt hoe zeer Bomans excelleerde op de korte baan en hoe serieus zijn toon aan het eind van zijn leven werd.
Hoewel sommige teksten inmiddels al bijna 75 jaar oud zijn, zijn Bomans’ beschouwingen in Bomans op z’n best soms verrassend actueel. Bijvoorbeeld als hij schrijft over de secularisatie in ‘Is God wel dood?’ of een andere invulling van de dodenherdenking voorstelt. Vaartjes geeft voldoende uitleg om de achtergronden te verhelderen en geeft soms inzicht in de reacties op Bomans’ columns. De bundel eindigt sterk met Bomans’ ‘Notities van een verontruste’ uit 1971, waarin hij pleit voor een soberder leven om het milieu te sparen.
Petra Teunissen
Godfried Bomans – Bomans op zijn best. Querido Facto, Amsterdam. 320 blz. € 24,99.

Zijn sprookjes staan niet in deze verzameling omdat het een keuze is uit columns, brieven en beschouwingen. Dat wil niet zeggen dat de sprookjes minder geliefd zijn. Ze kwamen eenvoudig niet in aanmerking.