Recensie: Han Kang – Ik leg de avond in een la & Inger Christensen – alfabet
Open en gesloten
Vertaalde poëzie: vermoedelijk de grootste nachtmerrie van een gemiddelde uitgever. Niet alleen omdat poëzie natuurlijk in principe onvertaalbaar is, maar vooral omdat er maar weinig hanen zijn die er naar kraaien. Alles van waarde is immers weerloos, wat in een kapitalistisch systeem gewoonweg neerkomt op waardeloos. Maar om de kas van die arme uitgevertjes nog een beetje te spekken kan het natuurlijk wel helpen als er een grote internationale naam op het omslag staat, die bijvoorbeeld al eens een grote internationale prijs heeft gekregen. De Nobelprijs om maar iets te noemen.
Zo verscheen onlangs het poëzieuitstapje Ik leg de avond in een la uit 2013 van Han Kang in het Nederlands. Wie Kang’s romans heeft gelezen, herkent het poëtisch universum dat hier gebezigd wordt. Het vuur. De sneeuw. De lippen. De botten. De bomen. Het duister:
Avondschets 5
Een zwarte boom waarvan ik dacht dat hij dood was
zag ik weer tot leven komenTerwijl ik toekeek viel de avond
Zijn grasgroene ogen begonnen te bloeden
en zijn tong zonk weg in de duisternisHet verdwijnende licht
trok doorzichtige strepen(Levend als ik ben)
strekte ik mijn hand naar de stam
Toch werken dit soort beelden in deze gedestilleerde vorm grappig genoeg minder goed dan in haar proza. Deels omdat het er, in deze nogal fors uitgevallen bundel, zoveel zijn dat je ze op den duur niet meer van elkaar weet te onderscheiden. Deels door het hoge ‘Ik-knip-een-zin-in-tweeën-en-dan-is-het-een-gedicht’-gehalte waar de hele bundel mee besmet lijkt te zijn. (Hoewel daarbij wel opgemerkt moet worden dat ik niets over Koreaanse poëzie weet en deze techniek daar misschien juist wel als het summum van poëtische zeggingskracht kan worden beschouwd.)
Op haar beste momenten krijgen Kang’s beelden iets haiku-achtigs. (Ongetwijfeld een valse en historisch incorrecte vergelijking, maar we roeien met de riemen die we hebben.) Een soort verstilling die een peilloze diepte suggereert. Maar in het overgrote deel van de gevallen lijkt er hier iets in vertaling verloren te zijn gegaan. Iets wat, voor zover ik kan beoordelen, niet aan de vertaling van Mattho Mandersloot ligt, die soepel en precies aanvoelt, maar aan de dichter zelf, die zo diep in haar singuliere en idiosyncratisch taaluniversum duikt dat de lezer er haast niet meer bij kan komen.
Maar waar Kang steeds verder in zichzelf weg lijkt te kruipen, haalt de Deense Inger Christensen in alfabet juist heel de wereld binnen. Christensen won (net) geen Nobelprijs en hoewel ze tijdens haar leven internationaal gelauwerd werd, had ik voor deze uitgave in ieder geval nog nooit van haar gehoord. Riskant dus om deze bundel uit 1981 terug de markt op te brengen, maar een gok die voor de avontuurlijke lezer in ieder geval geweldig uitpakt.
Christensen bouwt haar bundel met haast wetenschappelijke precisie op. Elke sectie begint met een letter uit het alfabet die gekoppeld wordt aan een cijfer uit de Fibonaccireeks, een wiskundige sequentie waarbij het volgende getal telkens bestaat uit de optelsom van de twee voorgaande. Zo openen we de bundel met één enkele regel (‘abrikozenbomen bestaan, abrikozenbomen bestaan’) en eindigen we bij de n van nachten met in totaal 610 verzen. (In theorie tenminste, ik heb ze eerlijk gezegd niet geteld.) Intussen trekt Christensen de lezer steeds verder haar alsmaar uitdijende universum in:
ijstijden bestaan, ijstijden bestaan,
ijs van de ijszee en ijs van de ijsvogel;
cicaden bestaan; cichorei, chroomen de chroomgele iris, de blauwe; de zuurstof
vooral; bestaan ook de ijsschotsen van de ijszee,
de ijsbeer bestaat, gestempeld als een pels
met sofinummer bestaat hij, veroordeeld tot zijn leven;
Zoals uit bovenstaand fragment misschien al mag blijken, levert Christensens wetenschappelijke insteek dus geen droge kost, maar juist innemende natuurlyriek op. Dat ze nu net voor de natuur als haar onderwerp kiest, is ook niet geheel verwonderlijk aangezien de Fibonaccireeks in verband staat met de gulden snede, de verhouding die nu net aan al dat natuurschoon ten grondslag ligt. Maar wie zich alleen maar wil verlekkeren, komt bij Christensen van een koude kermis thuis. Daar maakt de mens alweer zijn opwachting om roet in het eten te komen gooien:
metaal, erst in de ijzerberg bestaat, het duister
in de mijngangen en de melk die stopt
in de moederborst, een ingegroeide vrees waarfluisteringen bestaan, fluisteringen bestaan
het oudste en dierbaarste medeweten van de cellenbekijk deze markt, bekijk deze import
export van vaders, de helft beulen,
de helft gekwelde soldaten, bekijkhun laatste verdwijnen zonder verwanten, metaal
tegen metaal, terwijl de massa ongekweekte mais
groeit en het gebrek aan drinkwater groeit
Zo volgen groei en vernietiging, aanwas en bederf elkaar telkens weer op. Met momenten zou je alfabet haast als een soort proto-ecopoëzie kunnen lezen, maar daarmee doe je de reikwijdte van Christensens poëzie te kort. Die is immers eerder gericht op het vangen van alles wat het leven in zich draagt. Op het beschrijven wat nog beschreven kan worden, nu het er nog is.
Dat verklaart ook de ongelofelijke vaart die in deze bundel zit. Toegegeven: ook hier gaat af en toe eens wel iets in vertaling verloren. Zo beginnen de Deense woorden voor herfst (efterår) en liefde (kærlighed) niet dezelfde letters als in het Nederlands, waardoor de vijfde en elfde sectie in deze vertaling zogezegd niet met de juiste letter beginnen. Maar dit soort details vergeef je vertaler Annelies van Hees al snel, omdat ze het subtiele ritme- en klankspel van Christensen – nog zoiets dat bij Kang volledig lijkt te ontbreken – zo naadloos naar het Nederlands weet over te brengen.
Ergens is het natuurlijk jammer dat Christensen haar experiment niet tot en met de z heeft doorgetrokken, maar als je bedenkt dat ze daar 196.418 versregels voor nodig zou hebben, ongeveer zestien keer de Odyssee, dan snap je waarom ze daar toch maar vanaf heeft gezien. Wat de pret verder niet mag drukken. alfabet is een monumentale bundel, die het verdient gelezen en herontdekt te worden. Iets waarvan ik dan ook alleen maar vurig kan hopen dat dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren.
Jonathan van der Horst
Han Kang – Ik leg de avond in een la. Uit het Koreaans vertaald door Mattho Mandersloot. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 120 blz. € 20.
Inger Christensen – alfabet. Uit het Deens vertaald door Annelies van Hees. Koppernik, Amsterdam. 72 blz. € 22,50.
